Ria Pacquée

De straat is het atelier van Ria  Pacquée. Op haar wandelingen door de stad neemt de kunstenares ontelbare foto's van  ogenschijnlijk triviale, alledaagse dingen. Na  een strenge selectie worden ze bijeengebracht in een perfect visueel beeld.

De zoektocht naar het juiste beeld is voor Pacquée even belangrijk als het maken ervan.  Maar ook de typische volkstuintjes en kerkhoven zijn geliefde plekken. De dagdagelijkse wandeling wordt tenslotte een reisdoel op zich.

De problematiek van het 'zijn': identiteit en individualisme,  verlies en vergankelijkheid, zijn steeds weerkerende thema's in het oeuvre van Ria Pacquée. Op deze tentoonstelling wordt vooral werk van de laatste vijf jaren getoond, foto's en enkele video's als aansluiting bij het fotografische werk.

Museum voor Hedendaagse Kunst, Antwerpen nog tot 29 april 2001 

Berlinde De Bruyckere

Dualiteiten als liefde en lijden, dreiging en bescherming, leven en dood, zijn constanten in het oeuvre van Berlinde De Bruyckere.

De kunstenares gebruikt sinds  het begin van de jaren negentig dekens als materiaal voor haar installaties en sculpturen. Wollen dekens bedekken en beschermen.  Maar behalve warmte en geborgenheid, symboliseren ze voor de kunstenares ook kwetsbaarheid bij koude, ziekte, rampen en oorlogen: beelden van landen waar de bevolking vlucht, schuilt of verkleumt, zoals ze ons via de media elke dag bereiken. Daar tegenover staat dat een te veel aan geborgenheid kan  leiden tot verstikking en zelfverlies. De werken die Berlinde De Bruyckere in het Muhka exposeert zijn onderling sterk verschillend.  De titel van de tentoonstelling 'En alles is aaneen-genaaid' wijst op een eenheid van materiaalkeuze die de driedimensionale werken met elkaar verbindt: met name de deken. In deze context refereert het deken aan het 'vrouwelijke', wat in fel contrast staat tot het mannelijke wreedaardige element dat in alle werken aanwezig is.

'En alles is aaneen-genaaid' - Museum voor Hedendaagse Kunst, Antwerpen nog tot 29 april 2001 

Antwerpse volksfiguren

Namen als Lange Sander, Zotte Rik of Janneke de Zolderzeiker klinken de Antwerpenaar vertrouwd in de oren door de vele anekdotes die overgeleverd werden.

Figuren als Scheerdyck, Blinde Kobe en Blinde Mus  of Sipido zijn min der bekend. Zij groeiden op in de armere stadswijken van Antwerpen. Om in hun bestaan te voorzien werden zij bedelaar, leurder of straatmuzikant. Hun leven aan de rand van de marginaliteit en hun fysieke uiterlijk maakten hen tot mikpunt van de straatjeugd. Zij hielden zich meestal op in hun eigen vertrouwde buurt of hadden een vaste plaats op de  Meir of de De Keyzerlei. De nadruk ligt in deze tentoonstelling voornamelijk op de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw. Na de Tweede Wereldoorlog zijn vele van deze volksfiguren uit het straatbeeld verdwenen door de betere sociale opvang en de sterkere commercialisering van de handel.

Over lange Sander, Zotte Rik en vele anderen - Volkskundemuseum, Antwerpen nog tot 25 maart 2001 

De weg naar de Hemel

In de Middeleeuwen waren heiligen in het dagelijkse leven van wezenlijk belang. Een heilige had zijn leven en sterven in dienst van God gesteld en was na zijn dood heilig verklaard.    

Vaak waren  heiligen martelaren geweest: mensen  die om hun  geloof niet af te vallen  lichamelijke martelingen en vaak ook de  dood hadden ondergaan. Zij konden, door net als Christus te sterven voor hun  geloof, in de Hemel voorspreker zijn.  Zij werden vereerd door de aanbidding van de overblijfselen van hun lichaam. Deze relieken kenden een duidelijke hiërarchie. Er waren primaire relieken, zoals botten, tanden, haren en nagels. Tot de secundaire relieken behoorden voorwerpen, nauw verbonden met de heilige, zoals aarde uit het graf en stukjes van kleding. Tertiare  relieken zijn doekjes van diegenen die het lichaam van heiligen hebben aangeraakt. Deze overblijfselen werden in reliekhouders bewaard, vaak prachtig versierd en nu van onschatbare waarde.

Deze tentoonstelling, die  doorgaat op twee locaties, probeert een  overzicht te geven van de reliekverering in de Nederlanden. In Amsterdam is de internationale ontwikkeling van reliekhouders te zien, terwijl het accent in Utrecht op de Nederlanden ligt.  Onnodig te zeggen wellicht  dat de tentoongestelde voorwerpen stuk voor stuk tot het beste behoren van wat er rond deze materie te bekijken valt.

Reliekverering in de  Middeleeuwen - Museum Catharijne Convent, Utrecht en Nieuwe Kerk, Amsterdam nog tot 22 april 2001 

Maurits, prins van Oranje

Het is voor de eerste keer dat er een overzichtstentoonstelling wordt georganiseerd rondom deze belangrijke figuur uit de Nederlandse geschiedenis.

Aanleiding is het feit dat het in 2000 precies 400 jaar geleden is dat de Slag bij  Nieuwpoort heeft plaatsgevonden. Getoond worden de vele persoonlijke herinneringen aan Maurits (1568-1625), zoals indrukwekkende veldslagen, gouden harnassen, prachtige portretten, exotische beesten, land-  en zeekaarten en rijk geïllustreerde manuscripten. Zijn belangrijke rol en betekenis op het gebied van oorlogvoering, nationale en internationale politiek, het hofleven en de overzeese   expansie krijgen speciale aandacht.

Rijksmuseum, Amsterdam en Nieuwe Kerk, Utrecht nog tot 18 maart 2001 

Vensters op Brugge

In een inleidende ruimte krijgt de bezoeker een beeld van de stad Brugge en haar evolutie aan de hand van cartografisch materiaal en de oudste stadgezichten, met de nadruk op de 15de en 16de eeuw.

Dan  wordt hij langs  een reeks interieurconstructies geleid. Deze zijn hoofdzakelijk opgebouwd met voorwerpen uit de verzameling van het Gruuthusemuseum zelf en aangevuld met enkele objecten uit andere museumcollecties, waaronder die  van het Museum voor Volkskunde. Meubilair, wandtapijten, muziekinstrumenten, schilderijen, edelsmeedwerk, tin,  aardewerk, ... stofferen de decors.

Vijf eeuwen leef-  en wooncultuur (1400 -1900) - Gruuthusemuseum, Brugge verlengd tot 31 mei 2001

Beestige Buren

Hoe vreemd het ook klinkt, Brussel heeft een rijke fauna en flora en is de natuurlijke biotoop voor een heleboel dieren waarvan we het bestaan niet vermoeden.

De expositiezalen worden omgebouwd tot een gigantische interactieve ruimte waar heel wat te ontdekken valt.  Theoretische materie wordt met veel fantasie en verbeelding in gekleed. Aanraken, proberen en ontdekken zijn hier  de codewoorden.

"Dieren in de stad" - Koninklijk Belgisch instituut voor Natuurwetenschappen, Brussel 

Brussel en de overwelving van de Zenne

Brussel vertoonde in het midden van de 19de eeuw weinig opvallende veranderingen in vergelijking met de Middeleeuwen. De Belgische hoofdstad wordt doorkruist door een rivier, de Zenne.

In de 19de eeuw zorgen de groeiende industrialisatie en de over­bevolking voor ernstige problemen inzake milieuverontreiniging. De gevolgen hiervan waren ernstig. Overstromingen, verschillende cholera-epidernies en zeer ongezonde leefomstandigheden kwamen steeds vaker voor. De overheid  besloot in te grijpen en de Zenne te overdekken. Meteen werd de volledige binnenstad heraangelegd. Grote boulevards met statige herenhuizen en hotels werden aangelegd. In 1871 wordt de overwelving ingehuldigd, ook al is de stad dan in allerlei financiële schandalen verwikkeld. Aan de hand van documenten, kaarten en foto's wordt deze belangrijke episode uit de Brusselse geschiedenis verduidelijkt. Meteen ook een gelegenheid voor de Afdeling Kaarten en Plannen om een aanta l zeldzame  stukken te tonen.

Koninklijke bibliotheek van België, Brussel nog tot 18 februari 2001 

Marcel Broodthaers

Naar aanleiding van de vijfentwintigste verjaardag van het overlijden van Marcel Broodthaers organiseert de Vereniging voor Tentoonstellingen van het Paleis voor Schone Kunsten de eerste grote overzichtstentoonstelling van deze baanbrekende kunstenaar in ons land.

De tentoonstelling wil een ruime keuze tonen van Broodthaers' meest betekenisvolle  werken - poëzie, teksten, objecten, sculpturen, foto's, platen, installaties, film - en dia projecties -, waarbij getracht wordt het publiek een kans  te geven de ganse complexiteit van deze kunstenaar te beleven en aan de hand van deze ervaring de kunst van de 20ste eeuw en onze tijd beter te kunnen begrijpen. Een bijzondere aandacht zal worden gevestigd op de problematiek en eveneens op de tegenstrijdigheden bij het tonen van dit diep­gaand poëtisch en politiek werk in een actuele  museale context.

Paleis voor Schone Kunsten, Brussel van 9 maart tot 10 juni 2001 

Griekse Goden en Helden

De avonturen van Odysseus, de escapades van Zeus en andere Olympische goden, heldendaden van Achilles en Heracles, triomfen van Alexander de Grote.

De namen en verhalen uit de klassieke oudheid spreken tot de verbeelding, ook nu nog. In de 16de en 17de eeuw ontleenden Nederlandse kunstenaars hun voorstellingen vooral aan de boeken van antieke schrijvers als Homerus, Ovidius en Vergilius. Ovidius' beroemde 'Metamorfosen' stond zelfs bekend als schildersbijbel. Voor het eerst wordt een expositie van Nederlandse schilderkunst gehouden waarin de Griekse oudheid centraal staat. Binnen dat thema is de diversiteit groot. Naast populaire onderwerpen komen ook uiterst zelden afgebeelde mythen aan bod. Een zeer aparte groep vormen de historische portretten van burgers in de rol van mythologische figuren. Op deze tentoonstelling zijn zowel Noord-als Zuid-Nederlandse kunstenaars ruim vertegenwoordigd. Zo zullen werken van Rembrandt, Ferdinand Bol en Jan Steen te zien zijn naast die van Rubens, Bruegel en Van Dijck. Behalve zo'n 80 schilderijen zijn ruim 40 prenten te zien.

Dordrechtsmuseum, Dordrecht van 4 februari tot 6 mei 2001 

Sebastian Schutyser - Mali Portraits

Sebastian Schutyser bracht zijn kinderjaren door in het toenmalige Zaïre. Na zijn studies Politieke Wetenschappen ging hij fotografie studeren. Voor de reeks Mali Portraits, zijn afstudeerwerk, trok Sebastian een aantal maanden met de fiets door het binnenland van het West Afrikaanse Mali.

Cultureel Centrum Stroming, Evergem - Sleidinge nog tot 25 februari 2001 

My name is Bont

Het Miat werpt deze winter een blik achter de schermen van wat nog steeds beschouwd wordt als het oudste kledingstuk van de mensheid, namelijk bont.

Zowel in de Bijbel als op afbeeldingen van oude beschavingen kan men al aanwijzingen voor het gebruik van bont terugvinden. Aanvankelijk was het een louter praktisch kledingstuk, later eerder een statussymbool. Dat bleef zo tot in de jaren '60, wanneer het dragen van bont een onderwerp werd van ethische discussies. In de jaren '70  dwingen verschillende dierenbeschermingsorgani­saties wereldwijd morele discussies af door aanklachten en tv-beel­den van gruwelijke slachtingen. Een discussie die tot op vandaag wordt gevoerd. Het gevolg hiervan is dat het ambacht van bontwerker ook steeds meer in vraag wordt gesteld.

Museum voor Industriële Archeologie en Textiel, Gent nog tot 15 april 2001

Bric a Brac

Is iemand die psychisch ziek is in staat kunst te maken? Er bestaat een grote interesse in  het beeldend werk van mensen die vroeger enkel op de creatieve dienst van een instelling terechtkonden.

Op  de tentoonstelling is werk te zien van volwassen mentaal gehandicapten, uit het atelier 'La Pommeraie' in het Waalse dorpje Ellignies-Sainte-Anne. Het werk dat in het atelier gemaakt wordt is van een uitzonderlijk hoge kwaliteit.  Onder de bezoekers van het atelier was er ook de vorig jaar overleden Paul Duhem. Zijn werk, zeker de wijze waarop hij de gezichten tekent, maakte en maakt nog steeds grote indruk. Onlangs was er zelfs een tentoonstelling van hem in Stockholm.

Museum Dr. Guislain, Gent nog tot 18 maar 2001 

Het oorkussen van de Melancholie

Melancholie is meer dan een geromantiseerd cliché. Kunstenaars uit heden en verleden gebruiken beelden die bij de toeschouwer 'de leegte' oproepen.

Metaforen en symboliek zorgen tegelijk voor een spanningsgevoel tussen aan- en afwezigheid: schaduw, spiegeling, verval, verlangen, dood, ... De tentoonstelling wil inzicht bieden in de wijze waarop kunstenaars uit verleden en heden vorm hebben gegeven aan dit levensgevoel. Beeldende kunstenaars hebben altijd gezocht om visueel invulling te geven aan hun  beeldvorming van de melancholie. Met werken van onder meer Odilon Redon, Charles-François Daubigny, Leon Spilliaert en René Magritte, maar ook van Dirk Braeckman, Andy Warhol en Lili Dujouri.

Museum voor Schone Kunsten, Gent nog tot 25 februari 2001 

Luc Tuymans

Aan de basis van Tuymans' oeuvre ligt de ontkenning van de mogelijkheid van een originele productie.

'Alles bestaat al, er bestaat geen origineel  beeld,  elk  beeld  is ook onvolledig,  is het resultaat van een ander. Je kunt dat beeld bij het schilderen proberen te grijpen, maar precies daardoor vervals je het weer'. Deze woorden sprak Tuymans in 1997.
Het merendeel van zijn schilderijen ontstaat uit een bestaand beeld, een foto, een filmstill of een herinnering. Opvallend daarbij is dat Tuymans geen virtuositeit nastreeft.

Zijn kleuren zijn bleek en zijn compositie eenvoudig. Heel belangrijk is dat zijn werk niet los kan staan van een bijbehorende commentaar. Daardoor wordt Tuymans  meteen zijn eigen criticus.  Een logisch gevolg hiervan is ook, dat de betekenis van zijn werken  belangrijker is dan  het beeld. Daardoor kon hij recent ook de Calvarie van Christus aanpakken, een reeks waarbij het verhaal genoegzaam bekend is. Op voorstel van het SMAK wordt Luc Tuymans dit jaar ook afgevaardigd  naar de Biënnale van Venetië.

SMAK, Gent nog tot 25 maart 2001 

Raoul De Keyzer

Na  een periode van twijfelen tussen schilderen en correspondent in de beeldende kunst, besloot Raoul de Keyzer zich in 1963 voluit op het pad van de schilderkunst te wagen.

Maar ook dan nog combineerde hij zijn artistieke werk met allerhande nevenactiviteiten. In zekere zin was hij dus  een 'zondagsschilder'. Aanvankelijk werd hij steeds vergeleken met Roger Raveel, hoewel de Keyzer van meet af aan de invloed van de Amerikaanse laatmodernisten onderging. In de jaren '70 evolueerde hij naar het post-minimalisme  om in de jaren '80 en '90 de actualiteit te blijven volgen. Het werk van Raoul De Keyzer wordt internationaal steeds geciteerd op belangrijke internationale tentoonstellingen waarop de status van de schilderkunst in het licht van nieuwe ontwikkelingen wordt bekeken.

SMAK, Gent nog tot 25 maart 2001 

Christian Dior

In het voorjaar van 2001 wijdt het Modemuseum een tentoonstelling aan het werk van Christian Dior.

Deze legendarische ontwerper veranderde in 1947 het modebeeld drastisch met zijn 'ligne corolle', een wervelende rok  met een stofwijdte van zo'n 20 meter. Hiermee kwam een einde aan de eenvoudige en functionele mode van de jaren '30  en '40. Dior  putte zijn inspiratie uit de Belle Epoque met de opvallende boezems en ruisende rokken, en construeerde zijn jurken als een gietvorm rond het vrouwenlichaam. Taille, boezem en de heupen werden daarbij extra geaccentueerd. In Amerika werd zijn ontwerp meteen 'New Look' gedoopt. In oktober 1957 sterft Dior op het toppunt van zijn roem, hij is dan 56 jaar oud. Hij wordt opgevolgd door Yves Saint Laurent,die op dat moment slechts 20 jaar oud is. Achtereenvolgens ontwerpen dan nog Marc Bohan, Gianfranco Ferré en John Galliano voor het huis.

Stedelijk modemuseum, Hasselt van 28 januari tot 30 juni 2001 

Settecento: de eeuw van Tiepolo

Met betrekking tot de Italiaanse schilderkunst van de 18de eeuw werden tot voor kort slechts kunstenaars als Tiepolo, Canaletto en Guardi vermeld. Daarmee bleven heel wat kunstenaars met uiteenlopende talenten, wier uitstraling nochtans over heel Europa reikte, in de schaduw.

De tentoonstelling is een opvolger van de grote Seicento-expositie die in 1988 werd gepresenteerd in de Galeries Nationales du Grand Palais. Het is helemaal niet de bedoeling een overzicht te geven van de 18de eeuwse Italiaanse schilderkunst of om een bloemlezing uit de grote collecties te tonen. De werken werden gekozen op hun kwaliteit en hun belang. Alle aspecten van de 18de eeuwse Italiaanse kunst komen aan bod. Genres zoals de veduta, het decor, genretaferelen, geschiedkundige taferelen uit zowat alle Italiaanse scholen vormen samen een bont geheel. Enerzijds is deze tentoonstelling dus een verzameling van schilderijen uit het Italië van de 18de eeuw en vertelt ze tussen de regels door hoe deze schilderkunst in een tijdspanne van drie eeuwen in Frankrijk werd onthaald, anderzijds verenigt ze een aantal zeer hoogwaardige - maar vaak weinig bekende kunstwerken die over heel Frankrijk zijn verspreid.

Paleis voor Schone Kunsten, Rijsel nog to 30 april 2001 

Het avant-gardemeubel in de XXste eeuw

Een staalkaart van het modernisme, dat wil deze tentoonstelling u bieden. Meer dan 100 stoelen, zitmeubelen en objecten zijn er te zien.
Eigen  aan deze meubelen is dat zij op het ogenblik van hun ontwerp stuk voor stuk heel  erg vernieuwend waren, zeker wat de vorm, de functie en het materiaal aangaat. Al die jaren later hebben ze nog steeds niets aan vooruitstrevendheid ingeboet. Uiteraard ontbreken de klinkende namen niet. Rietveld, Le Corbusier, Mackintosch, Pesce, Sotsass, Aalto ... Geen van allen hebben ze nog introductie nodig. Hun tijdloze ontwerpen spreken voor zich.

Venetiaans Gaanderijen, Oostende nog tot 11 maart 2001 

Het museum afgestoft

Het Koninklijk Museum voor Midden Afrika eindelijk afgestoft? De nieuwe aanpak is anders best veelbelovend. Voor de allereerste keer in de geschiedenis van het museum wordt de collectie kritisch bekeken. En  de kritiek is niet mals.

Al een eeuw kijkt men met een koloniale  blik naar Afrika en heeft men vanuit die  invalshoek de collecties opgebouwd. Elk stuk wordt met een typische diagnostische blik bekeken, vaak louter op uiter­lijke kenmerken, zodat het mooi past in één of andere deelverza­meling. Maar zelden leren we iets over de bredere context. Wie  was het volk achter het voorwerp? Eigenlijk was dat ook nooit mogelijk, daar het steeds westerlingen zijn geweest die zich over de opstel­lingen hebben gebogen. In het beste geval krijg je dan een westerse interpretatie van Afrikaanse kunst. Trouwens, kunst? Is wat in dit museum te zien  is eigenlijk wel kunst? Of  maken wij dat ervan? Vaak zijn het alledaagse gebruiksvoorwerpen, die veeleer een antropologisch dan een esthetisch verhaal te vertellen hebben. Toch staat esthetiek al decennia voorop bij dit soort collecties.

Men kan  zeggen dat met de tentoonstelling 'Exit Congo' deze spiraal  doorbroken is. Door de voorwerpen te confronteren met werk van hedendaagse kunstenaars ontstond een zeer boeiende en soms heel verrassende dialoog, waarbinnen de kritiek niet gespaard wordt. Opvallend is dat Afrikanen dit soort musea zeer vaak beschouwen als een soort uitverkoop van  hun waarden en traditie maar dat wij  daar zelden of nooit bij stil staan. Met deze tentoon­stelling kan  je niet anders. En dat is nu  net de kracht van dit project. Regelmatig zie je Afrikanen dit museum bezoeken en vanaf nu  heb je ook een idee hoe zij zich voelen. Mooi  zijn de confrontaties tussen de werken van Luc Tuymans  en de vaste collectie. Er worden enkele schilderijen van hem getoond uit de reeks 'de diagnostische blik', waar hij als een dokter louter symptomatisch zijn onderwerpen bekijkt. Net zoals de verzamelaars van Tervuren dit ook altijd hebben gedaan. Zo zie je een portret van Tuymans hangen naast een vitrine met daarin een stoel met een menselijk gezicht op de poten. En zoals de schilder op zoek gaat naar details, naar symptomen, waarbij het gezicht als geheel bijkomstig wordt, zo gaan wij op zoek naar details, naar het gezicht op de poten van de stoel, vergetende dat de eerste functie van dat voorwerp toch nog altijd 'stoel zijn'  is. In principe is die  versiering zelfs bijkomstig. Maar een dergelijke houding zet de hele museumindeling natuurlijk op zijn kop, want dan staat niets nog waar het eigenlijk thuishoort. En hiermee raken we natuurlijk de kern van heel de zaak: waar horen deze voorwerpen thuis? Uiteraard niet in dit museum. Maar als je ze dan toch toont, waarom dan niet in hun  juiste context? Mooi  is het werk van Yoma Muteba Luntumbue, gastcurator. Hij stopte een aantal maskers in een winkelwagentje en zette er bordjes 'Uitverkoop-Soldes' tussen. Een wel heel onthutsend en oneerbiedig beeld, maar veelzeggend. Eigenlijk blijven er na  het bekijken van deze tentoonstelling  maar twee opties open voor het museum in Tervuren. Ofwel wordt dit  pad verder bewandeld en zal deze - overigens schitterende - collectie Afrikaanse voorwerpen eindelijk zijn ware verhaal kunnen vertellen, een verhaal waar we alleen maar van kunnen leren. Of anders bouwt men een nieuw museum, waar men dan  het huidige in neerzet als een soort van stoffige relikwie uit het verleden waar alleen sommige  ex-kolonialen nog enige nostalgische  gevoelens voor koesteren.  Een tussenweg bestaat niet meer vrees ik.     

Koninklijk museum voor Midden-Afrika nog tot 24 juni 2001

Asterix en Europa

Wie kent er niet Asterix en Obelix? Maar wat schuilt er achter hun vaak grappige avonturen? Welke historische waarheid gaat ermee gepaard? En hoe functioneerde de micromaatschappij binnen het onoverwinnelijke Gallische dorpje?

De scènes uit  de bekende strip van Uderzo en Goscinny zijn het startpunt voor een archeologisch verhaal over het  leven in Gallië ten  tijde van de Romeinse overheersing. Deze tentoonstelling combineert authentieke voorwerpen met levensgrote reconstructies uit  de wereld van Asterix. De  bezoeker loopt letterlijk door de strip: door het Gallische  dorp met de huisjes van de smid Hoefnix en de vishandelaar Kostunrix, langs  de menhirhouwende Obelix en via het Romeinse tentenkamp naar het geromaniseerde Gallië. Authentieke amforen, helmen, zwaarden, snoeimessen en vele andere gebruiksvoorwerpen komen regelrecht uit het leven van zo'n 2000 jaar geleden. De realiteit van de Romeinse tijd en de fantasie van Goscinny en Uderzo worden  aan elkaar getoetst.

Provinciaal Gallo-Romeins museum, Tongeren van 17 februari tot 16 september 2001 

Gerard Holmens

In september  1956  liet Gerard  Holmens zich  inschrijven aan de Academie voor Schone Kunsten in Gent. Met zijn medestudenten ging  hij in april  '57  gedurende twee weken op studiereis naar Parijs. Aan de Académie de la Grande Chaumière volgde hij enkele lessen van Ossip  Zadkine,  de beroemde beeldhouwer van Russische origi­ne,  en  maakte er een reeks naakttekeningen. In 1961 had hij zijn eerste grote persoonlijke tentoonstelling in het kursaal van Oostende. Datzelfde jaar werd hij opgemerkt door de kunstkritiek, werd hij uitgenodigd voor de zesde biënnale in het Middelheimpark in Antwerpen en kreeg hij zijn eerste buitenlandse tentoonstelling in het Kunstmuseum in Düsseldorf. In 1990 werd de kunstenaar vereerd met een grote retrospectieve tentoonstelling in het Stedelijk Museum voor Schone Kunsten in Oostende. Hetzelfde jaar tekenden zich ook al de eerste symptomen af van de ziekte die  hem tenslotte fataal zou worden. Hij  bleef - voor zover zijn gestel het hem toeliet- doorwerken tot eind 1993. Gerard  Holmens overleed  op 4 januari  1995  in  het zieken­huis van Moulins.  Hij werd begraven op het kerkhof van Stene.

Museum voor Schone Kunsten, Oostende nog tot 28 februari 2001 

Download hier de pdf

OKV Plus 2001.1 Tentoonstellingen