Wijnand Nuyen werd door zijn tijdgenoten gezien als een leidende figuur in de Nederlandse schilderkunst. Reeds op zeer jeugdige leeftijd werden zijn werken in het gehele land tentoongesteld en met onderscheidingen bekroond.
W.J.J.Nuyen - De oude molen in de winter
W. J. J. Nuyen, De oude molen in de winter, 1838. Olieverf op doek, 112 x 91,5 cm
Toen hij op zijn zesentwintigste jaar overleed, was dat een slag voor veel kunstenaars, die zich Nuyen als voorbeeld hadden gesteld.
De begaafdheid van Nuyen is ook nu onmiskenbaar, maar het is moeilijker om na te gaan in welk opzicht zijn werk als een vernieuwing werd ervaren. Waarschijnlijk waren het zijn uitgesproken kleuren en scherpe contrasten die hem buiten het traditionele plaatsten, terwijl zijn thema's inhaakten op de gedachtenwereld van de romantiek.
Het schilderij dat hier in kleur is afgebeeld, is daar een typisch voorbeeld van. We zien een vervallen molen in een winters landschap. Een reiswagen, met drie paarden bespannen, houdt halt op het ijs. Op de bok zitten een man en een vrouw; naast de wagen staat een boerin met een deken. Twee mannen verslepen een slede over het ijs. Achter hen ligt een hooggebouwd landhuis in het halfduister.
W.J.J. Nuyen
Den Haag 1813 - 1839 Den Haag. Leerling van A. Schelfhout 1825 en de Haagse Academie 1827-1829. Reisde in België, Duitsland en Frankrijk. Zijn werk (landschappen, strand-, haven- en stadsgezichten, meestal met figuren) sluit meer aan bij de Engelse en Franse romantiek dan bij het werk van Koekkoek en Schelfhout. De tijdgenoten hadden grote verwachtingen van de jonggestorven schilder.
Literatuurlijst
- J. Knoet, Van Romantiek tot Realisme, 's-Gravenhage, 1947;
- P.A. Scheen, Catalogus tentoonstelling W.J.J. Nuyen, Den Haag, 1952.
Nuyen schuwde ook in dit schilderij de tegenstelling tussen lichte en donkere partijen niet. De contouren van het gebouw links op de voorgrond tekenen zich donker af tegen het fel belichte dak van de molen, dat wit glanst van bevroren sneeuw. Het dampende witte paard steekt af tegen de twee bruine paarden, die niet meer door de zon worden beschenen.
Andreas Schelfhout, Winterlandschap met paarden op het ijs, 1844. Olieverf op paneel.
Ook de kale takken van de boom en de mannen met de slee, met als achtergrond de donkere lucht en het sombere huis, zijn een onderdeel van deze zorgvuldig overwogen schikking van licht en donker.
De donkere en lichte groepen zijn opgevuld met een rijkdom aan details, die echter aan de totale opzet geen afbreuk doen. De vorm van het landhuis op de achtergrond doet denken aan de gebouwen die Nuyen in zijn Normandische landschappen schilderde. De sfeer van dit schilderij heeft, ondanks de molen en het ijs, niet dat onmiskenbaar Hollandse dat we aantreffen in de wintergezichten van zijn leermeester Schelfhout die duidelijk een voortzetting zijn van de beroemde landschapskunst van de Nederlandse zeventiende eeuw.
Andreas Schelfhout
Den Haag 1787 - 1870. Leerling van J.H.A. Breckenheymer. Naast B.C. Koekkoek één van de meest bekende schilders van de Nederlandse romantiek.
Leermeester van o.a. Nuyen en Jongkind.
Literatuur
- 'Bij het portret van Andreas Schelfhout', Kunstkronijk, 1870;
- G.H. Marius, De Hollandsche schilderkunst in de 19de eeuw, 's-Gravenhage, 1920 (2e druk).
Bij Nuyen is het geen samenvoeging van anekdotische taferelen van ijsvermaak, maar lijkt het veeleer een episode uit een romantisch winterverhaal van een barre reis. Zijn werk sluit aan bij de bewogen romantische kunst, die hij tijdens een bezoek aan Frankrijk en Parijs had leren kennen.
Willem Roelofs, Meimaand te Noorden, 1882. Olieverf op paneel, 20,1 cm x 42,2 cm
In de loop van de negentiende eeuw maakten sommige kunstenaars zich los van zowel het romantische als het traditionele landschap en ontwikkelden een nieuwe benadering van de natuur. Eén van hen was Willem Roelofs. In zijn weergave van het landschap verdween het verhalende element. Hij concentreerde zich op de wisselende verschijningsvormen van de natuur, die hij dikwijls ter plaatse - in de open lucht -probeerde vast te leggen.
In Roelofs 'Meimaand te Noorden' hebben de romantische effecten van Nuyen en de vakbekwame detaillering van Schelfhout plaats gemaakt voor de directe weergave van de indruk, die het Hollandse polderlandschap op hem maakte.
Willem Roelofs
Amsterdam 1822 - 1897 Berchem. Leerling van o.a. H. van de Sande Bakhuyzen
in Den Haag 1840. Studiereis langs de Rijn in 1841. Werkzaam te Utrecht tot 1847; 1848-1887 te Brussel, sinds 1887 in Den Haag. Een verblijf in Barbizon 1851 en Fontainebleau 1852 opent hem de ogen voor de nieuwe schilderwijze van de Barbizon-school. Schilder van het polderlandschap, behoorde tot de eerste generatie van de Haagse school.
Literatuur
- H.F.W. Jeltes, Willem Roelofs, bijzonderheden betreffende zijn leven en werk, Amsterdam, 1911 ;
- Jos de Gruyter, De Haagse school, Rotterdam, 1968.