Albrecht Daniëls

Albrecht Daniëls

Foto: Jacques Sonck

Een goed kunstwerk is een noodzakelijk werk

Albrecht Daniëls woont in de Dorpsstraat van een stemmig dorp, Oud-Heverlee. Op het eerste gezicht valt zijn huis in de lange rij  gelijkaardige dorpshuizen niet op. En de graficus zelf is ook niet dominerend prominent aanwezig in de kunst- en mediawereld: geen grootspraak, geen performances, geen choquerende elementen, geen capsones. Hij laat de kunst spreken. Daar hebben de media niet altijd oor voor, laat staan oog. Hij werkt in de stilte van zijn huis en zijn dorp aan zijn levenswerk. Maar zijn scheppende hand laat wel sporen na. Je ziet het als je het wil zien. 

De Dorpsstraat dus. Een wit huis in een lange rij van gevels. Op de brievenbus schotse en scheve letters die als regendruppels naar beneden glijden.  Boven de bel een gelukzalig engeltje.

De poes. En in de hal een luster waarin uit een wolk van zilveren guirlandes en glimmende kerstballen twee paar houten benen steken. 'Het onthaal mag feestelijk zijn', glimlacht Albrecht Daniëls. Aan de muren van de woonkamer grafisch werk: viermaal het verwrongen gezicht van een bolwangige piccolo in zwart en wit en dezelfde piccolo groter en met toevoeging van groen en rood. 'Ik zit 's avonds graag naar mijn werk te kijken', zegt de graficus. 'Ik sta er gespannen kritisch tegenover. Als het werk na een paar maanden nog goed is, dan is het goed. En mag het naar de zolder.' Er staat een zetel met voeten en bekleed als een koe. Een salontafel met aan weerszijden een uit hout gesneden hoofdje van een man en een vrouw. Meer hoofdjes. Onder een stutbalk van het plafond. Hoog op een kast. Met uitpuilende ogen van knikkers. Of met borstelhaar. Ze zijn grappig. Haast volks. 'Ik werk met hout om de beperktheden eigen aan de grafiek te ontlopen', zegt hij. 'Er zijn andere dimensies in het beeldhouwen. Ik kan meer met kleur werken. En het werkt relativerend.' De beeldjes zijn grappig, maar ontlokken geen schate­rlach. Ze hebben de glimlach van de poëzie. 'Ik vertrek vanuit de volkskunst', zegt Albrecht Daniëls. 'Volkskunst is eerlijk, spontaan, vrijblijvend. Op rommelmarkten vind ik vaak prachtige dingen. Maar ik wil iets toevoegen vanuit mijn persoonlijkheid, vanuit mijn individuele denkwereld. Ik wil het triviale, het banale, overstijgen. 

Volkskunst inkleuren met mijn fascinaties. Snijd ik een hoofd, dan zal ik er bijvoorbeeld een helm van Lego aan toevoegen. Of een kitscherige oorbel van goedkoop glas. Ik hou wel van het kitscherige', zegt hij. Zoek in zijn werk niets goedkoops of karikaturaals, geen geweld ook, en geen ontluistering van de medemens. 'Ik hou van de mens', zegt hij. 

Het hoofd is een constante in je werk, zeg ik 'Er wonen zes miljard mensen op de wereld', antwoord Albrecht Daniëls. 'Geen enkel hoofd is identiek aan het andere. De vormgeving is standaard, hoewel verrijkt met miljoenen nuances. Er zitten zo'n verrassende elementen aan, als: ogen, lippen, haar,... Ik ben geen psycholoog en psychologeer ook niet: maar wat gaat niet allemaal om in die hoofden?' In zijn grafisch werk neemt het aantal hoofden eveneens hand over hand toe. 'Ja, maar ik hou ze wel essentieel', zegt Albrecht Daniëls. 'Het is een zoektocht naar wat je allemaal kan doen met losse toetsen, vlekken, strepen, krullen,... om een grafiek te bereiken die niet saai of voorspelbaar is. Grafisch kunst heeft te lang en te veel opgesloten gezeten in een beperkte wereld van technische perfectie. Het was meer: kijk eens hoe virtuoos ik ben in de techniek, dan wel: kijk eens naar wat ik heb gecreëerd. Alsof het alleen om handigheid en stijlbeheersing zou gaan. Ik vind overigens ook niet dat ik een stijl heb of een persoonsgebonden stijl nastreef. Ook stijl zou me van mijn vrijheid beroven.' Opvallend is de soberheid die Albrecht Daniëls hanteert. Kleur ontbreekt vaak totaal: 'Ik ben geen colorist, nee. Schilderen is niet aan mij besteed. Ik hield het heel lang alleen bij zwart en wit. En met zwart en wit probeerde ik diepte en reliëf aan mijn werk te geven. De laatste tijd breng ik eerder combinatieve kleuren aan middels groen en rood. Die kleuren trekken aan en stoten meteen ook af. Het bindmiddel kan wat goud zijn. Groen en rood scheppen verwarring. Maar dat is ook zo in het hoofd van elke mens: het is daar een flinke warboel, wees gerust. Een hoofd zit vol spanning. Het uiterlijk is pure materie. Maar vergis je niet: het is een vat opgevuld met ideeën, gedachten, met bewustzijn en onderbewustzijn. Met zachte en harde kleur schreeuw je die conflicten uit.' 

Hij denkt na. Hij denkt over zijn werk na en over de mens. 'Ik ben met mijn werk bezig en tracht het te verbeteren. Dat kan niet zonder er voortdurend mee bezig te zijn. Maar er hoeft geen intellectuele uitleg bij. Ik ga niet op een schavotje staan roepen. Kunst spreekt aan of spreekt niet aan. Roept al dan niet emotie op. Daarvoor hoef je niet te verglijden tot Efteling-kunst. Maar nogmaals: ik ben er mee bezig. Elke dag. In stilte. In de stilte van mijn hoofd en mijn atelier. En steeds weer keert dezelfde vraag terug: hoe maak ik iets dat ik voordien nog niet gemaakt heb? Hoe kom ik onderuit aan verwach­tingen die anderen mij willen opleggen? Niets is zo saai als de voorspelbaarheid of het voorspelbaar-zijn. 

Albrecht Daniëls neemt me mee naar zijn atelier. De poes ligt languit op een naar de hemel opstijgende engel. Het onverwachte bezoek stoort haar niet in het minst. 'Ik hoef me met niemand te meten', zegt hij. 'Ik wil bezig blijven. Op mijn manier, met mijn middelen. 
Ik hoef niet zonodig tentoon te stellen, te verkopen. Let wel: ik mag graag met mijn werk naar het publiek toegaan en verkopen is altijd een vorm van appreciatie. Maar alleen daarvoor doe je het niet.

Als je puur commercieel bezig bent, zit je fout. Elk kunstwerk is pas een kunstwerk als je er vanuit een diepere persoonlijke gedreven­heid aan gewerkt hebt. Kunst die niet in noodzaak wortelt, is geen kunst. Een goed kunstwerk is een noodzakelijk werk. Is levensnoodzakelijk.' 

OKV Plus 1999.2, SMAK Gent

de Opening - S.M.A.K.

In mei 1999 opent het S.M.A.K. in het gerenoveerde Casino-gebouw in het Citadel park. Dit belooft een groots cultureel evenement te worden. Het Gentse museum was bij de oprichting in 1975 het eerste Belgische museum gewijd aan hedendaagse kunst. De collectie die momenteel uit meer dan 2000 stukken bestaat, wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste verzameling hedendaagse kunst in een Vlaamse openbare instelling en heeft een zeer grote internationale uitstraling. 

Het museum opent met een tentoonstelling waarin de collectie voor het eerst sinds jaren in volle luister te zien zal zijn. Zes maanden lang kan het publiek vanuit de collectie van het S.M.A.K. een beeld krijgen van de ontwikkelingen in de hedendaagse kunst vanaf '45 zoals deze door het museum is geconcipieerd.

Vertrekkend vanuit eigen prioriteiten binnen de academische kunstgeschiedenis actualiseert het museum een ondervragende dialoog over kunst, het museum en zijn noodzakelijke maar gecom­pliceerde verhouding tot de samenleving. Binnen de tentoonstelling zullen er ruimtes zijn waarin werken van diverse kunstenaars een relatie met elkaar aangaan, in andere gevallen wordt een ruimte aan één enkele kunstenaar of zelfs één enkel werk gewijd. In zijn totaliteit betekent dit een nomadisch aftasten en onderzoeken van de collectie, een zoeken naar spanningsvelden en conflicten. In functie van deze keuze worden in de loop van de tentoonstelling internationale partnermusea uitgenodigd. Zij krijgen de mogelijk­heid vanuit hun collectie een antwoord op 'de Opening' te formu­leren. Naast een onverwachte kijk op de collectie creëren deze infiltraties de mogelijkheid om telkens nieuwe publieksmomenten te hebben. Tijdens deze periode worden diverse activiteiten gepland en zullen er wisselende infiltraties van werken van andere 'bevriende' Europese musea zijn. 

Praktisch

Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Gent. Van 9 mei tot 5 december 1999

Tentoonstellingen Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis

Rugsierraad, Tekke-Turkmees, Afghanistan, 19de eeuw, verguld zilver met Karneolen en glasparels

Rugsierraad

Tekke-Turkmees, Afghanistan, 19de eeuw

verguld zilver met karneolen en glasparels

Foto: Blindenmuseum - KMKG 

Tussen oost en west - Reizen langs de zijderoute

Het Museum voor Blinden heeft een jarenlange ervaring in het organiseren van tentoonstellingen voor blinden en slechtzien­den. Deze keer beperken ze zich echter niet tot één enkele beschaving, een historische periode of een welbepaald materiaal, maar nemen ze u mee op een lange reis van 17 eeuwen langs de zijderoute door China, het Nabije-Oosten en enkele Centraal­-Aziatische landen. De bezoekers kunnen er luxueuze zijden en tere wollen stoffen betasten en de geuren van steranijs, koriander, saffraan, aloë en wierookhars opsnuiven, terwijl op de achtergrond de geluiden van de soeks weerklinken.

Mingei, Japanse Volkskunst

Het begrip 'Mingei' verwijst naar de hoogwaardige ambachtelijke Japanse volkskunst die vooral bloeide tussen de 17de en de 19de eeuw.

Het betreft dagelijkse gebruiksvoorwerpen 'door het volk en voor het volk' waarbij het esthetische aspect sterk bepaald wordt door het functionele. Dit uit zich in een uiterst sobere vormgeving, waardoor de Mingei-productie bijna hedendaags aandoet. 

Lak kommetje, EDO-periode, 19de eeuw

Lak kommetje

EDO-periode, 19de eeuw

Foto: Japanse Toren - KMKG

De overeenkomsten met het huidige industriële design zijn onmiskenbaar. 

Het materiaalgebruik is zeer verscheiden en omvat textiel, aarde- ­en lakwerk, hout en metaal. Het houtwerk neemt een belangrijke plaats in met zowel religieuze beeldjes en meubilair als speelgoed en huishoudelijke gebruiksvoorwerpen. Ondanks de 19de-eeuwse industrialisatie en later de Tweede wereldoorlog kan de Mingeivolkskunst zich handhaven. Zij spitst zich evenwel toe op een kleiner, elitair publiek. Een honderdtal topwerken uit de befaamde collectie van Jeffrey Montgomery  wordt nu uitzonderlijk in de Japanse Toren tentoongesteld.

Praktisch

Museum voor Blinden - KMKG, Brussel, nog tot 31 oktober 1999

Japanse Toren, Brussel. Nog tot 29 augustus 1999

Demarches - Tentoonstelling rond hedendaagse kunst

De titel van de manifestatie verwijst zowel naar de tentoonstellingslocatie als naar het concept van de tentoonstelling. 

De tentoonstellingsruimten die voor deze manifestatie in aanmer­king komen, liggen letterlijk in de marges van pleinen waarrond de stad zich organiseert. Het plein refereert aan een symbolische maar illusoire éénmaking van de publieke ruimte. In Demarches wordt het plein gekoppeld aan zijn marges, aan de zones die niet zijn opgenomen in de uniformiteit. 

De kunstenaars zullen zoveel mogelijk elk een eigen ruimte krijgen waarin zij binnen de context van het concept hun 'demarche' waarmaken. Zowel binnen- als buitenlandse, zowel internationaal gereputeerde als jonge beloftevol Ie kunstenaars zijn uitgenodigd. Een aantal van hen zal speciaal voor deze manifestatie nieuw werk maken, anderen tonen bestaand, maar nooit eerder geëxposeerd werk.

Praktisch

De tentoonstelling wordt georganiseerd door de Stedelijke Musea van Leuven en op verschillende locaties in Leuven getoond. Van april t.e.m. 1999

Peter Blatt, Wir müssen uns wiedersehen, 1998, Groteskinitiaal in koorboek, 16de eeuw.

Links: Peter Blatt, Wir müssen uns wiedersehen, 1998.

Foto: Peter Blatt

Rechts: Groteskinitiaal in koorboek, 16de eeuw.

Foto: Stadsarchief, Mechelen

De schatkamer van Alamire - Muziek en miniaturen uit keizer Karels tijd (1500-1535)

Petrus Imhoff uit Nürenberg, wiens naam in onze streken werd vertaald in Van den Hove, was een fascinerende figuur en artiest. Een grote reputatie verwierf hij onder het pseudoniem Petrus Alamire (ca. 1470-1536). Deze naam koos hij uit de muziekleer van die tijd. Later vestigde hij zich in de nabijheid van het Mechelse hof, waar hij als 'garde et escripvain de livres' in dienst trad van Filips de Schone, Margaretha van Oostenrijk en aartshertog Karel. 

Aan de hand van rijkelijk verluchte handschriften die, ten tijde van Margaretha van Oostenrijk en de snel machtig wordende aartshertog Karel, in het atelier van Alamire in Mechelen werden gemaakt, wordt het muziekleven van dat ogenblik geëvoceerd. Deze periode betekende immers het hoogtepunt van de polyfonie met de Lage Landen als toonaangevend centrum. Daardoor kreeg deze kunstvorm de benaming 'Vlaamse polyfonie'. Er zal veel aandacht gaan naar het wezen van deze polyfone kunst: wie waren de componisten, hoe werd deze muziek genoteerd, hoe werd ze uitgevoerd, hoe heeft deze muziek geklonken... 

De muziekhandschriften worden in het schip van de expositieruimte Predikherenkerk getoond volgens hun historische rol en betekenis. Vele van die handschriften werden immers gemaakt voor eigen gebruik, maar meer nog als geschenk naar aanleiding van een vorstelijk huwelijk, een vredesverdrag, een keizersverkiezing enz. Andere werden dan weer vervaardigd in opdracht van rijke hofdignitarissen of rijke handelslui als Fugger, Occo,...  Aan het einde van een reeks van zo'n 40 bewaarde boeken, wordt geïllustreerd hoe deze perkamenten bladen in de eeuwen nadien als boekversteviging werden gebruikt en nu als fragmenten uit koorboeken kunnen worden getoond. 

In de zijbeuken van de kerk wordt enerzijds het rijkelijke en boeiende leven van Petrus Alamire geëvoceerd aan de hand van brieven, portretten, objecten en reproducties uit de handschriften, en anderzijds de aard van de Vlaamse polyfonie van dat ogenblik uiteengezet.

Praktisch

Predikherenkerk, Leuven. Van 25 september tot 5 december 1999

Tentoonstellingen Museum voor Sierkunst en Vormgeving, Gent

A.D Copier, Leerdam Unica, 1928. Museum voor Sierkunst en vormgeving, Gent

A.D Copier, Leerdam Unica, 1928.

Museum voor Sierkunst en vormgeving, Gent

Foto: Tom Haartsen

5 x 5 stoelen: de klassiekers van het Finse modernisme

Finland trad later dan de andere Scandinavische landen naar buiten als nationale eenheid met een eigen vormgeversfilosofie. Op de Triënnales van Milaan in de jaren '50 wisten ze evenwel internationaal de aandacht te trekken. 

Pionier van de Finse vormgeving is ongetwijfeld Alvar Aalto. Zijn meubelontwerpen van gelamineerd hout worden gerekend tot de klassieken van de moderne vormgeving. Aan de hand van een vijftal van zijn stoeldesigns, aangevuld met ontwerpen van Ilmari Tapiovaara, Yrjö Kukkapuro, Yrjö Viherheimo en Jouko Järvisalo, brengt de tentoonstelling een beeld van de vernieuwende ideeën vanaf het modernisme tot vandaag.

De successen van Leerdam

0p 18 juni 1878 werd het vuur voor de eerste smeltoven ontstoken in Leerdam. Deze tentoonstelling zal een beeld brengen van de ontwikkeling van de glasfabriek in de afgelopen 120 jaar. Om een zicht te krijgen op de verschillende aspecten van de fabrieksproductie, worden naast de glasserviezen ook Leerdam unica, persglas en verpakkingsglas getoond.

Praktisch

Museum voor Sierkunst en Vormgeving, Gent. Van 25 juni tot 1 september 1999

Gesnelde kop van de Dayak

Gesnelde kop van de Dayak

Dodenrituelen en Koppensnellers - De cultuur van de Dayak op Borneo

De Dayak worden als de inheemse bevolking van het eiland Borneo beschouwd. Dayak is de verzamelnaam voor een groot aantal volken en etnische groepen die onderling in taalkundig en cultureel opzicht verschillen. Het aantal Dayak-stammen wordt op meer dan 300 geschat.

Elke groep heeft zijn eigen taal, cultuur en kunstuitdrukking. Ondanks de verschillen hebben de Dayak-stammen funda­mentele overeenkomsten: zij bewonen de grote rivieren, hebben een vergelijkbare economie en delen vooral eenzelfde wereldbeeld en dezelfde religieuze opvattingen.

Het koppensnellen is de spectaculairste uiting van de religie van de Dayak. Het gebruik moet vooral gesitueerd worden in het kader van begrafenisrituelen. Via offers stelden de Dayak alles in het werk om de zielen van de gevallenen gunstig te stemmen. De gedachte die ten grondslag ligt aan het koppensnellen, is het verkrijgen van de magische kracht die in de kop van de gesnelde, altijd iemand van een vijandelijke stam, aanwezig is. Die potentie bevorderde gezondheid en een lang leven voor de hele stam. Bij epidemieën offerde men schedels aan ziektedemonen om die ver weg te houden en men snelde ook koppen om de vruchtbaarheid van de aarde te bevorderen. De schedel was dus een zeer begeerd bezit, maar werd tegelijk ook gevreesd. De hoofden werden opgehangen in de galerij van de woning. 

De tentoonstelling zal op een zo breed mogelijke manier inzicht verschaffen in de cultuur van de Dayak en zal hierom bestaan uit twee grote delen: een deel dat informatief het land, de geschiedenis, de fauna en de flora en het dagelijks leven van de Dayak zal tonen en een deel dat hun geestelijke cultuur in het algemeen en de dodenrituelen en koppensnellerij in het bijzonder presenteert. De tentoonstelling zal een unieke reeks van een 50-tal gesnelde koppen bevatten en honderden objecten uit de materiële en geestelijke cultuur van de Dayak.

Praktisch

Stedelijk Museum, Sint-Niklaas. Van 6 juni tot 10 oktober 1999

Tentoonstelling Museum voor Schone Kunsten van Gent

Van Eyck-Serse

In deze tentoonstelling wordt het werk van de Vlaamse Primitief Jan van Eyck geconfronteerd met het werk van de hedendaagse Italiaanse kunstenaar Serse.

In de centrale tapijtenzaal van het museum wijken de tapijten gedurende deze tentoonstelling voor de monumentale tekeningen van Serse, terwijl Van Eyck getoond wordt aan de hand van de foto's op ware grootte van A. Dierick. 

Serse deelt met Jan Van Eyck de kracht van de pure waarneming en de doorgedreven detaillering, de verwondering van de kunstenaar over de schepping en de materie. De tentoonstelling is een samen­werking met het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst Gent en de Galeria Continuea in San Gimignano. 

Praktisch

Museum voor Schone Kunsten, Gent. Van 23 mei tot 27 juni 1999 

Verwoest gewest-geweest-gewist - Het herwinnen van een stad en regio. Ieper 1919 -...

80 jaar geleden waren de stad leper en de omliggende dorpen één pokdalig maanlandschap vol kraters, puin, schroot... kortom: het Verwoeste Gewest.

Wederopbouw van de hotels op het stationsplein van Ieper, 1919

Wederopbouw van de hotels op het stationsplein van Ieper, 1919

Foto: In Flanders Fields Museum, Ieper

Over de wederopbouw van Ieper is al veel gezegd, maar nog lang niet alles. Na de Eerste Wereldoorlog waren leper en de omliggende dorpen en landerijen zo verwoest dat ze ook door officiële instanties als de Verwoeste Gewesten werden bestempeld. Tien, twaalf jaar later was al zoveel hersteld dat de verwoesting was geweest, en de oorlogsvernietiging als het ware was gewist uit het geheugen van stad en land. 

De tentoonstelling bekijkt, naast de overduidelijke urbanistische en bouwkundige aspecten van de wederopbouw, uitgebreid de sociale, culturele en filosofische kant van de zaak. Zo ging de terugkeer van al dan niet oorspronkelijke bewoners gepaard met een acute nood aan tijdelijke woningen, waaronder de gekende barakken van het Koning Albert-fonds. De institutionele maatregelen, getroffen door de Belgische en lokale overheden, worden belicht naast de particuliere initiatieven en internationale hulp. 

Ook het oorlogstoerisme - dat vrijwel onmiddellijk na de wapen­stilstand op gang kwam en nooit meer gestopt is - vereiste dadelijk bepaalde voorzieningen zoals hotels, restaurants, 'souvenirshops',... Maar ook het sociaal, religieus en cultureel leven herstelde zich: bioscopen, musea, bibliotheken, kerken en kloosters, scholen, de rechtbank en de gevangenis, het verenigingsleven,... kwamen allemaal terug.

De tentoonstelling zal opgedeeld worden in 10 'hoofdstukken', opgehangen aan het persoonlijke verhaal van telkens één figuur. Ze moet niet enkel de fysieke verrijzenis van stad en streek illustre­ren maar evenzeer de mentale: hoe herwin je het weefsel van een samenleving? 

Open Monumentendag Vlaanderen - 'Via Europa. Reisverhalen in steen'

De Open Monumentendag Vlaanderen wordt in 1999 een bewogen dag. 'Europa, een gemeenschappelijk erfgoed', het Open Monumentendag-thema in enkele tientallen landen, wordt hier een verhaal van mensen, ideeën, cultuuruitingen en handelsgoederen die in beweging en op reis zijn. 

Om de reis van de Open Monumentendag 1999 een richting en een bestemming te geven viel de keuze op drie categorieën van Europese subthema's. 

  • Buitenlandse verhalen in monumentenlevens

In veel van de biografieën van gebouwen speelt in één of meer periodes het (Europese) buitenland een grote rol. Zo verbleven in heel wat gebouwen ooit belangrijke bewoners en eigenaars. Of er speelden zich gebeurte­nissen van Europese allure af. Misschien koos de gerenommeerde architect een buitenlands model of was hij zelf buitenlander ... 

  • Andermans gezag

Het gebied dat we nu 'Vlaanderen' noemen, stond in veel periodes politiek-militair niet op eigen benen, minstens gedeeltelijk. Bewindvoerders uit andere landen zwaaiden voor korte of lange tijd de scepter. Dat drukte zijn stempel op onze streken, ook op het bouwkundig erfgoed. 

  • Europese sporen in het landschap

De wegen zorgden voor de Europese bloedcirculatie. De meest diverse mensen en goederen verplaatsten er zich op. Handelaars, kunstenaars, reizigers, soldaten, weten­schappers, ... aan het eind van hun reis werden ze voor korte of langere tijd geherbergd of bouwden ze een al dan niet tijdelijk eigen onderdak. 

Indian Summer - De eerste naties van Noord-Amerika

Fool Bull (Sioux Medecine Man), ca. 1900

Fool Bull (Sioux Medecine Man), ca. 1900

Foto: Library Congress, Washington

De korte maar mooie nazomer, net voor de herfst, noemt men in het noorden van Amerika 'Indian Summer'. Het is precies in deze periode dat de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis hun grote tentoonstelling van 1999, gewijd aan de Indianen van Noord-Amerika, zullen openen. 

De tentoonstelling schetst de geschiedenis en de cultuur van de Eerste Naties in Noord-Amerika vanaf de voor-Europese periode tot vandaag, van de Inuit in het arctisch gebied en de Sioux in de vlakten tot de Seminolen in het zuidoosten en de Apachen in het zuidwesten. Ze brengt een realistisch en levendig beeld van deze Indianen, hun gebruiken, hun religie, hun sociale organisatie, hun dagelijks leven en hun kunst. Het is de eerste grote tentoonstelling over dit thema in Europa sinds 30 jaar. 

Er werd een selectie gemaakt van een zeshonderdtal archeologische en etnografische stukken, afkomstig uit de meest prestigieuze Amerikaanse en Canadese verzamelingen. Een aantrekkelijke en levendige enscenering, met reconstructies van woningen, met foto's, videoschermen en  multimedia-technieken, plaatst de werken in de juiste context.

Praktisch

Jubelparkmuseum, Brussel. Van 23 september 1999 tot 26 maart 2000

Zilver voor Sir Anthony, Mattheus Melijn, Het huwelijk van Giovanni Battista Spinola (detail), 1636, De Barok en het hedendaagse diamantjuweel, Chatelijne, Veerle Van Wilder en Halssnoer van Alain Roggeman

Boven: Zilver voor Sir Anthony, Mattheus Melijn, Het huwelijk van Giovanni Battista Spinola (detail), 1636

Rijksmuseum Amsterdam

Fotodienst Provinciale Musea Antwerpen

Onder: De Barok en het hedendaagse diamantjuweel

Chatelijne, Veerle Van Wilder(links) en Halssnoer van Alain Roggeman (rechts) 

Foto's: Provinciaal Diamantmuseum, Antwerpen

 

Zilver voor Sir Anthony

Met het Antwerps kerk-, huis- en gildenzilver uit de eerste helft van de 17de eeuw wil het Zilvercentrum een beeld schetsen van de opmerkelijke luxe waarmee geestelijkheid, adel en burgerij zich in de havenstad hebben omringd. De tentoonstelling belicht eveneens het vakmanschap van vermaarde edelsmeden uit de Nederlanden, die net als Antoon van Dyck naar Londen en Genua zijn uitgeweken en er hebben bijgedragen tot de pracht en praal van de Europese hoven.

De Romantische Recuperatie

Als geen tweede kunstenaar heeft Van Dyck een directe invloed gehad op de historieschilderkunst van de vorige eeuw.

Nicaise De Keyser, De scholen van het Noorden: Vlaanderen, Holland, Frankrijk en Engeland, 1876

Nicaise De Keyser, De scholen van het Noorden: Vlaanderen, Holland, Frankrijk en Engeland, 1876. Musée des Beaux-Arts, Nice

Foto: M. De Lorenzo

Zijn beroemde iconografie stelde schilders, grafici en beeldhouwers in staat te weten hoe onze 17de-eeuwse kunstenaars eruit zagen. Op basis daarvan konden dan tal van romantisch opgevatte taferelen uit het dagelijks leven van onze artistieke voorvaderen gerealiseerd worden. 

Naar aanleiding van de herdenking van Van Dyck worden de Antwerpse negentiende eeuw en de kunstproductie van die tijd in de schijnwerpers geplaatst. De tentoonstelling wordt opgevat als een lezing van schilderijen en decoraties die op verschillende locaties hangen en die de facto vaak naschilderingen zijn van Van Dycks iconografie. 

Eén van de primeurs én blikvangers op de tentoonstelling zal ongetwijfeld het ensemble van 4 doeken door Nicaise De Keyser zijn met de voorstelling van de belangrijkste kunstenaars vanaf de oudheid tot de 19de eeuw.

Praktisch

Hessenhuis, Antwerpen. Van 15 mei tot 31 oktober 1999

Ontdekkingsreizen anders

Het Gentse Schoolmuseum organiseert een dubbeltentoonstelling rond de grote ontdekkingsreizen en de ingebruikname van enkele tot dan toe ongekende producten die vanuit de nieuwe wereld worden aangevoerd. 

Voor het eerste luik van de tentoonstelling, die plaats vindt in het Schoolmuseum, werd een 16de-eeuws galjoen gedeeltelijk nagebouwd op ware grootte. De leerlingen die de tentoonstelling bezoeken worden in het aanwervingskantoor gerecruteerd en maken kennis met de verschillende functies aan boord van een schip. 

Het tweede luik in het Hortusmuseum brengt de leerlingen in een onbekende wereld met een mystieke cultuur waar ze op zoek gaan naar nieuwe gewassen en producten die vandaag nog steeds zoveel betekenen voor onze Westerse samenleving.

Praktisch

Schoolmuseum Michel Thiery, Gent. Van 11 september 1999 tot december 2000.

Gestoorde vorsten, Museum Dr. Guislain, Prins Carnaval

Gestoorde vorsten Museum Dr. Guislain, Prins Carnaval

Foto: Joris Coudeville, Torhout

Gestoorde Vorsten

'L' état c'est moi!', citeerde naar verluid 'Zonnekoning' Lodewijk XIV.

In alle bescheidenheid zag hij zichzelf als brandpunt van de macht. Maar hij was niet de enige. Tal van anderen beweerden min of meer hetzelfde. Alleen droegen ze een kroon van bordkarton of lompen en verbleven ze niet in Versailles, maar in dulhuizen of gevangenissen. 

De vorst staat letterlijk op het staatstoneel. Blootgesteld aan de bewonderende of keurende blikken van zijn publiek, dirigeert hij het spel van zijn intriges en complotten, of wordt er zelf de speelbal van. Wanneer het hoofd van de staat niet goed bij zijn hoofd blijkt, valt hij onherroepelijk uit zijn rol. Rond de zieke kroon soebatten dokters en politici op het gewapper van verborgen agenda's over de beste remedies. Niet zelden wordt een zieke vorst een ledenpop.

Het museum Dr. Guislain probeert onze blik te verruimen van de kleine man met psychische problemen naar de kleine kantjes van de hoge pieten, al of niet 'gek'. Vorst en vaderland zijn tenslotte vaak elkaars spiegel aan de wand. 

Praktisch

Museum Dr Guislain, Gent. Van najaar 1999 tot de lente 2000

SubUrban Options - Fotografie en verstedelijking

Vinex-locatie, Meerhoven bij Eindhoven

Vinex-locatie, Meerhoven bij Eindhoven

Foto: Korrie Besems, in opdracht van Photo Work(s) in Progess II

SubUrban Options onderzoekt de betekenis van de fotografie-opdracht voor het denken over verstedelijking. 

Het uitgangspunt is de veronderstelling dat nieuwe benade­ringen in de landschaps- en stadsfotografie het denken over verstedelijking door planologen, stedenbouwers, landschaps­architecten en beleidsmakers kunnen verrijken. Fotografen hebben veel ervaring met het interpreteren, analyseren en in beeld brengen van culturele en sociale aspecten van de visuele werkelijkheid. Zij kunnen geijkte manieren van kijken doorbreken, op zijn kop zetten en uitdagen. Door uiteenlopende fotografische visies en interpretaties met elkaar te confronteren kan de planologische discussie worden verruimd. 

Planologen, stedenbouwers en betrokken beleidsmakers besteden vaak weinig aandacht aan de meer subjectieve aspecten van de stedelijke omgeving. Hoe beleven en gebruiken mensen hun omgeving en de plek waar zij wonen? Welke sociale, politieke en historische betekenis vertegenwoordigt de landschappelijke en stedelijke omgeving voor degenen die er wonen, werken en recreëren? 

In de tentoonstelling zijn de resultaten te zien van een aantal Europese fotografie-opdrachten met als thema 'verstedelijking', aangevuld met landschapsfotografie die in andere situaties tot stand is gekomen met als thema 'de stad' of 'het verstedelijkte landschap'.

Praktisch

deSingel Internationaal Kunstcentrum, Antwerpen. Tot 30 mei 1999

Tondo van Septimus Severus, Buchis-Stèle, Ny Carlsberg Glyptotek Kopenhagen

Links: Tondo van Septimus Severus, Antikensammlung Staatlichen Museen zu Berlin

Rechts: Buchis-Stèle, Ny Carlsberg Glyptotek Kopenhagen

Foto's: Provinciaal Gallo-Romeins Museum, Tongeren

Keizers aan de Nijl

We schrijven 48 voor Christus. Veldheer en staatsman Julius Caesar woont aan de Nijl met zijn geliefde Kleopatra aan zijn zijde. Vier jaar later komt hij op geweldadige wijze aan zijn einde. 

Kleopatra blijft koningin van Egypte en neemt opnieuw een Romeinse minnaar, Marcus Antonius. Een misrekening, zo blijkt: de geliefden worden door Marcus Antonius' politieke rivaal Augustus verslagen in de zeeslag bij Actium. Kleopatra kiest de dood. Egypte wordt in 30 voor Christus een deel van het Romeinse Rijk. 

Daarbij komt de Romeinse invloed in Egypte die in feite de doodsteek betekent voor de oude faraonische cultuur. Anderzijds worden Galliërs en Egyptenaren ineens 'rijksgenoten'. Daardoor krijgen ideeëngoed en producten van deze laatsten een onverwacht ruime verspreiding. 

'Keizers aan de Nijl' geeft een mooie impressie van de werkelijkheid: hoe de gemiddelde Egyptenaar leeft in de Romeinse tijd, zijn huisraad en kleding, zijn schoolkennis en literatuur, geestesleven, bijgeloof en religieuze opvattingen. Wat zeker zal bijblijven is dat 'Egypte' niet uitsluitend piramides, farao's en mummies hoeft te betekenen en dat het verhaal van een groot rijk in zijn eindtijd zo mogelijk nog intrigerender kan zijn dan de geschiedenis van zijn bloeiperiode.

Praktisch

Provinciaal Gallo-Romeins Museum, Tongeren. Van 25 september 1999 tot 6 februari 2000

Fragment uit 'Alexander en de Hopepriester Iaddo', 16de eeuw.

Fragment uit 'Alexander en de Hopepriester Iaddo', 16de eeuw. Stedelijk Museum Oudenaarde

Foto: Technifoto Wambeke Oudenaarde

Meer dan groen - Oudenaardse wandtapijten van de 16de tot de 18de eeuw

Vier historische gebouwen in Oudenaarde vormen het decor van een uitzonderlijke tentoonstelling van Oudenaardse wandtapijten. 

0ngeveer 95 wandtapijten, die over de hele wereld te bewonderen zijn in gerenommeerde musea of voor het publiek verborgen blijven in privé-collecties, keren tijdelijk naar hun 'geboorteplaats' terug.

Een derde van hen werd nooit eerder tentoongesteld of besproken in publicaties. Oudenaarde kende tussen de 15de en de 18de eeuw een bloeiende tapijtweefindustrie. De Oudenaardse wandtapijten haalden een hoog kwalitatief niveau en namen in de Vlaamse wandtapijtkunst een belangrijke plaats in. De tentoonstelling 'Meer dan groen' biedt een overzicht van wat er in Oudenaarde geproduceerd werd en toont aan dat er niet alleen zogenaamde 'verdures' geweven werden, maar ook talrijke tapijten, die populaire verhalen uitbeelden.

Praktisch

Stedelijke Dienst Toerisme Oudenaarde, Lakenhalle, Stadshuis, Sint-Walburgakerk, Herenhuis De Lalaing. Van 19 juni 1999 tot 3 oktober 1999

Frits Van den Berghe, De zonneschilder, olieverf op doek.

Frits Van den Berghe, De zonneschilder, olieverf op doek. Privé-collectie

Foto: Hugo Maertens

Frits Van den Berghe, retrospectieve

Vaak wordt zijn naam in één adem genoemd met die van Constant Permeke en Gustave De Smet. Inderdaad heeft Frits Van den Berghe (1883-1939) zich een tijdlang opgehouden in de (artistieke) nabijheid van deze twee vrienden. Maar méér nog geldt dat hij voortdurend zijn eigen overtuigingen heeft gevolgd en andere wegen gezocht. Daarbij blijkt zijn persoonlijk geluid de karakteristieken van de heersende stroming telkens te overstemmen. 

Zestig jaar na zijn dood probeert de retrospectieve in het PMMK diens positie in nationaal en internationaal verband af te bakenen. Zij realiseert een ontmoeting met het werk van collega's die voor Frits Van den Berghe van betekenis waren: Pierre Bonnard, Edvard Munch, Jan Sluijters, Gustave De Smedt, Leo Gestel, Ossip Zadkine, Joseph Cantré, René Magritte, Giorgio de Chirico, Egon Shiele, Max Ernst... er zullen zich verrassende raakpunten opdringen, maar evenzeer zal het eigenzinnig karakter van één van de meest vooraanstaande Belgische kunstenaars van de eeuw aan het licht komen. 

Zijn schilderkunst wordt gevoed door een scherpe zin voor natuur­wetenschappen, affiniteit met het surrealisme, belangstelling voor de psychoanalyse en kennis van wereldliteratuur, mythologie en volkskunde. Het centrale thema in het oeuvre van deze kunstenaar is steeds de mens geweest: de mens in zijn tragische onvolkomenheid en afhankelijkheid.

Praktisch

Provinciaal Museum voor Moderne Kunsten, Oostende. Van 25 juni tot 14 november 1999

Henry Moore

Als zoon van een mijnwerker genoot Henry Moore (1898-1986) aanvankelijk een onderwijsopleiding. Na zijn militaire dienst in WO 1, begint zijn kunstenaarsloopbaan in 1919 aan de Leeds School of Art. Van 1921 tot 1924 volgt hij les aan het Royal College of Arts te Londen. Hier is hij een aantal jaren leraar en later ook aan de Chelsea School of Arts. 

In het begin werkt Moore in steen en hout. Later gaat hij ook modelleren. Hij is zeer bereisd en heeft een grote belangstelling voor niet-Europese primitieve en archaïsche kunst en voor de vormen in de natuur, wat in de essentiële vormproblemen van zijn kunst tot uiting komt. Moore maakt ook heel wat tekeningen. Tot de meest bekende horen zijn 'Shelter Drawings' die hij tijdens de bombardementen maakte in de Londense metro, van mensen die daar hun toevlucht zochten. 

Het honderdste geboortejaar van Henry Moore is voor het Middelheimmuseum een unieke kans om zijn werk- zij het een jaartje later - op een ruimere schaal te kunnen tonen. Een aantal tekeningen van Henry Moore zullen bovendien te zien zijn in het MUHKA.

Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst Middelheim, Antwerpen. Van 22 mei tot 15 augustus 1999

Download hier de pdf

OKV Plus 1999.2.pdf