Opening CC Stadsschouwburg Sint-Niklaas

Op 4 oktober 1996 opent de gerenoveerde stadsschouwburg van Sint-Niklaas de deuren. 
Een schouwburg fungeert van oudsher als platform bij uitstek waar mensen en kunsten elkaar ontmoeten. 

De nieuwe stadsschouwburg van Sint-Niklaas.

De nieuwe stadsschouwburg van Sint-Niklaas. 

Vanuit de 9de eeuw reeds onderschreven de diverse stadsbesturen het belang van de aanwezigheid van een schouwburg. Historische besluiten van aanpassingen en renovaties, respectievelijk in het interbellum en in het zog van de jaren 60, vertolken deze zorg. 

Het overheidsinitiatief in het cultureel veld verdiepte zich sinds de jaren zeventig, en resulteerde in 1985 in de fundamentele keuze tot algehele renovatie van de stadsschouwburg met als opdracht: aanpassing aan technische eisen van een hedendaags podiumgebruik, optimaliseren van gebruik en comfort naar het publiek toe, architecturale profilering van een cultuurgebouw in een stadsweefsel en de natuurlijke inpassing in een stedebouw­kundige verschijningsvorm van een historische binnen­stad. 

Een architectenduo wist op schitterende wijze deze opdracht vorm te geven en de realisatie te begeleiden: architect Ro Berteloot, die reeds zijn sporen verdiende met de renovatie van het Gentse kunstencentrum Vooruit, en architect Koen Bogaert. Het concept werd bepaald op basis van drie dwingende criteria: het optimaal functioneren als schouwburg, het budget en de historische typologie die herkenbaar moest blijven. De financiële enveloppe bevatte 178 miljoen. De historische typologie werd vastgelegd in het bouwperceel, de neo­classicistische buitengevels, het behoud van de Art-Deco ingang, de algemene circulatie, het foyer en detailaspecten zoals het tongewelf in de zaal. 

Inhoudelijk wordt de programmatie in de schouwburg met 560 plaatsen gestuurd door de staf van het cultureel centrum van Sint-­Niklaas. De programmatie richt zich op een steunfunctie voor podiumgebruik door de plaatselijke verenigingen, logistiek incluis, en op een aanbod van professioneel materiaal dat alle podium­kunsten bestrijkt en een stevig artistiek niveau als waarmerk draagt Een opdracht als productie- of residentieplat­form wordt niet geschuwd.

Het openingsweekend mag toonaangevend zijn voor de vernieuwde werking en de vernieuwingsimpuls die de gerenoveerde schouwburg met zich meebrengt: een exclusief Monteverdi programma, de Blauwe Maandag Cie te gast met de monoloog "Het Mens" door Chris Lomme, Frank Groothof met "Carmen" van Bizet en de door Bertolucci gekozen Sint-Niklase popgroep Hoover. 

Praktisch

Tentoonstellingen in Sint-Niklaas

  • Stadsschouwburg, Vierkante Zaal CC, tot 20 nov.: Staf Pyl, overzichtstentoonstelling glas-­in-lood. Deze tentoonstelling werd gekoppeld aan een glasramenroute doorheen de hele provincie.
  • Stadsschouwburg, Het Voorgeborchte CC, vanaf 4 okt.: "Renovatie in beeld". Vijf persfotografen legden de verbouwing vast op gevoelige plaat. 
  • Stedelijk Museum Zwijgershoek CC, tot 27 okt.: "Hugo Claus als dubbeltalent"

Een nieuw adres voor Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen

Door het Stadsbestuur van Sint-Niklaas werd eind vorig jaar het Oud-Parochiehuis aan Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen aangeboden om te gebruiken als kantoorruimte. En dit tegen een meer dan faire huurprijs. Het gaat om de Rode Zaal op de bovenverdieping en de Blauwe Zaal beneden. Beide kamers - zo genoemd naar de kleur van de muurbeschilde­ring - kunnen exclusief door Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen worden gebruikt. De Witte Zaal, in de aan­grenzende Cipierage, kan worden aangewend in overleg met het Cultureel Centrum; de zolder die beide gebouwen - Oud-Parochie­huis en Cipierage - overspant wordt gedeeld met de Dienst voor Toerisme van Sint-­Niklaas. 

Een nieuw adres voor Openbaar Kunstbezit Vlaanderen, Sint-Niklaas

Het ensemble op de Grote Markt( van r naar l) gevormd door het "Landhuis" (1637, nr. 43), de "Cipierage" (1661-1162. nr. 45) en het "Oud-Parochiehuis" (nr. 46). getuigt van een statige voornaamheid. Links (nr. 47) is de westgevel te zien van de decanale kerk Sint-Nicolaas, waarvan de geschiedenis teruggaat tot 1262. Het gebouw op de hoek tussen "Landhuis" en "Cipierage", is het Postgebouw; dit gebouw werd opgetrokken in neo-renaissancestijl en dateert uit 1902. 

Het aanbod betekende voor Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen een invulling van de drie criteria die aan een eventuele nieuwe huisvesting werden gesteld: een geschikte ruimte, een interessante plaats en een stijlvol cachet. Met de 100m² kantoorruimte, plus de zolder en de Witte Zaal, werd aan de eerste voorwaarde ruimschoots voldaan. Een blik op de wegenkaart leert dat Sint-­Niklaas direct aan de E 17 zeer centraal gelegen is t.o.v. Antwerpen, Brussel en Gent;  en wat het derde criterium betreft, dit laten wij over aan het kritisch oordeel van de bezoeker. 

Het Oud-Parochiehuis

Op de kaart van Sanderus zien we al "int midden vande meert" een schepenhuisje staan. In 1653 zijn meier en schepenen er niet meer tevreden mee omdat het "maer is een plaetse alleene daer alle de weerelt moet hooren wat daer passeert ende getracteert wordt". Men vraagt en krijgt van de bisschop van Gent een stuk van het kerkhof en gaat naar Mechelen bij meester Ariaen Collaes, die diverse modellen maakt en hout en steen aankoopt. 
Oorlog, bevoorrading en logies van soldaten putten de stadskas zo uit dat er van bouwen niet onmiddellijk iets terecht komt. Pas in 1663-'64, kort na de aanpalende Cipierage, kwam dit Oudt stathuys tot stand. Meester Pieter vanÉ Berleere uit Gent maakte de modelle en eind oktober 1663 stak men den mey op het dak. Meester­metselaar was Jan Laureys van Waasmunster, meester­steenhouwer was Merten van Bierge van Temse. Ook Lucas Fayd'herbe wordt vermeld bij de ontwerpfase. 

Het Sint-Nicolaasbeeld boven in de rondboognis van de centrale topgevel werd oorspronkelijk vervaardigd in Avensnesteen door Philip Talboom in 1665. Nadat het tijdens een storm beschadigd werd, hermaakte Frans Van Havermaet het beeld in 1867. Van J.B. De Lateure is de sierlijke toegangstrap, gebei­teld in blauwe hardsteen en voorzien van een gracieuze smeedijzeren leuning in rococostijl. De inscriptie boven de deurlatei werd uitgevoerd in 1776. 

In de loop der tijden onder­ging het voormalige stadhuis diverse veranderingen en herstellingen. In 1823 werd de gevel in classicistische geest aangepast door het wit bepleisteren van alle bak­stenen muurvlakken, het verwijderen van alle venster­kruisen en -luiken en het aanbrengen van houten ramen. Tot 1844 bleef het gebouw als stadhuis dienst doen, nadien was er de Handelsrechtbank in gevestigd. 

Een reconstruerende restauratie had plaats van 1905 tot 1909. De restauratiewerken van 1980-'82 brachten ons weer voor ogen wat onze voor­ouders zagen na de veran­deringen en herstellingen van 1761. 

Praktisch

Nieuw adres voor Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen v.z.w. 

Oud-Parochiehuis Grote Markt 46 
9100 Sint-Niklaas 
Tel: 03/760 16 40 
Fax: 03/760 16 41 

Memling vanuit een zetel, internet

Memling vanuit een zetel

Vlaamse primitieven online 

Steeds meer musea zijn terug te vinden op het Internet. In Vlaanderen gaat het allemaal een beetje trager dan in Nederland, Groot-Brittannië, Frankrijk of de Verenigde Staten. 

Het initiatief komt meestal van een brave ziel die de thuispagina van een Vlaamse stad op het world wide web zet. Op dit wereldwijde netwerk van multimediale publicaties vormen teksten met leuke plaatjes altijd een publiekstrekker. De officiële Internet-kiosk van de Stad Brugge toont hoe slechts enkele reproducties en de teksten van een veredelde brochure heel de wereld kunnen laten weten wanneer het Memling-museum open is. Alle Brugse musea staan op de web-pagina. Zonder veel franje weliswaar, maar toch mooier dan de meeste andere web-sites van Vlaamse musea. De web-pagina van "Steengoed Vandenbroucke" in Kortrijk heeft bijvoorbeeld een aartslelijke fluorescerende, gifgroene achtergrond. 

Qua stijl en goede smaak doen de Franstalige Belgen het opmerkelijk beter. Het Félicien Raps museum in Namen is zonder meer een virtueel bezoekje waardig. Naast tal van werk van Raps staat er eveneens een tamelijk goede inleiding bij Raps' werk en leven. Het is alleen zonde dat de conservator koos voor krom Engels als tweede taal. Namen ligt immers vlak bij Vlaanderen. Het Musée de la Photographie in Charleroi bevat evenmin een Neder­landse tekst, maar wie dacht dat de Walen de enigen zijn die resoluut voor het Engels als enige vreemde taal kiezen slaat de bal mis. Het Museum voor Fotografie in Antwerpen is even anglofiel ( of franco­foob ). Het Antwerpse museum overtreft dat van de Karolingers op verschillende vlakken. De vormgeving is in beide gevallen zwart-wit, maar in Antwerpen is het allemaal wat gepolijster. Vorm echter zonder veel inhoud in vergelijking met de collega's uit Charleroi. Over de taalgrens kiest men voor exposities op het Internet in plaats van een reclame­campagne met sexy looks. Vanaf 8 augustus staan er tal van foto's over de Italianen van Wallonië (in de marge van de herdenking van de ramp van Marcinelle). 

De Brusselse musea geven qua taalbeleid wel het goede voorbeeld met Frans, Engels en Nederlands. Het leverde de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in verschillende Amerikaanse en Franse bladen terecht lof op. Voor de Vlamingen is het tof dat ze de Japanse Toren, het Chinees paviljoen, het Museum voor Midden-Africa in Tervuren en tal van koninklijke musea in hun moedertaal kunnen volgen via het net. 

Spijtig genoeg is er buiten het Museum voor Fotografie in Antwerpen slechts één Vlaams museum met een site op het Internet die kan wed­ijveren met de meest presti­gieuze buitenlandse instel­lingen. In Frankrijk investeert de overheid veel geld in web­presence. Het is er aan te zien. In Groot-Brittannië opende het rijke Victoria & Albert Museum in juli een internet­site. Het Musée des beaux­arts de Montréal ging na de juni-examens online en het Museum of Modern Art in New York zette zijn laatste versie van de Internet-­exhibitie online in hetzelfde weekend als het "Stedelijk" in Amsterdam. Het grote verschil tussen bijvoorbeeld het MOMA en het Horta-­Lambeaux Paviljoen is dat de Newyorkers het nieuwe medium Internet begrijpen en zich dus niet meer blind staren op de techniek. Een schilder of een designer denkt bij elke streep die hij zet toch ook niet over de techniek en het materiaal dat hij hanteert. Zelfs het museum voor precolumbiaanse kunst in Santiago de Chile heeft een Internet-project van niveau. Vlaanderen ziet het nog een tikkeltje te primitief. De toegevoegde waarde, de lokvogel voor de binnen- en buitenlandse bezoeker ontbreekt. Hopelijk verandert één en ander nu de digitale kunst-site ISDM gehuisvest zal worden door Riverland. 

Praktisch

http://www.africamuseum.be/
http://www.vam.ac.uk
http://www.atms.be/museum_fotografie/lndex.html
http://www.mbam.qc.ca
http://www.museums.ch
http://www.museumserver.nl
http://www.ciger.be/namur/musees/rops/
http://www.arïcham.be
http://www.moma.org
http://www.brugge.be
http://www.kortrijk.be
http://www.cicb.be/shoah/
http://www.isdm.be
http://www.dma.be/kultuur/musea/
http://www.plug-in.be/
http://www.riv.be

Horta-museum. eetkamer. Van Eetveldehuis (wintertuin). Tentoonstelling "Victor Horta" in het Paleis voor Schone Kunsten. 

Links: Horta-museum. eetkamer. Tentoonstelling "Victor Horta" in het Paleis voor Schone Kunsten. 

Rechts: Van Eetveldehuis (wintertuin). Tentoonstelling "Victor Horta" in het Paleis voor Schone Kunsten. 

Horta

Europalia organiseert dit najaar een eerste belangrijke retrospectieve rond de Belgische architect
Victor Horta.

Als pionier van de art nouveau heeft Victor Horta ( 1861-1947) een grote uit­straling in binnen- en buiten­land. Vanaf 1 893 introdu­ceerde hij deze nieuwe architectuur met enkele opmerkelijke ontwerpen voor woningen in Brussel: het Tasselhuis, het herenhuis Solvay, het Van Eetveldehuis, zijn eigen woning en het Aubecqhuis. Voor de jonge socialistische partij bouwt hij het Volkshuis. Na zijn verblijf in de Verenigde Staten geeft hij zijn architectuur een nieuwe wending die duidelijk tot uiting komt in het Paleis voor Schone Kunsten, opgericht tussen 1922 en 1929. 

Het PSK is 'gastheer' én een van de onderwerpen van deze tentoonstelling. Maquettes van inmiddels afgebroken Horta-gebouwen, reconstructies van art-nouveau-interieurs, originele tekeningen, meubelen, details van de bouwcampagne van het PSK en bouwfragmenten illustreren Horta's evolutie van art nouveau naar art deco. Architectuur is voor Horta een totaalkunst. In deze uitzonderlijke tentoonstelling worden zijn opvattingen over natuur, licht, ruimte en planconcept in een indruk­wekkend kader toegelicht. 

Praktisch

Paleis voor Schone Kunsten, Brussel. 4 oktober tot 5 januari 1997

"Het Laddertje & Co"

Een gloednieuw kinderboekje over hedendaagse kunst

In het MUHKA, het Museum van Hedendaagse Kunst, zijn kinderen steeds welkom. Met actieve rondleidingen, leuke museumspelen en aangepaste folders ("Kinderpraat" en "Jongerengids") wil de Educatieve Dienst een brug slaan tussen de kunstwerken en de (jonge) bezoekers. De bedoeling is om kinderen op een plezierige wijze in contact te brengen met hedendaagse kunst. 

"Het Laddertje & Co"

"Het Laddertje & Co" kost 250,-BF en is te verkrijgen aan de balie van het MUHKA. U kan het boekje ook bestellen op rekeningnummer 409-8537241-24. Het boekje wordt u dan opgestuurd. Het pakket van video en boekje kost 450,-BF. 

"Velen zeggen: "een museum­bezoek, da's niets voor kleuters ( ... ). Het tegendeel is maar al te vaak waar. De spontaneïteit en de openheid waarmee kleuters elke nieuwe uitdaging tegemoet treden, geeft hen een bijzon­dere kijk, ook op kunst. Ik ben er van overtuigd dat het ook voor de kleine kleuter een boeiende en bijzonder leerrijke uitstap kan zijn. (Kleuterleidster Els Van Havere, 1992) 

Zo ontstond in 1996 bij de Educatieve Dienst de idee om een kinderboekje te maken: "Het Laddertje & Co". Uitgangspunt was de video  "Het Laddertje" uit 1993, een samenwerking tussen de Educatieve Dienst en TV2, Dienst Jeugd (productie Wim Van Severen, regie Dirk Baert). "Het Laddertje & Co" sluit, net zoals de video, aan bij de Verzameling, de vaste collectie van het museum. Het boekje is bestemd voor kinderen tussen 4 en 8 jaar.

Idee en concept van het boekje komen van Greet Stappaerts, educatief medewerkster MUHKA 
De uitgave werd gerealiseerd door Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen. 

"Het Laddertje & Co" bestaat uit 1 katern, het is uitgegeven in 4 kleuren en er worden 13 kunstwerken in getoond. Op elke dubbele bladzijde worden 2 werken met elkaar geconfronteerd, telkens voorafgegaan door een titel. De thema's torens, robots, beelden, grijs en koud, dromen, een fiets of een fles en ladders komen aan bod. Elk werk is voorzien van een korte tekst. Zo wordt er o.a. gewezen op de aard van het werk (schilderij of beeld), het gebruikte materiaal (vaak dagdagelijkse voorwerpen zoals ladders), het kleurge­bruik en op de bedoeling van de kunstenaar. Achteraan in het boekje bevindt zich een lijst van gebruikte werken met titel, datum, materiaal, afmetingen en herkomst foto. 

Het MUHKA wil kinderen leren kijken naar kunst. Kinderen duidelijk maken dat kunst een vorm van communicatie is: een uiting van emoties en fantasie, een vertaling van ideeën en visies, een verwerking van ervaringen. Dat is voor hen heus niet zo moeilijk te begrij­pen, zij uiten hun belevingen en ervaringen net als een kunstenaar: met kleuren, vormen en materialen. Zo zien ze dat iedere kunstenaar zijn eigen taal spreekt en dus zijn eigen kenmerkende en persoonlijke stijl heeft. 

Praktisch

Museum van Hedendaagse Kunst, Antwerpen

Info: Educatieve Dienst, 03/238.59.60, Geert Pas en Greet Stappaerts. 

Musea, het lijkt zo vanzelfsprekend dat ze er zijn

Ook voor hen die er nooit een voet binnen zetten, lijkt het normaal dat de musea er zijn. 
Onze gemeenschap heeft in de loop der tijden een indrukwekkende berg kunstschatten en andere interessante dingen verzameld en die worden meestal bewaard in de musea. Daar kan u, als u er interesse voor hebt dat allemaal gaan bekijken. 
Het zijn de museumstukken, dingen die hun eigen praktische nut verloren hebben, maar toch bewaard worden. Meestal om hun financiële waarde. 
Als OKV-lezer neemt u misschien aanstoot aan deze al te negatieve benadering, maar u moet beseffen dat we met weinigen zijn die echt om ons kunstpatrimonium bekommerd zijn. 

Dit blijkt al uit de geringe mediatieke belangstelling die de musea genieten. Als er geen roof-van-de-eeuw is gebeurd of er een of andere blockbuster van een tentoonstelling kan worden aangekondigd, halen de musea het nieuws niet. Zij krijgen hooguit wat aandacht tussen de terrasjes en de andere geneugten in de toeristische magazines. Dat wel. Want Vlaanderen is niet alleen een vakantieland het is ook een museumland. We tellen er zowat 370, musea.

Kwatongen beweren dat ze niet te tellen zijn omdat er iedere week een bijkomt. De organisatie ervan is zeer verscheiden. Na de federalisatie van de Belgische staat kregen de grote Koninklijke Musea te Brussel een eigen statuut. Daar kan misschien later worden op ingegaan. Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen is materie voor de Vlaamse Gemeenschap, net zoals het Kasteel van Gaasbeek.

Andere musea worden dan weer door de provincies bestuurd, zijn privé-­initiatieven of v.z.w's met bijzondere toelagen zoals het Muhka. Maar het merendeel van de musea wordt toch in stand gehouden door onze steden en gemeenten. Dat geldt zowel voor het Brugse Groeningemuseum, dat we met de primitieven associeëren, als het museum van Hedendaagse kunst te Gent - dat van Jan Hoet. Ook heeft u er als bezoeker weinig boodschap aan, wie nu al dan niet het museum dat u aandoet beheert, de vergaande versnippering van de inrichtende machten bemoeilijkt een goede museumwerking aanzienlijk. 

Als instelling zijn de musea oud. Bijna zo oud als het verzamelen dat zo diep in de menselijke natuur zit. De term komt van het oud-grieks: mouseion, een plaats aan de musen gewijd. Met wat verbeelding kunnen we de wortels van onze huidige musea terugvinden in de schatkamers van de antieke tempels. Maar als modern instituut gaat gaat ons hedendaags museum veeleer terug op de kunstkamers en de studieverzamelingen uit de renaissance. Uiteraard een prerogatief van vorsten en een leidende klasse, werden deze gaandeweg open gesteld voor een breder publiek: kunstenaars, kenners en voorname gasten. 

De verlichting trekt dit in de 18de eeuw open naar een breder publiek. Met de 19de eeuw krijgt het museum stilaan de vorm die het nu heeft. Bij het beheer ervan ontwikkelde zich twee verschillende systemen. In de angelsaksische wereld behield men de structuren van het ancien-regime en laat men het beheer van instellingen over aan stichtingen, die gebonden aan een maatschappelijke doelstelling, zelfstandig werken in een fiscaal klimaat dat bevorderlijk is voor schenkingen. Op het conti­nent lieten de verworven­heden van de Franse revolutie zich gelden en beschouwde men cultuur en musea, net zoals de armenzorg als een taak van de staat, die er dan ook de nodige financiële middelen moet voor vrij maken . Een mooie gedachte. Dat wel. Maar welk beheers­systeem ook aan de grondslag ligt: het doel blijft het zelfde. 

Intussen zijn er wereldwijd musea verspreid. Musea en museumprofessionelen vonden elkaar in de schoot van een Internationale museumraad: ICOM (International Council of Museums). Omdat er niet zo iets is als een absolute bepaling van wat een museum hoort te zijn, werd een van de belangrijke doelstellingen van ICOM het uitwerken van een universele museumdefinitie. In artikel 3 van haar statuten omschrijft de Internationale Museumraad een museum als :" een permanente instelling, zonder winstbejag, ten dienste van de gemeenschap en van haar ontwikkeling, toegankelijk voor het publiek, die de materiële getuigenissen van de mens en zijn omgeving verzamelt, bewaart, onder­zoekt en tentoonstelt en hierover informatie verstrekt voor studie, educatie en recreatie". 

Zoals vaker het geval is met statutaire teksten is ook dit hier nogal zwaar op de hand. Maar aandachtige lezing maak snel duidelijk dat er heel wat initiatieven de benaming museum claimen, zonder eraan te beantwoorden. De balans is snel gemaakt: hoe mooi het gebouw ook is, zonder collectie, geen museum. Zonder permanent karakter, is er geen spraak van een museum. Als er winst­oogmerken zijn, noem het geen museum. Zonder toegankelijkheid, maatschap­pelijk dienstbaarheid, geen museum ... en men kan zo door gaan. 

Men zou verwachten dat als het maatschappelijk belang bij de musea zo voorop staat, men ook de zorg voor die musea vertaald zou vinden in het beleid. Voor wat dit land betreft is niets minder waar. Ook al lijkt daar nu heel recent verandering in te komen. De museumsector heeft, in tegenstelling tot de bibliotheken, theaters, culturele centra nog steeds geen decretale onderbouw. De middelen die de Vlaamse gemeenschap in haar musea investeert zijn beschamend laag en nu er eindelijk een debat op gang komt over een algemeen museumbeleid, blijkt dat er niet eens een grondig overzicht van het museumlandschap in Vlaanderen voor handen is. 

Voor wat de musea van provincies, steden en gemeenten betreft beperkte de hogere overheid zich tot een beleid dat steunde op een verouderd koninklijk besluit uit 1958, dat toeliet enkele subsidies toe te kennen. Sinds haar oprichting in 1971 stelde de Vlaamse Museumvereniging alles in het werk om tot een Museum­raad te komen die werk kon maken van een museumde­creet. Die adviesraad kwam er in 1977. Maar werd pas in 1981 geinstalleerd. In 1986, nu tien jaar geleden was de ontwerptekst voor het decreet klaar. Sindsdien was er aan dat front geen nieuws.

In een persconferentie op 5 juli ll. kondigde de minister van Cultuur, Gezin en Welzijn, de heer Luc Martens aan dat hier verandering in zou komen . Hij stelt een raamdecreet voor dat snel en adequaat kan inspelen op wat men vandaag van een museum kan verwachten en ondersteunt zijn voorstel met een beleidsbrief die duidelijk maakt dat het decreet geen dode letter mag blijven. Voor de museumwereld is dit een hoopvol moment. 

Renovatie en verhuis

In juli startten de renovatiewerken van het Museum voor Schone Kunsten in de achter­vleugel van het museum. Museumzalen, kantoren en technische ruimtes worden grondig aangepakt. In 1997 wordt in de gerenoveerde museumzalen de grote tentoonstelling: "Paris­-Bruxelles, Brussel-Parijs" voorgesteld, die in samenwerking met het Musée d'Orsay wordt georganiseerd. 

Op 9 november openen zowel de Vereniging als het Museum opnieuw hun deuren voor het publiek. Het Museum doet dit in en met "de Rode Poort", een groeps­tentoonstelling waarin kunstenaars zullen inspelen op de specifieke gegevenheid van de verschillende ruimtes van het nieuwe tijdelijke museumgebouw. 

De multimediaal opgevatte tentoonstelling besteed zowel aandacht aan schilderijen en installaties, als aan film, performances en muziek. Kunstenaars zijn David Bade, Bart Clement. Berlinde De Bruyckere, Danny De Vos, Stan Douglas, Jusuf Hadzifejzovic en anderen. Tijdens het verblijf in "de Rode Poort" zal het Museum van Hedendaagse Kunst ook verder tentoonstellingen presenteren. Zo wordt van 30 november tot 2 februari 1997 een groots opgevatte retro­spectieve van het werk van Marina Abramovic georga­niseerd. 

Ondertussen gaan de werken aan het nieuwe Museum voor Hedendaagse Kunst in het voormalige Casino gestaag voort. Als alle werken volgens plan verlopen kan het museum haar deuren voor het publiek openen in het najaar van 1998. 

Provinciale centen voor monumenten

De belangstelling van het ruime publiek voor ons cultu­reel erfgoed is onmiskenbaar. Iedere manifestatie, waarbij onze monumenten en ons historisch patrimonium in de belangstelling staan, spreekt de bevolking aan. Dit heeft zich in de laatste jaren ook vertaald in een sterke toena­me van beschermingen. Hierbij gaat de aandacht zowel naar type-objecten, zoals watermolens of mijn­patrimonium, als naar histo­rische steden (Maaseik, Borgloon, ... ) en landelijke kernen (Oud Rekem).

De nieuwe rol van de Provincie Limburg is het beschermingsbeleid 

Sedert 5 april 1995 heeft het Provinciebestuur Limburg, bij decreet, een bijzonder belangrijke rol gekregen in het beschermingsbeleid. De Provincie Limburg moet bij alle voorstellen tot bescher­ming van monumenten, stads­en dorpsgezichten een gemo­tiveerd advies geven aan de minister. Uiteraard is dit advies een belangrijk element in de procedure tot bescher­ming. Zowel voor particulie­ren, als voor openbare eigendommen, kan dit advies ver­strekkende gevolgen hebben.  

Een toenemend provinciaal aandeel in de restauratiepremie

Gedurende de voorbije tien jaar werd door de Provincie Limburg een bedrag van 262.709.58I,-BF aan subsidies en premies uitbetaald. Opvallend is de sterke toe­name van de provinciale tussenkomst van ca. 10 mil­joen in 1985 tot ca. 51.700.000 in 1995. Bovendien zijn er nu al toe­zeggingen gedaan voor een provinciaal aandeel van 218 miljoen naar de toekomst toe. De inzet van de Limburgse Monumentenwacht, welke via toestandsrapportages de eigenaars van monumenten wijst op hun verantwoorde­lijkheid terzake, is hier zeker niet vreemd aan. 

Vijf maal meer renovatiekosten voor kerken op 10 jaar tijd 

In 1995 bedroeg de provin­ciale bijdrage aan kerkelijke gebouwen 39 miljoen. Aan andere openbare gebouwen werd ca. 8,5 miljoen bijge­dragen en naar privé-gebou­wen gingen meer dan 4 miljoen. Bovendien is er voor volgend jaar reeds 125 miljoen aan provinciale premies voor erediensten vastgelegd. Samen met het aandeel van het vastgesteld Vlaams budget betekent dit dat er op korte termijn voor 750 miljoen aan renovatie van Limburgse eredienst­gebouwen zal worden uitgegeven. De hoogste renovatiepremies worden uitbetaald in Hasselt, Sint-T ruiden, Tongeren en Maaseik. 

De conservatiepremie voor roerend erfgoed 

Ten slotte betaalt de Provincie Limburg eveneens een con­servatiepremie voor waarde­vol roerend kunstbezit (schilderijen, interieur, enz .... ) eigendom van openbare gebouwen. In 1994 en 1995 werd hiervoor een totaal bedrag van 1 ,5 miljoen aan premies uitgekeerd. ­

Praktisch

Voor meer informatie of een uitgebreide brochure i.v.m. de conservatiepremies van de Provincie Limburg kan u steeds terecht bij het Kabinet van de Gedeputeerde Sleypen, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt, 011/23.70.31. 

Download hier de pdf

OKV Mededelingen 1996.3.pdf