Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen brengt in deze aflevering een visie van vier personen op een bepaald aspect van de architectuur van het interbellum. Zij brengen een complex verhaal over een bijzonder diverse en eclectische tijd. Zij lijken elkaar soms tegen te spreken, maar vullen elkaar in feite aan.

Architectuur in het interbellum, OKV 1998.2

Architectuur in het interbellum, OKV 1998.2

Iets meer dan tien jaar geleden, in oktober-december 1987, publiceerde Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen een aflevering over 'De architectuur van het interbellum'. In dat nummer werd de bouwkunst van de jaren twintig en dertig beschreven met het accent op de figuur van Henry van de Velde, de meester voor tal van architecten uit die periode. Intussen zijn er heel wat bijzonder waardevolle en interessante tentoonstellingen, studies en boeken over de bouwkunst van het interbellum opgezet en uitgegeven. Deze periode staat duidelijk in de belang­stelling en de kunsthistorische bijdragen geven blijk van een verlangen naar duiding van de artistieke demarches in een turbulente tijd. Heel wat (kunst)historici beschrijven niet alleen de artistieke, economische, maatschappelijke, politieke en menselijke drijfveren, maar proberen ze ook te doorgronden. 
Ze vergelijken de beweegredenen uit het interbellum met huidige gedragingen en meningen. 

Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen brengt in deze aflevering een visie van vier personen op een bepaald aspect van de architectuur van het interbellum. Zij brengen een complex verhaal over een bijzonder diverse en eclectische tijd. Zij lijken elkaar soms tegen te spreken, maar vullen elkaar in feite aan. Door de beperkte omvang van dit nummer kunt u van hen geen volledigheid verwachten en u zult soms tevergeefs naar een naam van een of andere architect zoeken. De auteurs hebben vooral geprobeerd om aan de hand van enkele grote lijnen een bevattelijk en verklarend beeld van de bouwkunst van het interbellum te geven.

Het interbellum begon conservatief en aarzelend, gaf aan de goede bedoelingen van de modernisten weinig kansen en leefde zich in de jaren twintig uit in de euforie van een materiële en persoonlijke bevrijding. Het gevoel van vrijheid-blijheid stimuleerde een ongebreidelde hang naar versiering, ondanks de waarschuwende vinger van sociaal geëngageerde modernisten. In de jaren dertig moest men echter rekening houden met de economische realiteit. Men koos voor een zuiniger manier van bouwen en zocht naar oplossingen voor de crisis. Utopische projecten zoals de wereldsteden van Julien Schillemans (1930) en Victor Bourgeois (1932) of de lijnstad van Renaat Braem (1934) werden echter niet uitgevoerd. De wedstrijd voor de urbanisatie van Antwerpen-Linkeroever (1933, in 1926 voorafgegaan door een ontwerp van Henry van de Velde) mondde niet uit in een modernistisch ontwerp, maar leidde slechts tot een verbasterd gebruik van meer conservatieve voorstellen. Aan andere grote projecten werd wel begonnen: het graven van het Albertkanaal (1930), de tunnels onder de Schelde te Antwerpen (1932), de Brusselse noord-zuidverbinding (1937), de autoweg Brussel-Oostende (1939). De moderne maatschappij sloop onvermijdelijk binnen in het Belgische landschap. Ook dit fenomeen maakt van het interbellum een uitermate boeiende periode. 

Dit artikel is beschikbaar voor abonnees

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en je ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Reeds abonnee? Dan kan je hier inloggen.

Abonnement

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en u ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Abonnement online

Lees alle artikels van OKV online en doorzoek de voorbije vijftig jaargangen voor slechts €31.

Abonnement + Museumpas

Wie een nieuwe Museumpas (€62) aanschaft samen met een OKV-abonnement (€59) betaalt slechts €117 i.p.v. €121voor combi museumpas en abonnement.

Proefabonnement

Proef eens van OKV.
Voor €32 krijg je drie nummers toegestuurd.