OKV2026.2
Met Zingend rood. Topstukken van Ensor, Wouters en Schmalzigaug bedacht het KMSKA een tentoonstelling die de relatie tussen ons kijken en luisteren in de verf zet, hoe die twee dooreenlopen en schilders ons kleuren laten horen, of klanken laten zien.
Adolphe Monticelli, Figuren in een park, 1880-1883, olieverf op paneel, 43 × 47 cm, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen
Kleuren kunnen knallen, schallen, lallen, zingen, krijsen, ruisen, schetteren en fluisteren. Om te beschrijven wat er op een schilderij gebeurt, nemen we vaak onze toevlucht tot werkwoorden die de verf op het doek als gegoten zitten. De term ‘klankkleur’ op zich zegt al genoeg. Wanneer ik vrienden rondleid in een museum, vraag ik hen weleens om naar een schilderij te luisteren. Voor ze het futuristische straatlawaai of Ensors fanfares nauwgezet gaan ontcijferen, hebben ze dan alvast het tumult gehoord dat uit deze werken opstijgt.
Dat een museum als het KMSKA hoog inzet op een thema als dit, is geen toeval. De vaste verzameling is een ideale grabbelton om er een tentoonstelling mee te maken als Zingend rood. Toch is het resultaat veel meer dan een veredelde collectiepresentatie. Aangevuld met enkele slimme bruiklenen is het een beeldessay geworden, dat dankzij de catalogustekst nog meer diepte krijgt. Het verhaal dat we hier zien (en horen) is dat van onze fascinatie voor synesthesie, dat vrolijke dooreenlopen van informatie die ons simultaan door diverse zintuigen wordt aangeleverd: kleuren horen, klanken zien. Dat soort dingen.