Rust en stemmigheid zijn de eigenschappen die ons reeds bij de eerste aanblik treffen in het werk van Jan Siberechts, de oorspronkelijkste onder de Vlaamse landschapschilders uit de tweede helft van de 17e eeuw.
Hij schilderde bij voorkeur waadplaatsen, waar boerinnen, boerengespannen en koeien doortrekken; koeienhoedsters op een weide of aan een grachtkant; slapende herderinnen bij een kudde schapen en andere taferelen uit het landleven. Zijn doeken, die meestal de indruk geven in de koelte van prille lenteochtenden geschilderd te zijn, baden in een atmosfeer van vredigheid. lets van de langzame wenteling van de seizoenen, van de trage stap van de landman in de zware aarde, van het slome voortbewegen van logge kudden bepaalt het ritme van zijn schilderijen. Ze schijnen traag en bedachtzaam te zijn ontstaan, en die beheerste schilderwijze vormt een opvallende tegenstelling tot de brede en vlugge techniek van Rubens, diens overrompelende 'furia'. Omwille van die vredigheid en beheersing, werd Siberechts herhaaldelijk gerekend tot de Hollandse school. Bij vergissing, want deze eenzelvige kunstenaar was een Zuidnederlander, en zijn werk hoort thuis bij de 'Vlaamse school'.
Zijn levensloop is even rustig en bescheiden geweest als zijn kunst. In 1627 werd Siberechts te Antwerpen geboren, als zoon van een beeldhouwer. Na zijn opleiding tot schilder te hebben voltooid, werd hij in 1648 als meester in de gildeboeken opgetekend. Van dat ogenblik af nam zijn bedrijvigheid als zelfstandig kunstenaar een aanvang. Vier jaar later trad hij in het huwelijk. Tot omstreeks 1672 bleef hij met zijn gezin in de Scheldestad wonen. Maar kort daarna treffen wij hem in Engeland aan, waar hij nog meer dan dertig jaar zou verblijven. De reden van zijn vertrek is niet precies bekend. Maar, hij is zeker niet de enige geweest die in zijn tijd naar het buitenland uitweek. De grote faam die de Vlaamse kunst in het buitenland genoot kon overal in Europa als een aanbeveling worden beschouwd voor kunstenaars uit onze gewesten, die elders hun kansen op een beter bestaan wilden beproeven. Siberechts zou zijn vaderstad niet meer terugzien; hij overleed te Londen, vermoedelijk in 1703.