OKV2024+
In het midden van de negentiende eeuw was Geraardsbergen een internationaal gerenommeerd centrum voor de productie van Chantillykant. Een nieuw museum in het stadhuis illustreert dat zijdefijn. Tegelijk loopt de tentoonstelling Synergie met kantsculpturen van Marjolaine Salvador-Morel.
We weten niet precies wanneer we de uitvinding van het kantklossen moeten situeren. Waarschijnlijk ergens in de zestiende eeuw. Lag de oorsprong van de techniek in Vlaanderen of Venetië? Allicht beide, want er waren toen intensieve contacten tussen de twee West-Europese topregio’s. Vlaanderen was alleszins goed uitgerust om hoogwaardige kant te maken. Betere vlasdraad was nergens anders te vinden.
Kantwerksters in de Steenstraat te Geraardsbergen, 1902
Waarom is kant toen ontstaan? Pronken met rijkdom is van alle tijden. In de zestiende eeuw was het mode om met veel splitten in de kleding de luxueuze onderhemden aan iedereen te tonen. Wat men van de hemden te zien kreeg, waren versieringen met borduurwerk en uitsnijdingen. Later volgden meer stevige maar nog duurdere boorden met kantwerk. Eerst was dat naaldkant en nadien de meer verfijnde kloskant. Onze benaming kant verwijst dus naar de plek waar die toen het meest gebruikt werd: aan de boorden van hemden.
De eerste sporen van kantproductie in Geraardsbergen dateren van 1697. In Vlaanderen waren het vooral begijnen en kloosterzusters die kant produceerden. Zo ook in Geraardsbergen, met daarnaast de meisjes in het weeshuis die ‘spellewerck’ verrichtten. In de school van de Priorij van Hunnegem, de bakermat van de stad, leerden meisjes van zes tot achttien jaar één uur per dag lezen en schrijven in de ‘uurkensschool’. De rest van de tijd zaten ze aan het kantkussen.