OKV2014.2
Het Musée de Flandre in Kassel richt de schijnwerpers op Erasmus Quellinus II. Hij was een Antwerpse schilder, tekenaar, graveur en tapijtontwerper die een lange en succesvolle carrière uitbouwde.
Soms lijkt het wel alsof de kunst uit de Zuidelijke Nederlanden in de eerste helft van de zeventiende eeuw enkel door Peter Paul Rubens (1577-1640), Anthony van Dyck (1599-1641) en Jacob Jordaens (1593-1678) beheerst wordt. Daarbij komt nog dat Rubens en Van Dyck als ongecontesteerde genieën worden opgevoerd, en men toch al eens schamper doet over de voortreffelijke Jordaens. Opmerkelijk: één ongenaakbaar gewaand duo dat een hele stijlperiode belichaamt?