OKV2023+
Constant, Pousse tout fleurit, 1949, lithografie, 483 x 382 mm. The Phoebus Foundation, Antwerpen
Dit artikel neemt je mee op een ontdekkingstocht doorheen de Cobra-collectie van The Phoebus Foundation. Karine Huts vertelt enthousiast over haar eerste ontmoetingen met Cobra-kunst, hoe ze heeft leren kijken, kijken… om dan schoorvoetend met verzamelen te beginnen. Het is een verhaal vol passie voor Cobra en de kunstenaars die ze koestert als haar “deugnieten en rebellen”.
Rebels waren ze, de vrijgevochten kunstenaars die op 8 november 1948 in Parijs hun manifest ondertekenden. Geen enkele kunsttheorie was in hun jonge ogen nog geloofwaardig, ze verwierpen het surrealisme en de abstracte kunst. Spontaniteit was hun enige parool: actie heeft voorrang op reflectie, kunst moet je vooral doen.
Het artikel beantwoordt de vraag: wat is Cobra? De Denen, Belgen en Nederlanders van de beweging worden belicht, van de sterkhouders Asger Jorn, Christian Dotremont, Pierre Alechinsky en Constant Nieuwenhuijs tot vele andere, ook minder bekende, kunstenaars. We werpen een blik in hun tijdschriften, bezoeken hun tentoonstellingen die niet op applaus werden onthaald en stappen binnen bij de Brusselse kunstgalerie Taptoe die tussen 1955 en 1957, de onmiddellijke post-Cobra-jaren, een podium gaf aan kunstenaars van deze beweging.
Na een intermezzo over de relatie tussen Cobra-(kunstenaars) en jazz volgt de rondgang door het Cobra-depot dat aansluit bij de HeadquARTers van Katoen Natie. Het is een verkenning van de heel diverse collectie: schilderijen, grafisch werk, sculpturen en toegepaste kunst, bibliofiele uitgaven en andere publicaties als fundament van de beweging. Veelzijdigheid is de sterke troef van deze verzameling. De grote namen van Cobra zijn present: Dotremont, Alechinsky, Appel, Corneille, Constant en Jorn, naast vele anderen.
Vanuit een ietwat gek concept, helemaal in de lijn van Cobra, wars van burgerlijke esthetiek, geeft het depotbezoek de gelegenheid om tot de kern van Cobra te komen.