OKV1998.2
De schilderijen van Magritte behoren tot de bekendste en tegelijkertijd meest raadselachtige kunstwerken die de twintigste eeuw heeft voortgebracht. Schoenen worden voeten, een pijp mag geen pijp zijn, boven een nachtelijk landschap schittert een helblauwe hemel met witte wolkjes, een locomotief komt uit de schouw.
René Magritte, Het slot in de Pyreneeën, (Le cháteau des Pyrénées), 1959, coll. The lsrael Museum, Jerusalem
René Magritte is ongetwijfeld één van de belangrijkste kunstenaars van het internationale surrealisme. Maar zijn kunst floreert pas vanaf 1920 in het temperamentvolle milieu van de Brusselse avant-garde. Zijn schilderijen uit de eerste jaren, met hun geometrische beeldtaal, situeren zich nog in de beweging van de Zuivere Beelding. Maar Magritte kan zich niet echt inpassen in de visionaire projecten van deze abstracte kunstenaars. Vanaf 1925 vinden we hem dan ook terug in dadaïstisch geïnspireerde projecten. De wrange ironie van dada past beter bij Magritte, die zich weinig illusies maakt over de rol van de kunstenaar als architect van een betere wereld.
Als gevolg van enkele turbulente ontmoetingen tijdens het dadaïstisch avontuur ontstaat de surrealistische groep van België met Paul Nougé, E.L.T. Mesens, Camille Goemans, Marcel Lecomte en natuurlijk René Magritte. Al snel vinden we ook Louis Scutenaire terug in dit gezelschap. Ook de banden met de aanvoerder van het surrealisme, André Breton, en zijn Parijse entourage worden nauwer aangehaald.
Op vrij korte tijd ontwikkelt René Magritte een eigen figuratieve beeldtaal, die hoofdzakelijk is gebaseerd op de mogelijke conflicten tussen de wereld en haar afbeelding. Dat blijkt al snel uit de basisthema's die hij vanaf 1926 in zijn werk ontwikkelt. In ieder afzonderlijk schilderij speelt hij de voorstellingsconventies tegen elkaar uit. Dit leidt telkens tot een visuele paradox, waarvoor geen steekhoudende oplossing kan worden uitgedacht. Ook vandaag nog blijft de toeschouwer in opperste staat van verwarring achter. Dat hoeft geen bezwaar te zijn, want zijn helder en ondubbelzinnig gestelde vragen moeten niet beantwoord worden. Men mag enkel de werkelijkheid niet verwarren met haar voorstelling.
De retrospectieve tentoonstelling toont 250 schilderijen en gouaches van 1920 tot 1967 uit talrijke musea en privéverzamelingen. Alle aspecten van Magrittes kunst worden chronologisch getoond. In afzonderlijke zalen wordt de intellectuele context gereconstrueerd, Magrittes filmen vertoond, belangrijke documenten, vlugschriften, foto's en tijdschriften tentoongesteld.