Kan men zich een huiselijker, lustiger tafereel indenken dan deze uitbeelding van een Nederlands spreekwoord, voorgesteld als een familieconcert? Soo d'oude songen, soo pepen de jonge: de spreuk staat ter verklaring van de voorstelling aangegeven in de cartouche boven de figuren. De grootouders zingen uit volle borst, de kleuters bespelen ijverig hun fluiten.
Eigenlijk luidt het spreekwoord: zo piepen de jongen, maar een lichte klankwijziging van het moeilijk in beeld te brengen piepen in pepen (= pijpen, fluit spelen) stelde Jordaens in staat om het spreekwoord letterlijk op te nemen en uit te beelden, zoals Pieter Bruegel voor hem had gedaan.
Jordaens' reputatie van joviale, enigszins laagbijdegrondse verheerlijker van aardse vreugden en geneugten berust grotendeels op de in talrijke versies voorkomende voorstellingen van dit Familieconcert en andere, hieraan verwante onderwerpen als de Koning drinkt en Sater en boer.
Op het eerste gezicht lijken het inderdaad oerbeelden van levensgenieting, zodat men Jordaens pleegt te beschouwen als de typische vertegenwoordiger van een in overvloed zwelgende burgerij die, nauwelijks het volkse ontwassen, levenskrachtig en ongegeneerd een materialisme van laag allooi huldigde. Of de Vlaamse burgerij van toen er een dergelijke Pallieteriaanse levenswijze op nahield, is echter een vraag; een andere is, of men bij Jordaens de aanwezigheid van een moraliserende bedoeling bij voorbaat dient uit te schakelen.