Bij de bespreking van het wandtapijt 'Jacob door Laban verwelkomd' mag de vraag gesteld worden: hoe komt een dergelijk kunstwerk tot stand?
Eerst wordt de schilder aangesproken. Deze levert een ontwerp op kleine schaal en naderhand een carton zo groot als het tapijt dat dient geweven te worden. Daarna gaat de wever aan het werk; hij beschikt over wol, eventueel ook over zijde, goud- en zilverdraad als materiaal. Door de vooraf gespannen kettingdraden heen wordt met behulp van een spoel de gekleurde inslagdraad met de hand geweven. Zijn de schering- of kettingdraden horizontaal gespannen op de weefstoel, dan spreekt men van een basse-lissegetouw; zijn ze vertikaal gespannen dan is het een haute-lissegetouw.
Tapijten werden voor verscheiden doeleinden gebruikt; ze versierden de woningen der rijke patriciërs, de burchten, kloosters en kerken. Om meer luister bij te zetten aan processies of andere feestelijkheden werden ze langs de straten gespannen. Ze dienden ook als beschutting tegen tocht of tot afbakening van een bepaalde ruimte.
Tijdens de middeleeuwen en de zestiende eeuw was het weven van tapijtwerk - ook legwerk geheten - een bloeiende kunstnijverheid in de Nederlanden. Reeds vroeg werden tapijten gemaakt in verschillende centra. Op het eind van de dertiende eeuw waren tapijtwevers aan het werk te Brugge en te Doornik. Andere centra traden in de veertiende eeuw eveneens op de voorgrond o.m. Brussel, Gent, Leuven en Rijsel. De Vlaamse tapijtkunst genoot een wereldfaam tijdens de vijftiende en de zestiende eeuw. Bestellingen werden gedaan uit verschillende Europese landen en Vlaamse wevers werden naar het buitenland geroepen door de vorsten om aldaar ateliers voor tapijtwerk te vestigen.