De gangbare kunstgeschiedenis deelt de menselijke creatiedrift gemakshalve op in duidelijk onderscheiden tijdperken en stijlen. De golvende art nouveau die opgevolgd wordt door de hoekige art deco is een klassiek voorbeeld. Een keurslijf en een kortzichtige visie stelt Art nouveau versus art deco? Moderniteit 1850-1950, een essaybundel die de gelijknamige tentoonstelling van stoelen in het Hortamuseum begeleidt.

“Is identificatie op basis van stijl nog een relevant uitgangspunt voor het interpreteren van de kunstgeschiedenis?”, zo stelt Stéphane Boudin-Lestienne de problematiek op scherp in zijn essay. Zelf ziet de Franse kunsthistoricus en voormalige conservator van de modernistische Villa Noailles in Hyères (Frankrijk) “weinig heil in de gelijkwaardigheid tussen stijlen en regeerperioden, een indeling oorspronkelijk bedacht door antiquairs om tot een eenvoudig te identificeren catalogus te komen”. Zo’n statische benadering vergelijkt elk voorwerp met een lijst van onveranderlijke kenmerken, maar sleutelwerken van de kunstgeschiedenis ontsnappen daaraan.

Transhistorische dialoog - Art nouveau versus art deco

Raphaëlle Bille e.a.
Art nouveau versus art deco? Moderniteit 1850-1950
152 blz.
€ 39.95
ISBN 978-94-6230-406-2
Mercatorfonds
mercatorfonds.be

 

Al even problematisch is een coherente tijdsafbakening. Voor art nouveau neemt men traditioneel 1893 als startdatum en de Eerste Wereldoorlog als einde, maar al in 1883 presenteerde Arthur Heygate Mackmurdo (1851-1942) zijn eetkamerstoel waarvan in de ruggensteun florale zweepslagmotieven verwerkt zijn die niet onderdoen voor die van Victor Horta (1861-1947). Art deco ontleent zijn naam aan de wervende Exposition internationale des arts décoratifs et industriels modernes, een propagandashow die in 1925 in Parijs plaatsvond, maar die al sinds 1911 voorbereid werd. Kunstenaars die naam hadden gemaakt met art nouveau waren nog present, maar ook heel wat staaltjes van radicaal modernisme vielen er te bewonderen.

Kunstenaars in één kamp indelen blijkt vaak een hachelijke onderneming want vele sleutelfiguren pasten hun werkwijze aan. Victor Horta en Henry van de Velde evolueerden van art nouveau naar art deco en zelfs een strijdvaardige modernist als Le Corbusier startte zijn carrière in de Jura met een soort eclectische art nouveau. Illustratief in deze optiek is het essay dat Olivier Cinqualbre aan Victor (1858-1943) en Jean Prouvé (1901-1984) wijdde. Vader Victor was een boegbeeld van de art nouveau in Nancy, en terwijl zijn zoon Jean aanvankelijk zijn sporen drukte, ontpopte hij zich tot bevlogen modernist. Ze waren allebei vertegenwoordigd op de Exposition internationale des arts décoratifs et industriels modernes in 1925.

Dit artikel is beschikbaar voor abonnees

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en je ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Reeds abonnee? Dan kan je hier inloggen.

Abonnement

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en u ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Abonnement online

Lees alle artikels van OKV online en doorzoek de voorbije vijftig jaargangen voor slechts €31.

Abonnement + Museumpas

Wie een nieuwe Museumpas (€62) aanschaft samen met een OKV-abonnement (€59) betaalt slechts €117 i.p.v. €121voor combi museumpas en abonnement.

Proefabonnement

Proef eens van OKV.
Voor €32 krijg je drie nummers toegestuurd.