OKV2024+
Stillevens. Wellicht wandel je er onachtzaam aan voorbij in een museum. Of merk je op dat het samenspel van objecten in het werkelijke leven wel heel onwaarschijnlijk is. In het beste geval sta je versteld van de virtuoze weergave van de voorwerpen. Je kan het fruit haast ruiken. Al bij al is het stilleven nu een ondergewaardeerd genre.
Jos Albert, Stilleven, 1923, olieverf op doek, 70 x 90 cm, Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten
Vaak wordt het afgedaan als een voorbijgestreefd thema dat slechts voor vlijtig werk aan kunstacademies geschikt is. Daar is het nog steeds een goede oefening in het tekenen of schilderen van een compositie vol variatie in vormen, kleuren en texturen. Toch is het eeuwenlang een gewaardeerd en fel verzameld genre geweest, geliefd voor zijn naturalistische weergave en voor zijn verborgen betekenissen. Er is dus meer aan de hand dan op het eerste gezicht lijkt.
In de eerste helft van de twintigste eeuw hield het stilleven nog stand tussen de expressionistische en surrealistische stormen. Een schilder als Jos Albert (1886-1981) bouwde er een heuse carrière mee uit. Na de Eerste Wereldoorlog liet hij zijn fauvistische debuut voorgoed achterwege. Onder meer geïnspireerd door Gustave Van de Woestijne bekeerde hij zich tot de zogenaamde Nieuwe Zakelijkheid. Hij ging voor een nauwgezette, haast emotieloze weergave van het alledaagse leven.