Kunstwerken in zilver behoren tot de rijke culturele erfenis van Vlaanderen. Heel wat meesterwerken zijn vandaag niet meer bij ons. Ze waren gemaakt voor verre kerken, belandden in koninklijke schatkamers in het buitenland, of verdwenen in de smeltkroes om een volgende oorlog te financieren. Des te belangrijker om wat zich nog wel op ons grondgebied bevindt, gepast te borgen.
Schitterend erfgoed - Zilveren topstukken in DIVA
Anoniem (Zuid-Frankrijk of Italië), Ring, 1e eeuw, zilver, Provinciaal Archeologisch Depot Antwerpen in bruikleen bij Museum DIVA, Antwerpen, foto: Dominique Provost
Via het Topstukkendecreet erkent en beschermt de Vlaamse overheid roerend erfgoed dat zeldzaam en onmisbaar is voor het collectieve geheugen, en dat een aantoonbare ijkwaarde en schakelfunctie heeft binnen een kunstproductie. In het bepalen van welke zilveren objecten in Vlaamse collecties aan die criteria voldoen, heeft het Antwerpse DIVA (museum voor juwelen, zilver en diamant) met zijn expertise steeds een vooraanstaande rol opgenomen. Welke parels met topstukstatus bewaart dit museum aan de Suikerrui zelf? Een reis door de tijd en door de vele functies en gedaanten van het allerbeste uit ons zilverbezit.
Bling van Belgische bodem
Een eerste topstuk is een archeologische vondst en oogt bescheiden. De eenvoudige ring uit de eerste eeuw werd gevonden in een inheems-Romeinse waterput in Brecht, tijdens de werken aan de hogesnelheidslijn van Antwerpen naar Nederland in 1999-2003. De decoratie met windingen en gegranuleerde zilverbolletjes wijst op een herkomst uit Zuid-Frankrijk of misschien Italië. Verder is er niets geweten over het kleinood, wie het meebracht of droeg. Toch vertelt het grote verhalen uit een verre tijd. Over de oeroude gewoonte van de mens om het lichaam op te smukken met juwelen. Over vroege handelscontacten met verafgelegen nederzettingen. Over de Romeinse overheersing van onze gebieden. De ring is een bijzonder zeldzaam zilveren sieraad uit de oudheid in België, en daarmee ontegenzeglijk een unieke getuige.
Jean Baptiste Dees (Brussel), Ring Leopold I, 1835, goud, zilver, diamant en email, Collectie Koning Boudewijnstichting - Fonds Christian Bauwens in depot bij Museum DIVA, Antwerpen, foto: Dominique Provost
Wat een contrast met een andere ring in het topstukkenlijstje van DIVA: een weelderig versierd exemplaar, geschonken door koning Leopold I ter gelegenheid van de geboorte van zijn zoon en troonopvolger Leopold II in 1835. De gelukkige ontvanger was ene Gérard Waefelaer, het hoofd van de Brusselse stadsadministratie die de geboorteakte opstelde. Het was niet ongewoon dat het koningspaar juwelen bestelde om cadeau te doen. In dit geval was het een manier om de dynastieke continuïteit van de prille staat België te vieren. Tegelijk bracht het gebaar eer aan Waefelaer, die zich dapper had onderscheiden tijdens de Belgische Omwenteling van 1830. De zorgvuldig bewaarde context bij de ring – de brief van het hof die de schenking begeleidde, het met fluweel beklede etui – maakt dit juweel een sleutelstuk in het schaars bewaarde koninklijke edelsmeedwerk van de beginjaren van de natie. De Brusselse maker, Jean Baptiste Dees, was hofjuwelier en een vakman met zin voor technische vernieuwing.
Beide juwelen zijn aan DIVA in depot gegeven door respectievelijk het Provinciaal Archeologisch Depot van Antwerpen en de Koning Boudewijnstichting. Het bevestigt de centrale expertiserol van het museum dat zij het vertrouwen krijgen om heel wat bruiklenen te conserveren en ontsluiten. Ringen staan er trouwens tot 8 november 2026 in de kijker in de expo Rings That Rock.
Martinus de Clerck (Oostende), Theepot, 1731-1732, hout, notenhout, zilver, Collectie Stad Antwerpen, Museum DIVA museum, Antwerpen, foto: Dominique Provost
Werelds tafelzilver
Van vorstelijke banketten in de late middeleeuwen tot het deftige zilverbestek dat je grootouders op feestdagen bovenhalen: luxetafelgerei is een eeuwenoude toepassing van zilversmeedkunst. Twee topstukken uit de achttiende eeuw nemen ons mee naar de maatschappelijke bovenlagen van toen, en bijgevolg ook naar de nieuwste consumptietrends, zoals het drinken van thee, koffie en chocolade.
Over de Theepot uit 1731-32 is veel te vertellen. Het is een kwaliteitsvol stuk, mooi afgewerkt en met een notenhouten bolknop en oor. Lang aanzag men het als Brugs werk vanwege de Brugse stadskeur die het draagt. Maar het meesterteken bleek te verwijzen naar het Oostendse atelier van Martinus de Clerck. Oostendse zilversmeden waren zo zeldzaam dat ze hun waar in Brugge moesten laten keuren.
Anoniem (Japan) met zilveren montuur van Marie-Jeanne Husson (Oudenaarde), Kraantjeskan, 1700-1750/ zilveren montuur 1762, zilver, porselein, Collectie Koning Boudewijnstichting - Fonds Comte Thierry de Looz-Corswarem in depot bij Museum DIVA, Antwerpen, foto: Dominique Provost
De kan biedt een perspectief op de toenmalige wereld ver voorbij de burgerlijke tafels waar ze gasten voorzag van hete drank. Ze hangt rechtstreeks samen met de Oostendse Compagnie, de handelsonderneming die zich tussen 1722 en 1731 toelegde op overzeese goederen, waaronder katoen en zijde uit Indië en porselein uit China. Voor thee werd de zeehaven van Oostende een tijdlang de voornaamste Europese importhub – de Schelde was immers nog steeds afgesloten. Vooral Antwerpse kapitaalkrachtige families participeerden via aandelen in de lucratieve Oost-Indiëvaart, binnen de toenmalige praktijken van koloniale extractie. Een historisch gegeven dat ook vervat zit in het materiaal zilver zelf, wanneer je denkt aan de vrachten ruwe erts uit zilvermijnen in de Andes die sinds de Spaanse conquista naar Europa kwamen. Verder onderzoek moet uitwijzen of De Clercks echtgenote Maria Catharina Gournay verwant is aan kaper – in de zin van kaapvaarder – Thomas Gournay. Het zou de band met de Oostendse Compagnie nog tastbaarder maken.
DIVA bewaart nog een ander topstuk dat samenhangt met de vroege theehandel: een bevallige ovalen theebus van de Brugse zilversmid Michiel Van de Kerckhove uit 1720-21. De kleurige kraantjeskan in imariporselein en zilver illustreert de smaak voor overzeese luxegoederen en brengt ons opnieuw in hoofse sferen. Imari is de verzamelnaam voor Zuid-Japans exportporselein dat vanuit de haven van Imari naar Amsterdam werd verscheept. Partijen van dit vaatwerk kwamen in Brussel terecht, waar het, in zilveren monturen gevat, zeer geliefd was aan het hof van landvoogd Karel van Lotharingen (1712-1780). De zilveren vattingen in rococostijl van deze koffiekan komen uit het Oudenaardse atelier van Marie Jeanne Husson, die het bedrijf van haar overleden echtgenoot succesvol verderzette tussen 1759 en 1788. Extra interessant is de dubbele stadskeur, die de zilverproductie in de Oost-Vlaamse stad documenteert. De kan is een van twee bekende voorbeelden uit de achttiende eeuw en daarmee uiterst zeldzaam.
Anoniem (Antwerpen), Tazza met reliëfmedaillon Mucius Scaevola, 1561-1562, zilver, zilververguldsel, Collectie Stad Antwerpen, Museum DIVA, Antwerpen, foto: Hugo Maertens
Conversation pieces in edelmetaal
Voor de verhalen vertellende mens leent zelfs zilver zich als een canvas voor beeldende scènes. Gegraveerd in een oppervlak, volplastisch en alle (half)verheven varianten daartussen: figuratieve voorstellingen in of op zilver behoorden tot het doorgedreven meesterschap van smeden. In de renaissance baseerden ze zich veelal op modelprenten van ontwerpende kunstenaars, terwijl vandaag creatieve schepping en uitvoerend vakmanschap meestal hand in hand gaan. DIVA zet daar overigens een boeiende werking rond op, met kunstenaarsresidenties en zilvertriënnales.
Een vroege getuige van een figuratief werk is een sierlijk topstuk dat in 1561 beschreven werd als “une tasse d’argent doré, tenant la figure de Scevola”. Tasse of tazza is de gangbare term voor een drinkschaal op hoge voet. De ondiepe coupe maakt drinken niet praktisch, maar leent zich prima voor een verhalend medaillon. Hier over de Romeinse soldaat Gaius Mucius Scaevola, die, gevangengenomen door de Etruskische vijand, zijn rechterhand in het vuur stak om te tonen hoe weinig hij de dood vreesde. Zijn moed maakte zoveel indruk dat de Etrusken vrede sloten. Scaevola, wat ‘de linkshandige’ betekent, werd een voorbeeld van de deugden vastberadenheid en geduld.
Wolfers Frères (Brussel), Charles Geets (ontwerp), Marcel Wolfers (sculpturale bekroning), Tafelmiddenstuk Ondine, 1957-1958, brons, zilver, zilververguldsel, spiegelglazen, Collectie Koning Boudewijnstichting in depot bij Museum DIVA, Antwerpen, foto: Dominique Provost
Opmerkenswaardig is de functie van dit renaissancewerk als prijs voor een loterij in Antwerpen in 1561. Het was gebruikelijk dat overheden en instanties die inrichtten om geld op te halen voor kostelijke bouw- en andere projecten. Wie zich een lotje aanschafte, maakte kans op dure prijzen, waaronder in dit geval tien stukken zilverwerk. Het bood werkgelegenheid aan zilversmeden, en sommigen van hen kochten ijverig mee loten om hun eigen stukken of die van collega’s te winnen en door te verkopen. Deze tazza is zo’n zeldzaam overgeleverde loterijprijs.
Indruk maken met een pronkerig center piece, het lijkt iets uit het ancien régime, maar met Ondine bewaart DIVA een topstuk dat raakt aan een stukje twintigste-eeuwse nationale geschiedenis: Expo 58. Voor de viploge in het Belvédère in Laken bestelde commissaris-generaal graaf Georges Moens de Fernig in 1957 een waar prestigestuk bij de gerenommeerde Brusselse firma Wolfers Frères. Het tafelmiddenstuk vormde het hart van de eetkamer, waar iedereen met naam en faam mocht aanschuiven – men werkte er wekelijks niet minder dan vijf lunches voor twintig tot veertig personen en twee diners voor twintig personen af.
Wolfers Frères (Brussel), Charles Geets (ontwerp), Kandelaars Ondine, 1957-1958, brons, zilver, zilververguldsel, spiegelglazen, Collectie Stad Antwerpen, Museum DIVA,foto: Hugo Maertens
Het kunstwerk paste dus in de Belgische intentie om op deze eerste naoorlogse wereldtentoonstelling diplomatiek vol op het orgel te gaan. Met zijn drie gestapelde bekkens die een fontein van zilver en goud opvangen, wilde het bovenal epateren. Spiegels suggereren het wateroppervlak en reflecteren elektrische lichtjes aan de onderzijde van de bovenste schalen. Een bronzen waternimf, zwevend boven de schelp van een Haliotis of zeeoor, bekroont het geheel. Haar classicistische vorm wijkt af van de futuristische, gestroomlijnde esthetiek die we doorgaans associëren met Expo 58. Het geeft de boodschap dat voor representatie op het hoogste echelon, een tijdloze, klassieke stijl het beste werkt.
Na de wereldexpo kwam het stuk in het bezit van de graaf, mogelijk als bedanking voor bewezen diensten. Toen zijn nazaten het in de handel brachten, vrijwaarde de Koning Boudewijnstichting het voor het Belgische publiek. In DIVA werd het herenigd met de twee vijfarmige Ondine-kandelaars die al in het museum waren. Eveneens aanwezig en raadpleegbaar in het museum zijn de originele ontwerptekeningen voor het ensemble. Ook dat is een fundament van de expertise van DIVA: een degelijk onderzoeksapparaat met bibliotheek, archieven en een restauratieatelier. Het zijn belangrijke instrumenten om topstukken te kunnen blijven herkennen en begrijpen.
DIVA herbergt natuurlijk nog meer Vlaamse topstukken in zilver dan deze greep. Van een strakke en modernistische sauskom ontworpen door Henry Van de Velde in Weimar-stijl tot de Uilenbeker die al eerder aan bod kwam in dit tijdschrift: er is nog veel schitterends te ontdekken aan de Antwerpse Suikerrui.
Selectie zilveren topstukken
- Anoniem (Zuid-Frankrijk of Italië), Ring, 1e eeuw, Provinciaal Archeologisch Depot Antwerpen in bruikleen bij Museum DIVA, Antwerpen, foto: Dominique Provost (beschermd sinds 21 juni 2023)
- Jean Baptiste Dees (Brussel), Ring Leopold I, 1835, Collectie Koning Boudewijnstichting - Fonds Christian Bauwens in depot bij Museum DIVA, Antwerpen, foto: Dominique Provost (beschermd sinds 15 september 2023)
- Martinus de Clerck (Oostende), Theepot, 1731-1732, Collectie Stad Antwerpen, Museum DIVA museum, Antwerpen, foto: Dominique Provost (beschermd sinds 24 januari 2025)
- Anoniem (Japan) met zilveren montuur van Marie-Jeanne Husson (Oudenaarde), Kraantjeskan, 1700-1750/ zilveren montuur 1762, Collectie Koning Boudewijnstichting - Fonds Comte Thierry de Looz-Corswarem in depot bij Museum DIVA, Antwerpen, foto: Dominique Provost (beschermd sinds 21 juni 2023)
- Anoniem (Antwerpen), Tazza met reliëfmedaillon Mucius Scaevola, 1561-1562, Collectie Stad Antwerpen, Museum DIVA, Antwerpen, foto: Hugo Maertens (beschermd sinds 21 juni 2023)
- Wolfers Frères (Brussel), Charles Geets (ontwerp), Marcel Wolfers (sculpturale bekroning), Tafelmiddenstuk Ondine, 1957-1958, Collectie Koning Boudewijnstichting in depot bij Museum DIVA, Antwerpen, foto: Dominique Provost (beschermd sinds 21 juni 2023)
- Wolfers Frères (Brussel), Charles Geets (ontwerp), Kandelaars Ondine, 1957-1958, Collectie Stad Antwerpen, Museum DIVA,foto: Hugo Maertens (beschermd sinds 21 juni 2023)
Openingsbeeld
Wolfers Frères (Brussel), Charles Geets (ontwerp), Marcel Wolfers (sculpturale bekroning), Tafelmiddenstuk Ondine, 1957-1958, brons, zilver, zilververguldsel, spiegelglazen, Collectie Koning Boudewijnstichting in depot bij Museum DIVA, Antwerpen, foto: Dominique Provost