Verzameling grote Nkanu-maskers die gebruikt werden tijdens  de besnijdenisrituelen FOTO VAN PATER A. PAUWELS (SJ)   VÓÓR 1934 - COLLECTIE KMMA TERVUREN, reuzemaskers

Verzameling grote Nkanu-maskers die gebruikt werden tijdens de besnijdenisrituelen.           

 Foto van Pater A Pauwels (SJ) voor 1934 - Collectie KMMA Tervuren

In de eerste helft van de zestiende eeuw ontscheepten jezuïeten in Midden-Afrika, lang voor de Europese kolonisatie van het gebied.  
In 1893 stichtte de Sociëteit van Jezus de Missie van Kwango en kreeg ze een vaste stek in  Kongo-Vrijstaat. Het is aan de missionarissen van Kwango dat de tentoonstelling Reuzemaskers uit Congo in het BELvue Museum is gewijd.

Reuzemaskers, Groepsfoto van de jezuïetenmissionarissen van Kisantu (Congo) rond 1903. Fotoarchieven  KMMA Tervuren, Foto Zending Lauren, 1903-1904

Groepsfoto van de jezuïetenmissionarissen van Kisantu (Congo) rond 1903. Fotoarchieven  KMMA Tervuren, Foto Zending Lauren, 1903-1904

Meer dan prachtstukken

De politieke verdeling van Afrika tussen de koloniale grootmachten ging gepaard met een territoriale verdeling van de apostolische verantwoordelijkheden tussen de verschillende missiecongregaties. Dat was zeker het geval voor Kongo-Vrijstaat, van 1885 tot 1908 privé-eigendom van Leopold II. De jezuïeten kregen in 1893 de Missie van Kwango toebedeeld, een gebied van 180.000 vierkante kilometer in het zuidwesten van de huidige Democratische Republiek Congo.

In tegenstelling tot India, waar de Belgische jezuïeten eveneens een territorium te evangeliseren hadden, stond zwart Afrika niet hoog aangeschreven. De paters die naar India zouden vertrekken, kregen een initiatie in de cultuur waarin ze gingen werken. Midden-Afrika werd beschouwd als een lappendeken van wilde volkeren, die moesten worden beschaafd en doordrongen van onze cultuur en religie. Enkele missionarissen hebben zich uit persoonlijke interesse, zonder enige voorkennis, verdiept in de volken en culturen van hun werkgebied. Ze kwamen in contact met de opgeleide onderzoekers van het Museum van Tervuren, die de enthousiaste paters begeleidden en stuurden. Getuigenissen hiervan zijn overvloedig aanwezig in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA): briefwisseling tussen de paters en de wetenschappers, werken over linguïstiek, geschiedenis, botanie en etnografie, een massa foto’s en uiteraard duizenden objecten die de jezuïeten hebben geschonken of in bewaring gegeven. Deze intense samenwerking, die resulteerde is een schat aan gegevens en waardevolle objecten, opent de tentoonstelling.

Het is een boeiende kennismaking met een aantal jezuïeten-verzamelaars. Elke zending kisten, met objecten van de Nkanu, de Bayaka, de Basuku, door Jozef Van Wing (1884-1970) lokte enthousiaste reacties uit bij Joseph Maes, afdelingshoofd Etnografie in het Museum van Tervuren. Pater Van Wing kreeg geld toegeschoven om de leemtes in de museumcollecties wat betreft de regio Kwango-Kwilu op te vullen. Het transport was zeer duur: de dragers deden er te voet zeventien dagen over en die moesten betaald worden. Michel Plancquaert (1897-1992) hielp Dr. Maes onder meer in zijn zoektocht naar xylofoons en Léon De Beir (1903-1983) specialiseerde zich in de fetisjen bij de Bayaka.

Reuzemasker, Hemba-masker voor besnijdenisrituelen, hout, pigmenten, vezels en tapijtspijkers, 32 x 36 x 44 cm, verzameld door pater M. Plancquaert (SJ) Collectie KMMA Tervuren

Hemba-masker voor besnijdenisrituelen, hout, pigmenten, vezels en tapijtspijkers, 32 x 36 x 44 cm, verzameld door pater M. Plancquaert (SJ) Collectie KMMA Tervuren - Foto J. Van De Vyver, KMMA Tervuren

Bij pater Omer Butaye (1892-1968) hoort het verhaal van de verloren maskers, dezelfde maskers die de hoofdrol spelen in de tentoonstelling. In de jaren 1920 hadden de jezuïeten in Leuven enkele kleine ‘musea’ opgericht om de opleiding van toekomstige missionarissen te ondersteunen. Zo was er een museum van biologie en van experimentele psychologie, een fysicamuseum, een chemiemuseum, een museum van geologie en mineralen, en sinds 1924, een museum voor archeologie en prehistorie, waaraan in 1927 een museum voor missiologie werd toegevoegd. Vanaf dan zaten de missionarissen-verzamelaars met een dilemma: wat zouden ze naar Tervuren sturen en wat naar hun eigen ‘museum’? In de zomer van 1931 was er een dispuut tussen pater Butaye, die een zending ‘maskers met de heel grote gezichten’ had verscheept, en de musea in Leuven en Tervuren. Het museum van de jezuïeten zou de reuzemaskers, bestemd voor Tervuren hebben achtergehouden, wat Leuven ontkende.

Butaye maakt zich grote zorgen over het lot van de uiterst zeldzame stukken. Uiteindelijk werden ze teruggevonden in Kikwit en na een reis van twintig maanden kwamen ze aan in het Museum van Tervuren. Dr. Joseph Maes was dolgelukkig met de merkwaardige maskers: “Dat zijn meer als prachtstukken.”

Afschrikwekkende beschermer

Reuzemaskers, Kikaku-paneel, structuur die verband houdt met de besnijdenisrituelen, Nkanu,  hout en pigmenten, 91 x 33 x 14 cm, Collectie  KMMA Tervuren

Kikaku-paneel, structuur die verband houdt met de besnijdenisrituelen, Nkanu,  hout en pigmenten, 91 x 33 x 14 cm, Collectie  KMMA Tervuren - Foto J.-M. Vandyck, KMMA Tervuren

De reuzemaskers werden gebruikt bij het overgangsritueel makunda, dat gemeenschappelijk was voor een groot deel van de volken in het zuidwesten van Congo aan het begin van de twintigste eeuw. Makunda was exclusief mannelijk en was bedoeld om de adolescenten op te nemen in de wereld van de volwassenen. De jongens werden meegenomen naar een afgelegen kamp in de brousse, waar ze besneden werden. Blootgesteld aan ontbering en ontgroening, leerden ze jagen en kregen ze seksuele opvoeding. Vooral leerden ze dansen met de maskers, want bij de terugkeer in het dorp zouden ze dat moeten demonstreren. Tijdens de slotceremonie vereenzelvigden de gemaskerde dansende jongvolwassenen zich met hun voorouders en met hun vitale kracht. De overgang van de ene generatie naar de volgende was verzekerd.

De jonge ingewijden mochten enkel dansmaskers dragen. De ritueel belangrijkste maskers waren voorbehouden voor de leermeesters. Bij de Yaka en Suku was dat de reuzegrote kakuungu, die soms vergezeld was van de vrouwelijke tegenhanger kazeba. Een derde medespeler was mbawa, die nu eens optrad als de rivaal, een andere keer als de handlanger van kakuungu. Het zijn afschrikwekkende maskers. Ondanks de dreigende aanblik van een ontembaar monster met tegenstrijdige krachten, speelde de kakuungu de rol van beschermer binnen het kamp van de nieuwelingen. Hij moest de bloedingen van de besnijdenis stoppen, hij beschermde tegen hekserij, zorgde voor een succesvolle jacht en hield de regen tegen.

Een vlaams missiemuseum

De maskers op de tentoonstelling in het BELvue Museum zijn uitzonderlijk, niet enkel door hun grootte maar ook door de sterke beeldende kwaliteit. Toch zijn de meeste nooit eerder aan het publiek getoond, noch gepubliceerd. Het roept vragen op over de vaak belangrijke etnografische en missiecollecties die in kloosters, congregaties en ordes overal in het land bewaard worden. De verzameling van het toenmalige missiemuseum van de jezuïeten is gelukkig overgedragen aan het KMMA.

Khoonzu-mbuumba beeld dat gunstig is voor de jacht met de val,Yaka, hout en  antilopekaakbeenderen, 46 cm, Collectie KMMA Tervuren, reuzemaskers

Khoonzu-mbuumba beeld dat gunstig is voor de jacht met de val,Yaka, hout en  antilopekaakbeenderen, 46 cm, Collectie KMMA Tervuren - Foto J Van De Vyver, KMMA Tervuren

En daar is Reuzemaskers uit Congo een van de resultaten van. Hoe zit het met andere collecties? In 2004 startte het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur (CRKC), gesteund door de Vlaamse Gemeenschap en de provincies, met de inventarisatie en digitale registratie van etnografische objecten, aanwezig in kloosters en missionaire orden. Het werd al snel duidelijk dat heel wat van dat erfgoed ernstig bedreigd is. Verschillende Vlaamse religieuze instituten hebben toen aan het CRKC gevraagd een oplossing te zoeken. Een van de denkpistes voor een duurzaam behoud en beheer was de collecties te bundelen in een Vlaams missiemuseum, naar het voorbeeld van het Musée africain in Lyon, het Steyl Museum in Nederland en het Rautenstrauch-Joest Museum in Keulen. Een haalbaarheidsstudie in 2011 en 2012 toonde aan dat die plannen best opgeborgen werden. Zit het publiek te wachten op een Vlaams missiemuseum? En wie gaat dat betalen? Conclusie: voorlopig streeft het CRKC naar het veiligstellen van de collecties in afwachting van het oprichten van een missiedepot.

 Kakuungu-maskers, gelinkt aan de besnijdenisrituelen, Yaka, reuzemaskers

 Kakuungu-maskers, gelinkt aan de besnijdenisrituelen, Yaka

Links: 100 cm, verzameld door pater J. Thienpont (SJ), vóór 1927 

Rechts:  hout, pigmenten, haren en tapijtspijkers, 85 cm, verzameld door pater M. Plancquaert (SJ), vóór 1929 

Collectie KMMA Tervuren - Foto's J.-M. Vandyck, KMMA Tervuren

Tentoonstelling

Reuzemaskers uit Congo - Nog tot 8 november 2015 - Open: maandag t.e.m. vrijdag van 9.30 tot 17.00 uur; zaterdag, zondag, in juli en augustus van 10.00 tot 18.00 uur – Gesloten: 21 juli - BELvue Museum Paleizenplein 7, 1000 Brussel - T 02 500 45 54

Website

Download hier de pdf

Reuzemaskers uit Congo - Etnografisch erfgoed van de jezuïeten