''Zit er veel melk in die borsten ?''

"Het hoofd zingt lalalala. Nu weet ik zeker dat het een vrouw is." Ze fantaseren hun eigen verhaal bij een werk waaraan hun blik blijft hangen.   Het verslag van enkele ontmoetingen van kinderen en jongeren met kunst. "Ik ben al heel mijn leven bang van Jezus."

Zit er veel melk in die borsten - Dexin

Zit er veel melk in die borsten - Dexin

Cosima (3) en Maria-Victoria Bas (7)

"Beste bezoekers, in de huidige collectiepresentatie op de hogere verdiepingen bevindt zich een recent aangekocht werk van de Chinese kunstenaar Gu Dexin. Dit werk kan schokkend zijn voor jonge en/of gevoelige bezoekers. Dank voor uw begrip." Het bordje aan de inkom van het Museum voor Hedendaagse Kunst in Antwerpen dient als verwittiging.

De kinderen vragen: "Wat betekent schokkend?"
"Het is vrij pornografisch," zegt de vrouw aan de balie van het MuHKA. "Maar deze kinderen zijn te jong om dat al te begrijpen."  Cosima (3) en Maria-Victoria (7) lopen bij die zin al door de grote hal. Ze kijken de andere kinderen aan die met hun ouders de tentoonstelling Alles onder de hemel bezoeken. Een tentoonstelling van hedendaagse Chinese kunst. Maria-Victoria krijgt van de vrouw aan de balie een roze brochure mee die 'kinderpraat' heet. In de brochure staat: "De titel van de tentoonstelling zegt: we leven allemaal onder dezelfde hemel." Daar hadden de kinderen geen moment aan getwij­feld. Ze zijn te jong voor de brochure. Ze willen eerst naar de bovenste verdieping. Opstijgen met de lift van het MuHKA beschouwen ze als een belevenis. Ze drukken op 5. Hoe hoger de verdieping,  hoe liever. In de lift bevindt zich achter een glazen wand een ladder.  De groeiende ladder van Hugo Duchateau.

Kunst is allemaal rare dingen
Blerina

Ze roepen dat de ladder steeds smaller wordt. Als ze op de vijfde verdieping aankomen zeggen ze: "Het topje van de ladder is van goud." De deur gaat open. Daar staat het.

"Ooooooh," zegt Cosima (3). "Een mamma met dikke borsten!" Ze loopt er uitgelaten naartoe. "Zit er veel melk in haar borsten?" De mamma met dikke borsten heet officieel Body Works, een werk van Wang Du uit 1997. De vrouw die een beeld is, zit wellustig op haar knieën, achterwerk naar achteren. Ze draagt alleen een slip en een zonnebril. Meisjes  van drie worden er uitge­laten van. De ogen van Cosima glinsteren. Ze staat met haar mond bijna aan de stenen tepels.

"Lelijke tepels," zegt ze. "Veel te plat." Ze steekt haar tong uit. "Niet aan likken," zeg ik.

Cosima: "Zijn die borsten alleen voor haar kindje?" Volgens Darwin is de seksuele passie die door borsten wordt opgeroepen, terug te voeren tot de kindertijd. Een verlangen naar de geborgenheid van het gezoogd worden. Wanneer wordt iets pornografisch?

Cosima loopt met haar zus Maria-Victoria (7) rond het beeld. Maria-Victoria is niet meer geïnteresseerd in melk. Zij zegt: "Kijk, die mamma heeft tipschoenen aan." Tipschoenen zijn schoenen met hoge hakken. Ze kijkt naar het roze slipje tussen de billen van de vrouw. "ik vind dat een mooie kleur van onderbroek." En dan komen de vragen waar ze zelf antwoorden op formuleren.
"Waarom zit ze op haar knieën?" - "Dan kan haar kindje beter van de borsten drinken."
"Waarom heeft ze een zonnebril op?" - "Ze gaat naar de zee." Raadsels worden altijd vanuit de eigen leefwereld opgelost.

Op één vraag blijven ze kauwen: Cosima: "Waarom is die mamma in twee gekapt?" Ik moet al heel lang kijken om te beseffen wat ze bedoelt. Ze wijst naar een naad op de rug van het beeld. Maria-Victoria: "Om de dikke borsten op haar dikke poep te zetten." Cosima blijft naast het beeld zitten. "Mooie, lekkere mamma," zegt ze, "mag ik er nog lang naar kijken?"

Maria-Victoria loopt een trapje op. Ze gaat naar de richting van het geluid. Ze blijft als versteend  staan. Ze doet heel traag enkele passen vooruit. Ze verdwijnt achter een muur. Ze komt na een minuut terug. "Kom eens mee kijken. Om de hoek zit een half-mens, half­ heks."

Kunst is waaraan je moet werken
Freek
Oursler - Behinde the image

Oursler - Behinde the image

"Het is mooi als het fantasie is.'' (Lieselot)

Maria-Vicotria: "Mag ik eens achter haar hoofd gaan kijken?"

Samen staan we in de kamer met het werk van Tony Oursler. Het werk heet Behind the Image. Op een scherm tegen de muur worden natuurbeelden geprojecteerd. Enkele meters voor het scherm staat een statief met een bol. Op de witte bol wordt een filmopname van een sprekend gezicht getoond. Maria­-Victoria kijkt heel lang. Spitst haar oren. Ze wordt zich bewust van ieder geluid.
"Op de muur bewegen rozen en bladeren. Op de kapstok leeft een mannetje  dat Engels spreekt. Misschien is het wel een vrouw. Ze roept: 'Surprise! Suprise !' Ze doet net alsof er een feest moet beginnen. Het is een gewone mens die gek doet en ook een heks is." Ze zwijgt. Ze neemt mijn hand. "Dit is grappig en grie­zelig tegelijk. Ik vind het mooi." Ze twijfelt.  Vraagt het toch: "Mag ik eens achter haar hoofd gaan kijken?" Ze durft niet goed alleen de ruimte in. Ze wacht tot enkele volwassenen tot achter het statief lopen. Ze knijpt in mijn hand. Ze is gefascineerd door het hoofd en wat er achter dat gezicht zit: "Een ballon!"

Cosima, haar zus begint te wenen. Ze is bang. Maria­-Victoria: "Ga jij dan bij de borsten zitten." De ene kiest voor Body Works, de andere voor Behind the Image. Maria-Victoria wil heel lang in de kamer blijven. Ze gaat op de grond zitten om naar het gezicht van 'een half-mens, half-heks' te staren. Ze loopt er iedere keer weer naartoe. "Ik wil alleen in deze kamer zijn." Ze komt dan weer om de hoek om iets te vertellen: "Het mannetje doet gevaarlijk en wil iedereen doen schrikken.  Het hoofd zingt Lalalala. Nu weet  ik zeker dat het een vrouwtje  is. Het mooie is dat je er ook alleen naar kan luisteren." Ze doet haar ogen dicht. "De heks vraagt: Why?"

Ik zeg: "Kom de lift in." Cosima heeft genoeg van de stenen mamma.  Op de tweede verdieping lopen ze eerst rond. Ze zijn geïnteresseerd in de kinderen die met iemand van de educatieve dienst van het museum met kleurpotloden op de grond zitten. "Mogen wij mee kleuren?" Maria-Victoria loopt terug. "Ik heb een mooie man gezien. Hoe langer je naar hem kijkt, hoe triester hij wordt." De man blijkt van hout. Het is een werk van Jimmy Durham. Ze zegt: "Het is een man van een andere planeet. Dat zie je want hij zit vol klei. Hij heeft een foto van een lammetje  in zijn hand. Hij wil vertellen dat zijn lam gestorven is." Ze vraagt of de man een naam heeft. Ik kijk op het bordje aan de muur. Ze spelt de letters, ze kan nog maar net lezen: ''J-e-s-u-s". Ze wijst naar de letters op het beeld. "Wat staat hier?" Ik lees luidop: "Es geht um die Wurst."

Ze kijkt naar de rood geschilderde penis. "Dat kan Jesus niet zijn. Die had geen penis als een worst.  Ik denk dat deze man wil zeggen dat hij een lammetje geslacht heeft.  Dat hij dat spijtig vindt. Hij heeft een glazen oog. Een spiegeloog. Er komen geen tranen uit, maar toch heeft hij verdriet. In zijn handen zitten gaten." Ik zeg: "Er bestaat een verhaal waarin Jezus van het kruis komt. In die gaten zaten misschien vroeger de nagels. Zij schudt meewarig  het hoofd: "Neen. Jezus kan toch niet van het kruis gekomen zijn. Dat was alleen zijn adem. En zijn adem is in de lucht blijven hangen. Volgens mij is dit gewoon een acteur. Trouwens ... lk weet niet of jij dat weet, maar ik ben al heel mijn leven bang van Jezus en wie weet nu nog altijd."

Cosima zit lachend op haar hurken te kijken naar een glazen kist. Het blijkt 'het schokkende' werk waarover aan de balie sprake was. Een hoop vlees wordt machi­naal met een buis gepenetreerd. Maria-Victoria: "Ik denk dat het vlees al heel oud is. Misschien is dit dat geslachte lammetje van die trieste man." Cosima zegt: "Het is alleen een gekke pomp." De kinderen zijn erdoor gefascineerd. Via een kraantje kan men de geur opsnuiven van het werk. Ik moet de kinderen keer op keer optillen om hun neusgaten boven de kraan te houden. Ze krijgen er niet genoeg van.

"Ik heb honger," zegt Maria-Victoria. Cosima vraagt: "Mogen we eerst naar de speeltuin?" Met 'de speel­ tuin' bedoelt ze de afdeling die hier MUST heet. MUseumSTart of MUseumSTop. Tussen kleurige stoelen en zetels liggen op een tafel op kindermaat boekjes en plaatjes die naar de werken in het museum verwijzen. Ze willen niet met de plaatjes het museum in. Ze willen even zitten en kleuren. Cosima wil voorgelezen worden. Ze luistert naar Nijntje in het museum. Maria­-Victoria tekent op een blad papier een lammetje.  "Zullen we nu naar de Chinezen gaan zien?"

Colin Hendrickx (10)

Colin loopt met zijn ouders en zijn broer Kevin langs de collectie van de Koninklijke Musea in het Jubelpark in Brussel. De moeder vindt het nog altijd verwonderlijk. Kevin werd 13 . Omdat hij verjaarde mocht hij zelf kiezen waar het gezin een daguitstap zou maken. Zolang het maar binnen België was. Kevin zei: "Ik wil voor mijn verjaardag eerst naar het Huis van de Toekomst en daarna naar het Museum in Brussel."

Ze komen uit Duffel. Colin vindt dat zijn broer een mooi verjaardagsgeschenk heeft gekozen. Het Huis van de Toekomst vond hij niet zo interessant.  In het museum loopt hij blij rond. "Ik zie in het al gemeen wel graag dingen van vroeger."  Dat zijn ouders meegaan, vindt hij handig. "Als ik vragen heb, kunnen zij ze oplossen." Zijn ouders lezen de bordjes bij de kunstwerken.  Het is niet dat zij wekelijks een museum bezoeken. Zijn moeder: "We bezochten het Rubenshuis en enkele grote tentoonstellingen. Als we op vakantie zijn, proberen we tussendoor wel eens een museum te doen. De kinderen vinden het blijkbaar prettig." Vorig jaar zijn ze naar het legermuseum en de autocollecties komen kijken in Brussel.  Colin: "Met de school zijn we naar het Suske en Wiske museum geweest.   Toen ik in het derde leerjaar zat, hebben we met de klas het speelgoedmu­seum bezocht."  Daar heeft Colin het mooiste kunstwerk ontdekt dat hij ooit zag, hoewel het een reproductie was. Colin: "Het was echte kunst. Het schilderij heette De kinderspelen en was van Pieter Breughel. Ik vond het mooi om kinderen te zien in vroegere tijden." Hij herinnert zich nog een ander mooi schilderij uit een schoolboek: "De boerenbruiloft. Ik zou het wel eens in het echt willen zien. Het geeft het gevoel dat je in de tijd kan reizen.

"Dit museum vind ik leuk," zegt Colin. Hij loopt leer­gierig door de brede gangen en grote ruimtes waar Egyptische en Romeinse kunst staan. Het langst blijft hij stilstaan bij een koets in Lodewijk XV stijl. "De  koets is mooi om naar te kijken. Ze is zo mooi afgewerkt.  Er staan kleine schilderijtjes op," zegt hij. Zijn moeder: "Colin houdt van mooie dingen. Hij gaat al langer naar de tekenacademie." Colin staart zwijgend naar de koets. Hij loopt er langs. Dan, zegt hij: "Hier schuilt een heel verhaal achter. Misschien heeft Lodewijk nog in deze koets door de wereld  gereisd. Ik probeer me voor te stellen hoe hij in de koets ging zitten.  Ik wil uitzoeken waar hij zijn paarden moest bevestigen. In dit museum zie je dingen uit het dagelijkse leven van andere mensen. Zo'n koets kom ik in Duffel niet alle dagen tegen." Als hij verjaart,  zal hij ook voor een museumbezoek kiezen.

Zijn moeder: "Dat hij die schilderijen van Breughel aanhaalde, daar sta ik nu echt van te kijken. We zullen met Colin richting Wenen moeten trekken."

Als je een tekort hebt aan kunst ga je het leven saai vinden
Omdat je nooit iets ziet dat met liefde is gemaakt
Wies

"Kunst is iets dat niemand kan nadoen." (Delphine)

De tieners van het tatoeage atelier: Clara Engels (14), Yasmine Van Der Heyden (14), Katrien De Hovere (14) en Eva, Flora en Hendrik.

De tieners kennen de weg in de KMKG van Brussel op hun duimpje. Clara was twaalf toen ze hier voor het eerst enkele dagen een stage doormaakte met de educatieve dienst. 'Valentijn' luidde het thema. "Ik leerde er alles over harten." Intussen is ze 'met' een jongen die toen in haar groepje zat. Flora (15) was vijf toen ze voor het eerst meedeed aan een kinderatelier van het museum. Eva en Katrien waren zes. Ze lopen door het museum alsof het hun tweede thuis is. Clara: "Ik herinner me mijn eerste bezoek aan een museum. Het leek te groot. Ik wist niet waar ik naartoe moest . Ik was een beetje bang voor de bewakers."

Ze bezoekt met haar ouders wel meer musea. Intussen heeft ze naar eigen zeggen "ook geleerd hoe het is om me thuis te voelen in een schilderij." Wat ze nooit zal vergeten, is het moment waarop ze voor De Venus van Milo stond, in Italië. "We moesten tussen heel veel volk lang wachten voor we het schilderij konden zien. Eens in de zaal, zag ik het. Achter glas. Gigantisch groot. Ik heb er wel een kwartier naar staan kijken. Ik dacht: Wat heeft zich in het hoofd van deze schlder afgespeeld toen hij dit maakte?"

Yasmine vind de Taj Mahal het indrukwekkendste dat ze ooit zag. In haar kamer thuis, heeft ze een eigen kunstwerk:  een nijlpaard uit klei dat ze in de museumateliers van het Koninklijk Museum maakte toen ze tien was. "Het was naar aanleiding van een tentoonstelling over Egypte. Ik heb het nijlpaard toen beschilderd met hiërogliefen." Ze zegt dat ze vroeger in zichzelf gekeerd was. "Maar in het museum heb ik ontdekt dat ik in dingen kan opgaan. Het heeft me zelfzekerder gemaakt." Katrien en haar zus Eva lopen naar de  ateliers van de educatieve dienst en tonen een beeld dat zij ooit maakten.  Flora vindt nog een klein, zelfge­maakt poppenhuis. Ze zeggen dat ze door de museum­ateliers niet alleen anders naar kunst hebben leren kijken, maar het ook meer zijn gaan waarderen.  "je kijkt zelfs anders naar kleur." Clara: "je kijkt naar verhoudingen in schilderijen, hoe dingen gemaakt worden. je wil meer weten over de achtergrond of de cultuur van andere volkeren."  Ze hebben in de ateliers ook 'soortgenoten' ontdekt. Yasmine: "Op school voel ik me als een buitenbeentje." Katrien: "Als we op schoolreis zijn en we hebben middagpauze loop ik al eens een kerk binnen om er een kunstwerk te bekijken.  Mijn klasgenoten vroegen me wat ik in de paasva­kantie ging doen. Ik zei: naar het museum.

Ze begrepen er niets van. Sommigen denken dat het echt saai is." Clara: "Ze vinden je al snel een 'streber' of een 'seut' omdat je naar het museum gaat. Maar een museumatelier is tof." Katrien: "Het biedt het grote voordeel dat je meer bij de dingen stilstaat."

Clara: "Ik ben mensen wel sneller gaan wantrouwen. je bent het zo gewend geraakt bij ieder schilderij dubbel na te denken, dat je er een levenshouding van maakt."

Katrien loopt langs gesloten gordijnen en lange gangen naar het kunstwerk waar ze haar hart aan verpand heeft. Het is een beeld van de Paaseilanden. Het heet Kolossale Figuur. Het dateert uit de periode 1100-1680. Ze zegt: "Dit is de God van de tonijnvissers en van de vruchtbaarheid. Ik word er altijd rustig van. Dat men dit ooit gemaakt heeft en dat ik er zo maar bij kan staan, dat ontroert mij."
Clara houdt van het beeld in de Romeinse zaal. Ze zegt:  "Dit is Septimius Severus. Het is indrukwekkend hoe hij hier staat." Het is niet dat de meisjes niet geïnteresseerd zijn in wat er in hun tijd gebeurt. Clara: "Ik vind The Pixies keigoed." Katrien: "Dan zullen we elkaar ook op Rock Werchter tegenkomen."

Thijs Broes (15)

Thijs Broes gaat al tien jaar naar de tekenacademie.  Hij snuis­tert in de boeken van zijn vader die kunstgeschiedenis doceerde. Hij woont in het Limburgse Heusden-Zolder. Musea bezoekt hij zelden. "Wij wonen ver weg van Antwerpen, Gent of Brussel waar de grote tentoonstellingen worden georgani­seerd. Als vijftienjarige is het al een hele onderneming om daar op je eentje te raken." Hij herinnert zich nog wel levendig zijn laatste bezoek aan een museum. "Ik was zeven of acht jaar toen we met de tekenacademie naar het museum van Leopold II in Brussel gingen. Toen we er binnenkwamen kregen we potlood en papier. We hebben ons geamuseerd."

Kunst, daar kunt ge altijd naar blijven kijken
Benjamin

In Frankrijk bezocht hij de expositie van de vrouw die naast hun vakantiehuis een atelier heeft. "Ik vond haar werk erg mooi. Ik hou ervan dat mensen iets in hun werk verstoppen wat je niet altijd vinden kan. Ik ben de expositie een paar keer gaan bekijken." Thuis, in Heusden-Zo lder, bezoekt hij wel eens de kunstgalerij De Mijlpaal. Hij kent de eigenaars via zijn broer. "Als Ivo en Lut tegen mijn broer zeggen: 'We hebben iets nieuws in de galerij', komen we er wel eens op af." Thijs komt het liefst als er niet teveel volk is. "Ik wil rustig tussen de kunstwerken staan."  Hij wandelt langzaam tussen de werken die er nu tentoongesteld worden.  "Het is als een mensenmassa. Je bemerkt iemand en denkt: die wil ik nog terugzien. Met beelden en schilderijen heb ik net hetzelfde. Ik kijk op iets, ik blijf er niet bij stilstaan, maar mijn gedachten raken er niet van los. Ik ga terug. Ik kijk lang. Ik ga een tweede keer terug. Een derde keer en weet:  dit is een beeld naar mijn ziel."

Zo staat hij nu bij een beeld van Herman Muys. Een naakte man. Thijs: "In zijn ogen ligt onzekerheid. De man staat naakt in het leven. Ik heb het afgelopen jaar zelf lang over het leven nagedacht. Wat doen we hier? Wat moet er met ons gebeuren?" Hij wijst naar het beeld. "Ook deze man staat met een been naar voren en is nog niet zeker of hij een tweede stap zal zetten." Op blauwe voeten, blijkt het werk van Herman Muys te heten. Thijs: "Ik had niet op de kleur van zijn voeten  gelet."

Ik vind alles wat geschilderd is zoals het werkelijk is kunst
Sara

Meer dan een eeuw kind en kunst

Na de goede bedoelingen

Je kan er niet meer naast kijken: het kind is (her)ontdekt in onze maatschappij.  Kinderkleding, kindermuziek, kinder-gsm, kinderappelen, kinder­fuiven ... dagelijks vergroot het gamma van producten en activiteiten waaruit kinderen (zelfbewust) kunnen kiezen en waarvoor ze via kinderreclame warm worden gemaakt. Deze dikwijls commerciële aandacht komt honderd jaar na de aanvang van de ontvoogding van het kind. In 1900 zette Ellen Key die ontvoogding in met haar boek De eeuw van het kind, dat het tijdperk van de reformpedagogiek inluidde. De kernwoorden in de benadering van het kind werden een grotere zelf­standigheid, meer zelfwerkzaamheid en leren door doen; het kind kwam centraal te staan (vom Kinde aus). De pedagogische vernieuwingsmodellen van de twintigste eeuw besteedden binnen deze gedachte ook aandacht aan de kinderlijke expressiviteit en de rol van kunst in de opvoeding.

Tegelijkertijd kwam in de musea langzaamaan de kunsteducatie op gang. Het doel ervan durfde de afgelopen decennia nog wel eens variëren en was niet altijd zo kindgericht. In de jaren zestig stonden bijvoor­beeld het aantrekken van zoveel mogelijk mensen en het begrijpelijk maken van de kunst voor die 'massa' voorop. In de jaren zeventig had kunsteducatie dikwijls een belerende en moraliserende ondertoon die weinig ruimte liet voor de belevingswereld van het kind; kunst werd ingezet om tegemoet te komen aan maatschap­pelijke en algemeen vormende vragen en kwam zo in de sfeer van het sociaal-cultureel werk terecht. In de jaren tachtig maakte de emancipatie van het kind plaats voor die van de kunstenaar. In de jaren negentig kwam educatie weer bovenaan de agenda. Ze werd gekenmerkt door ideologische (cfr. jaren zeventig)  en economische (cfr. jaren zestig) aandachtspunten en een duidelijke positionering op de vrije-tijdsmarkt. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw speelt de kunsteducatie volop in op het nieuwe (commerciële) belang dat aan het kind wordt gehecht. Kinderen vormen dé nieuwe doelgroep en alle musea hebben een aangepast aanbod om hen te (trachten) bekoren.

Beïnvloed door het cultuurbeleid dat binnen de demo­cratiseringsgedachte van de cultuurparticipatie en cultuurcompetentie vraagt om extra aandacht voor de jongste doel groep, laveert het aanbod tussen verpret­parking en een bevoogdende aanpak.

Wordt het na een eeuw goede bedoelingen en geslaagde en minder geslaagde initiatieven niet tijd om stil te staan bij de museale aanpak van de relatie tussen kind en kunst? Moeten we niet terugkeren naar het begin en het kind in zijn interactie met de omge­ving/de kunst centraal stellen? Moeten we museale kunsteducatie voor kinderen niet terugbrengen tot de essentie - kunst en kind - en beide serieus nemen? Kunnen we het kind niet voor 'vol' aanzien en het kunstwerk als doel, in plaats van als middel? Moeten we met andere woorden niet het bevattingsvermogen van het kind en de uitstraling van het kunstwerk de tijd geven om op elkaar in te werken?  Is die relatie tussen kind en kunst niet het belangrijkste in de museale context? Moeten we de betekenis van 'educatie' in museale kunsteducatie niet eens aan een nader onder­zoek onderwerpen?

Kunst is voor iedereen.
Pieterjan

Kunst als doel

Moet kunst een middel zijn 'ter verheffing van de jeugd' of mag het genieten van kunst een doel op zich zijn? (Anita Twaalfhoven, redacteur van Boekmancohier)

Beeldend kunstenaars maken geen kunst voor kinderen in de hoop dat zij hierdoor beter presteren op school, socialer omgaan met ouders en vrienden, emotionele problemen oplossen enz.: kunst wordt niet met een expliciet educatieve doelstelling gecreëerd. Bovendien zou volgens het onderzoek Rapportage jeugd (Zeijl, 2003) cultuurdeelname nauwelijks een effect hebben op de cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling van kinderen: ze gaan er niet beter van leren en ze worden er niet socialer van.

Waarom, dan, kinderen en kunst samenbrengen? Als we ons deze vraag stellen, moeten we dringend onder­zoeken of een museumbezoek altijd een formele educatieve doelstelling moet hebben. Moeten we het belang van kunst voor kinderen wel afmeten aan het eventuele effect ervan op hun sociale, emotionele of cognitieve ontwikkeling? Bij volwassenen stellen we deze vraag niet...

Kunnen kinderen niet gewoon genieten van kunst?

Mag het niet gewoon boeiend en geestig zijn? Voor het plezier en de (ont)spanning? Kan kunst niet als doel in plaats van als middel worden 'gebruikt'? Moet een museum niet zijn grootste troef, namelijk de aanwezig­ heid van unieke en authentieke objecten, uitspelen in plaats van de aandacht van de kunstwerken af te leiden om andere vaardigheden te oefenen?

Musea moeten zich bewust worden van hun mogelijk­heden en beperkingen, hun sterktes en zwaktes, hun troeven en mindere punten. Op basis daarvan moeten we ons afvragen wat onze taken en verantwoordelijkheden zijn, in dit geval ten opzichte van de verhouding tussen kind en kunst. Een museum onderscheidt zich niet door allerlei (lerende) activiteiten, maar door de nadruk te leggen op de unieke en authentieke objecten die het tentoonstelt en de verhalen  die de objecten vertellen. Het kijken naar en beleven van kunst moet dus centraal staan. Deze invalshoek wordt door het publiek overigens  op prijs gesteld.  Dit blijkt uit recent onderzoek van Letty Ranshuysen in Gent.

Kunstwerken spreken toeschouwers aan, ook kinderen. Een kind is niet ongevoelig voor kleur, licht, ruimte, onderwerp enz. Een vierjarige heeft al heel wat geleerd en kan putten uit een uitgebreid referentie­ kader dat hij zelf heeft opgebouwd vanuit zijn sociale achtergrond. leder kind kan kijken naar kunst en de ontvangen prikkels voor zichzelf zinvol interpreteren.  Naar kunst kijken is bewust met beelden bezig zijn. Het is gericht kijken en op zoek gaan naar betekenis. Wat zegt dit kunstwerk mij? Wat kan dit kunstwerk voor mij betekenen?  In de meeste gevallen moet de toeschouwer het antwoord op die vraag zelf construeren op basis van wat hij ziet: kleuren, vormen en materialen. De presentatie van het werk speelt hier eveneens een rol. Dit proces verloopt steeds vlotter naarmate we opgroeien en naarmate we meer erva­ring hebben met kunst-kijken (de onderstaande evolutieschets is gebaseerd op de vijf stadia in de estheti­sche ontwikkeling van Parsons en de vijf fasen in de kunstperceptie van kinderen van Gardner).

Kleine kinderen bijvoorbeeld zijn simpelweg tevreden met wat ze zien, op voorwaarde  dat het herkenbaar, kleurig en niet te rommelig is. In een volgend stadium wordt vooral veel belang gehecht aan het onderwerp: dat moet mooi en realistisch afgebeeld zijn. Het kunst­ werk valt dan helemaal samen met het onderwerp en krijgt dezelfde kwaliteiten; als er bijvoorbeeld een lelijk persoon op het schild erij staat, is het schilderij zelf lelijk. (Deze esthetische voorkeuren van jongere kinderen komen doorgaans niet overeen met hun eigen werk, dat dikwijls nogal abstract en wild is.)
Vanaf een jaar of negen krijgt het kind langzamerhand oog voor de esthetische kwaliteiten van een kunst­werk:  lijn, kleur, oppervlak, licht, schaduw enz. Dit maakt de weg vrij om open te kunnen staan voor de expressie van het werk en af te stappen van de catego­rieën 'mooi en 'lelijk'. Daarbij valt de betekenis niet langer samen met het onderwerp. De betekenis komt nu voort uit de eigen reactie op en interpretatie van de expressie van het kunstwerk.  In dit stadium kan bijvoorbeeld de expressie van abstract werk meer en meer worden geapprecieerd.

Het genieten van kunst in een museale context hoeft niet uitsluitend in de kijker - het kind - zelf besloten te liggen. Het kijken naar kunst kan door het museum, de ouders of de leerkracht worden begeleid en omkaderd zodat de beleving wordt verdiept. Kunsteducatie in een museale context moet zich op de begeleiding van het kijken naar en het verrijken van de beleving van kunst richten. Het contact tussen kind en kunst staat voorop en alle activiteiten zijn daarop gericht. Kunst is in een museale context een doel, geen middel.

Dat sluit niet uit dat een museumbezoek  geen andere doelen kan dienen. De ervaring in het museum kan in samenwerking  met partners zoals de sociaal-culturele sector of het onderwijs ook in een formeel (kunst)­ educatief traject worden ingeschakeld.  Een museumbe­zoek kan bijvoorbeeld mits een goede voorbereiding en verwerking in de klas bijdragen tot het bereiken van bepaalde kerndoelen en eindtermen.

De honderd talen van kinderen

Het kind heeft honderd werelden om te ontdekken, honderd werelden om uit te vinden, honderd werelden om van te dromen.  Het kind heeft honderd talen - en nog eens honderd honderd - maar de school en de samenleving stelen er negenennegentig. (Loris Malaguzzi, pedagoog)

Laten we hier als musea niet mee schuldig aan zijn; geef kinderen toch gewoon de vrijheid om door een zaal te huppelen en hun favoriete kunstwerk te kiezen. Ga hen niet entertainen noch beleren, maar richt hun kijken en beleven door hen bijvoorbeeld te vragen waarom het ene werk hen aantrekt en het andere hen koud laat, of zelfs afstoot. Neem hen zonder bijbedoe­lingen op in de wereld van de kunst: ze willen er altijd iets over horen en er is genoeg ruimte voor de bege­leider om er iets over te vertellen of een interessante invalshoek aan te bieden.

Het samen brengen van kind en kunst in een museum moet draaien rond de wensen en noden van beide protagonisten.  Uit ervaring en onderzoek weten we dat kinderen kunst op een andere manier beleven dan volwassenen.  Voor kinderen is kunst niet elitair, dat woord kennen ze niet. Kunst is hoogstens anders, gek, gekleurd, mooi, stom of lelijk.

Kinderen zijn ontvankelijk voor het onbekende en staan open voor nieuwe ervaringen door hun natuurlijke nieuwsgierigheid, waardoor ze in staat zijn om het bijzondere van de kunst te ontdekken. Als museumme­dewerker moeten we dan ook het leren kijken als doel en effect nastreven en ophouden om kunst te gebruiken als een middel om andere (opvoedkundige) doeleinden na te streven. Succesvolle activiteiten in kunstmusea zijn die activiteiten die gericht zijn op het wezen van hun bestaan, die de link leggen met de inhoud van het museum en de kunst vooropstellen.

Succesvolle activiteiten staan in functie van de kunst en vormen zelf een middel, geen doel op zich. Het is aan andere partners (onderwijs, sociaal cultureel werk) om het museumbezoek als een onderdeel op te nemen in het ontwikkelingsproces van kinderen en er verder op te bouwen om opvoedkundige doelstellingen na te streven (kunst als middel). Een museumbezoek wordt dan een kleine rader in het geheel.  Het doel van een museumbezoek op zich moeten we dus zoeken in het verrijken van het contact tussen kind en kunst. We moeten kinderen met museum bezoeken niet per se willen kneden tot cultuurminnende en cultuurcompetente wezens, maar hen beschouwen in het hier en nu: wat is hun beleving nu? Hoe kunnen we die verdiepen? De kennismaking met kunst kan daarom best zo vroeg mogelijk gebeuren en op regelmatige basis worden hernieuwd, zodat het kind in zijn ontwik­kelingsproces in elk stadium zijn artistieke en culturele voorkeuren kan ontdekken en daar plezier en voldoe­ning uit kan putten. Dit zijn ervaringen die hoe dan ook bijdragen tot het welbevinden van het kind en zo diens brede ontwikkeling kunnen stimuleren.

Kinderen en Kunst ? Acht veel gehoorde bedenkingen

Rond kinderen en kunstbeleving circuleren heel wat vooroor­delen en clichés. Ze kunnen het nog niet begrijpen, het is te saai, in musea maken ze alles stuk ... Ouders, grootouders, leraars en iedereen die op de één of andere manier met het fenomeen wordt geconfronteerd heeft wel een aantal vragen. Hieronder acht veelgestelde  vragen.

1.  Is kunst sowieso niet al moeilijk, dus zeker voor kinderen?
Kinderen kijken en ervaren beeldende kunst op een andere manier dan volwassenen.   Hun referentiekader is beperkter waardoor ze onbevangen en zonder vooroordelen kunnen waarnemen. Volwassenen interpreteren direct en proberen het kunstwerk zo snel mogelijk te 'verstaan'. 'Wat bedoelde de kunstenaar, wat staat er op het naamplaatje, wat is de titel van het werk?'  Onder de zeven jaar kunnen kinderen niet echt abstract denken en kijken ze associatief. Ze hebben soms oog voor details die volwassenen niet zien. Visuele prikkels die kinderen krijgen bepalen mee hoe ze achteraf naar kunst kijken. Dat moet je immers ook leren en oefening baart kunst. Wie van jongs af aan musea bezoekt zal ook een betere kennis hebben van de codes van een museum. Hoe gedraag je je? Hoelang blijf je bij een werk staan?

2. Misschien is kunst ook wel voor kinderen, maar is het niet te saai?
Neen, maar kinderen hebben wel begeleiding nodig. Leer ze zich concentreren en focussen anders zijn ze volledig overdon­derd door het aanbod. Kies in elke zaal één werk en laat ze dat bewonderen. Heel veel musea bieden trouwens hulpmiddelen aan. Kijk ernaar uit en gebruik ze.

3. Zijn alle onderwerpen in hedendaagse kunst wel geschikt voor kinderen? Het gaat toch dikwijls over seksualiteit en geweld?
Beeldende kunst kan je dikwijls op verschillende niveaus lezen en interpreteren. Kinderen hoeven niet altijd alles te begrijpen alvorens ze van kunst kunnen genieten (volwassenen trou­wens ook niet). We hoeven geen onderwerpen uit de weg gaan, maar ze ook niet exp liciet op te zoeken. Kinderen merken trouwens snel dat volwassenen verkrampt reageren en dat werkt alleen maar besmettelijk. Kinderen bekijken de kunst vanuit hun 'werkelijkheidsnabijheid'  en zullen zelf eruit halen wat voor hen bevattelijk is. Belangrijk is consequent te zijn, erover te praten, samen met hen te denken en te voelen. Kunst over geweld kunnen kinderen best samen met volwas­senen bekijken.  Zo kunnen ze het plaatsen in een referentie­kader en ontwikkelen ze er weerbaarheid tegen.

4. Maken kinderen niet veel stuk in musea? Is het geen risico om met kinderen naar een museum te gaan?
Neen, integendeel: vandalenstreken gebeuren bijna altijd door volwassenen. Wanneer een kind iets beschadigt gebeurt dit bijna altijd per ongeluk. Kinderen zijn wel nieuwsgierig. Geef ze iets in handen dat ze mee kunnen nemen tijdens het museumbezoek.

5. Is het niet goed dat kinderen na een museumbezoek zei een 'kunstwerkje' maken?
Niet noodzakelijk. Het proces van creativiteit en het verwerken van alle impulsen is belangrijk. Het unieke van een museum is de aanwezigheid van originele kunstwerken en authentieke objecten. Volwassenen, de school of de familie verwachten van het kind dikwijls na een museumbezoek een afgewerkt creatief product, een soort bewijs dat men een museum heeft bezocht. De culturele sector en de musea creëren deze verwachtingen soms zelf door het aanbod van creatieve-doe­ ateliers na een museumbezoek.  Het kan natuurlijk maar het hoeft niet altijd.

6. 'leder kind is een kunstenaar. De moeilijkheid is er één te blijven als je groot bent,' beweerde Picasso.
Kinderen zijn creatief en vindingrijk maar omdat ze niet bewust creëren zijn het geen kunstenaars. Het kind als kunstenaar is een romantische gedachte en de museumsector moedigt dit soms wel aan. Wanneer kinderen een tentoonstel­ling maken is de methodiek hoe je tot een tentoonstelling komt zeker zo belangrijk.

7. Is zo'n museum bezoek met kinderen of een deelname an een educatief project zinvol?
Sommige mensen vragen zich af of museumbezoek met kinderen en jongeren wel een meerwaarde heeft. Musea en de inzichten rond kinderen en kunst hebben de laatste twintig jaar een hele evolutie doorgemaakt. Waar vroeger de nadruk lag op cogniteve overdracht (wie, waar, wat, wanneer) en op de ontwikkeling van kennis rond stijlen is er nu meer aandacht voor persoonlijkheidsontwikkeling en hoe kunst hierin een rol kan spelen.

8. Moet kunst altijd getoond worden in een museum?
Neen, er bestaan heel wat initiatieven die een kunstaanbod hebben buiten de musea. Zie artikel bladzijden 14-15.

Musea en kinderen

De educatieve diensten van bijna alle musea hebben programma's voor kinderen en jongeren. De meeste zijn ontwikkeld om in groep (met de klas) het museum te verkennen. Rondleidingen op verschillende kinder­maten zijn er in overvloed. Zoektochten doorheen de musea zitten steeds vaker in het aanbod. Even talrijk zijn kinderateliers en creatieve workshops, ook buiten de schooltijd.
Kunst op een prettige manier beleven staat centraal in diverse museum­spellen. Zo is er MUST (wat staat voor MuseumSTart en MuseumSTop) waar Floris woont, een stripfiguurtje dat alles afweet over het MuHKA.

In de schatkist van MUST vinden de jonge bezoekers  allerlei museumspellen waarmee ze de wereld van de hedendaagse kunst ontdekken. Het MuHKA past voor elke tentoonstelling de spellen aan. Verkleedpartijen doen het altijd bij het jonge volkje. In het Provinciaal Archeologisch Museum te Velzeke kunnen kinderen dierenhuiden aantrekken, veelkleurige weefsels van Kelten, tunica en stola. Het is geen vaudeville of carnaval, want het achtergrondverhaal is altijd duidelijk aanwezig.
Boeiende educatieve modules distilleren uit de collectie, dat is wat ook het Design Museum Gent doet. Zo is er voor kleuters het verhaal van Maja die op zoek gaat naar een mooie en gezellige kamer om in te wonen en op haar tocht een tafel met vijf poten tegenkomt. Andere verhalen gaan over klokken (het museum bezit nogal wat prachtexemplaren), vazen (met een dikke buik of een lange hals), stoelen, geheim­zinnige symbolen ...

Meer en meer musea bieden gidsjes aan waar kinderen alleen of samen met hun (groot)ouders mee aan de slag kunnen. Bijzonder geslaagd is de kidsgids van het Provinciaal Galla-Romeins Museum in Tongeren. Het is een mooi uitgegeven publicatie - een echt 'werk'boekje met teke­ningen en klevertjes - die uitnodigt op een reis door de tijd.

Voor individueel bezoek van gezinnen met kinderen bieden vele musea audiogidsen aan. Recent maakte het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen een audiotour voor kinderen van acht tot twaalf jaar. Het is Rubens himself die hen meeneemt langs kunstwerken van de vijf­tiende tot de twintigste eeuw.

Zowel in het museum als in de klas kan de kleuterkoffer 'Kunstkapoentjes' gebruikt worden.  Het is een samenwerking  tussen de Oost-Vlaamse musea die moderne kunst in huis hebben: SMAK, Museum Roger Raveel, Museum van Deinze en de Leiestreek, Museum Dhondt­ Dhaenens en Stedelijk Museum Oud-Hospitaal Aalst.  Elke koffer bevat een kijkwijzer, foto's van kunstwerken, een prentenboek, een poppen­spel, een memoryspel en een materialendoos. Het is leuk spelen met de kleuterkoffer.

Een koning en een koningin hadden een fijn leven.

Ze knipten linten door, spraken het volk toe, keken verdrietig als er iets treurigs gebeurde en lachten als er goed nieuws was.  Ze genoten er erg van dat ze zo belangrijk waren. Om  nog belangrijker te lijken, besliste de koningin enkel nog in rijm te spreken. Dat klonk voornaam, vond ze, en als  het niet rijmde, was het de moeite niet waard! De koning veranderde op slag in een zwijgzaam man, terwijl hij vroeger graag grappen en grollen verkocht. In het paleis ging het er nu zó aan toe:

  • Mijn liefste beste gemalin, in slapen krijg ik stilaan zin.
  • Ach mijn lieve moede stakker, ik ben echt nog veel te wakker.

Dan wist de koning niks meer te bedenken en hij wachtte bedeesd tot zijn vrouw ook naar bed wilde. Soms maakte hij  ook rijmen die niet helemaal klopten. Of hij kraamde onzin uit, om het toch maar te laten rijmen. - In een droge spons zit weinig vocht, daar vliegt een auto uit de bocht.  Op een dag gleed hij uit in het reuzegrote bad van het paleis en dreigde te verdrinken. Net voor hij kopje onder ging, bedacht hij een geschikte zin: - Ik kom gekropen uit mijn schulp, en roep mijn gemalin om hulp. Eigenlijk zwegen de koning en de koningin op den duur nog liefst van al.  De  koning wilde graag voor altijd zwijgen en zocht een paar goede zinnen om de koningin daarvan te overtuigen.  Hij werkte een week aan een kort gedicht dat hij  op een mooie avond voor haar opzei.

  • Mijn  zeer beminde koningin, in praten heb ik zelden zin,   waarom zitten wij niet gewoon stil als het landschap op de troon?

Hoe het verderging?  De  koning en de koningin zijn naast elkaar gaan zitten. Ze genoten van hun eigen gedachten, niet op rijm. De lakeien merken hen niet meer op, zo volkomen is de stilte om hen heen.

Koning en Koningin - Henry Moore

Koning en Koningin - Henry Moore

Dit verhaal van Paul Verrept bij Koning en koningin, een beeld van Henry Moore, is te horen op de audiogids voor kleuters van WoordenWoud, een project van het Openluchtmuseum Middelheim en het Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur.  In het WoordenWoud zoeken kinderen hun weg langs dertig beelden  in het museumpark, met bij elk kunstwerk een verhaal of gedicht. Er zijn routes voor kleuters, kinderen jonger dan twaalf jaar en jongeren ouder dan twaalf jaar. Ze kunnen zowel in groep als individueel op verkenning.

In het najaar brengt CANON Cultuurcel ook een denk­ document bij dit project uit met verhalen, tips en ideeën van kinderen, volwassenen en begeleiders.

Kunst komt naar je toe

Kunst proeven hoeft niet altijd binnen museummuren. Het kan even goed op straat, in parken of openbare gebouwen.  En kunst kan ook zelf op stap gaan. Om zoveel mogelijk kinderen met hedendaagse kunst in contact te brengen, reist RASA al elf jaar lang met mobiele tentoonstellingen langs de diverse culturele centra in Vlaanderen. De kunsteducatieve organisatie biedt kinderen van vier tot veertien de kans te genieten van originele, kwaliteitsvolle hedendaagse kunst. Elk project laat stapsgewijs  kunst smaken en beleven.

De actieve beleving wordt gestimuleerd door de educatieve mate­rialen die in de scenografische opstelling verwerkt  zitten en een vlotte overgang tussen kijken en doen, tussen impressie en verwerking toelaten. De projecten prikkelen de kind eren tot het verwoorden van wat ze denken of ervaren bij het zien van de kunstwerken.

Praten over kunst is ook luisteren naar elkaar. In en door het gesprek krijgt het kunstwerk zijn betekenis. De begeleider treedt hierbij op als intermediair. Vertrekkend van de ervaringshorizon, het ontwikkelingsniveau en de belangstelling van het kind, creëert hij een ontvan­kelijk klimaat, wakkert betrokkenheid aan, lokt confrontatie uit en reikt middelen en vaardigheden aan.

Belangrijk zijn de actieve verwerkingsmomenten in de vorm van kunsteducatieve spelen. Het is geen atelierwerking,  het zijn kleine actieve interventies die het kijkplezier verhogen en de beleving verrijken. Ze laten toe een deel van het creatieproces van de kunste­ naar te herbeleven en al spelend de denkinhouden van de kunste­naar te ontdekken.  Probleemoplossend en verbindend denken zijn hierbij essentieel, net zoals de interactie met de originele kunst­ werken een duidelijke meerwaarde  betekent. Indrukken opdoen, reflecteren en verwerken, vervloeien zo op natuurlijke wijze tot een handelend begrijpen. Kunsteducatie houdt niet op aan het einde van het tentoonstellingsbezoek. RASA biedt leer­krachten een naverwerkingspakket aan om kunst en de in de tentoonstelling aan bod gekomen thema's vakoverschrijdend te integreren in de klaspraktijk.  Dat materiaal is ook los van de tentoonstellingen te gebruiken.

De uitspraken van kinderen over kunst, die kris­ kras in deze speciale bij lage zijn uitgestrooid, komen uit 'Buiten de lijnen', een publicatie die RASA  in 2003 realiseerde ter gelegenheid van zijn tiende verjaardag.

Iets wat niet mooi is, kan ook kunst zijn
Jenthe

Praktische informatie

CANON, de Cultuurcel van het departement Onderwijs, wil een bruggenbouwer zijn tussen de werelden van cultuur en onderwijs en zo cultuur een actieve plaats geven in de school. Dit gebeurt onder andere door goede voorbeelden uit de praktijk te ondersteunen, publicaties zoals deze te verzorgen en vruchtbare ideeën uit te wisselen. Terugkerende en jaargebonden projecten garanderen een gevarieerd en dynamisch cultuuraanbod. Voor  meer  cultuur op school biedt de nieuwe website van CANON Cultuurcel een schat aan informatie. Daar vindt u ook een uitgebreide databank van kunstenaars en organisaties die met uw school mogelijk aan de slag kunnen in velerlei projecten. 

Download hier de pdf

OKV plus 2004.2 - Kinderen en Kunst.pdf

OKV plus 2004.2 - Kinderen en Kuns