Klassieke naslagwerken weten vaak geen raad met kunstenaars die niet netjes in een hokje passen. Zo een curieus buitenbeentje is de Belgische schilder Anto-Carte (1886-1954). Voor de Vlaamse kunsthistorici en verzamelaars is hij een Waalse ‘regionale’ kunstenaar, voor avant-gardecritici was hij een al te klassieke meester, zelfs een slaafse discipel van Bruegel. Inderdaad, Anto-Carte is geen beeldenstormer. Zijn lieflijke madonna's en stoere landarbeiders lijken aangewaaid uit de late middeleeuwen. Toch verdient deze twintigste-eeuwse ‘Waalse Primitief’ een nieuwe, ongedwongen blik. Een rustige ontmoeting met de ingetogen wereld van Anto-Carte is nu mogelijk in het BAM (Musée des Beaux-Arts de Mons) in het Henegouwse Bergen.

Anto-Carte, Medea en Jason

Anto-Carte, Medea en Jason, 1916, gouache op papier, 270 x 210 mm Privécollectie

Van Bergen via Brussel naar Parijs

Op 8 december 1886 wordt Antoine Victor Carte geboren in de Waalse industriestad Bergen. Op jeugdige leeftijd gaat hij naar de stedelijke academie van zijn geboorteplaats. Zoals menig getalenteerd kunstenaar trekt hij vervolgens naar het bruisende Brussel waar hij aan de Académie Royale des Beaux-Arts zijn artistieke horizon danig verruimt. In de opleiding schilderkunst krijgt hij onder meer les van de gereputeerde symbolistische schilders Jean Delville (1867-1953) en Constant Montald (1862-1944).

Na een degelijke Brusselse opleiding voltooit een gedreven kunstenaar graag zijn vorming in Parijs, al enkele eeuwen het artistieke epicentrum van West-Europa. Zo ook Antoine Carte die in 1912 met een studiebeurs op zak naar de lichtstad spoort. Hier gaat hij aan de slag in het theaterdecoratelier van Cavaillé-Coll en Léon Bakst (1866-1924). Zij ontwerpen regelmatig voor het bekende balletgezelschap Ballets russes van Sergei Diaghilev (1872-1929). In Parijs ontmoet Carte regelmatig de beroemde Belgische dichter Emile Verhaeren (1855-1916). Hij ontdekt de symbolistische schilderijen van Pierre Puvis de Chavannes (1824-1898) en Maurice Denis (1870-1943).

Anto-Carte, Parce Domine

Anto-Carte, Parce Domine, 1920, olieverf op doek, 180 x 180 cm Privécollectie

Een symbolistisch debuut

Gesterkt door de aangename kennismaking met Emile Verhaeren en de mysterieuze doeken van Denis en Puvis de Chavannes zet Carte zijn eerste artistieke stappen op Belgische bodem in 1913. Hij laaft zich flink aan de kleurige dromerige taferelen van zijn Brusselse leermeester Montald. Naast tere impressionistische landschappen penseelt hij Griekse goden in een arcadische omgeving. De achtergronden vol stemmige kleurwisseling herinneren aan zijn vruchtbare activiteit in het Parijse decoratieatelier. Carte kon moeiteloos een virtuoos ontwerper van behangpapier en textiel worden. In tegenstelling tot schilders uit vorige eeuwen die de passie tussen de geliefden laten flakkeren, houdt Carte het in de gouache Medea en Jason (1916) opvallend rustig. Koningsdochter Medea kijkt met verliefde blik op naar haar Griekse held Jason vooraleer zij inschepen naar zijn vaderland. Stoere bink Jason, met het Gulden Vlies om de schouders, kijkt teder naar zijn geliefde. Carto verkiest dit prille geluk in een idyllische omgeving dan wel de heftige passie of de bittere smart.

Internationaal succes

In 1920 zet Carte zijn internationale carrière in met een gewaardeerde deelname aan de Esposizione Internazionale d’Arte della Città di Venezia, beter bekend als de Biënnale van Venetië. Een absoluut meesterwerk, dat nog meermaals in tentoonstellingen indruk maakt, is de Mater Dolorosa (1918). Hier laat Carte de decoratieve luister van zijn symbolistisch debuut achterwege, maar behoudt wel de intieme verstilling. Gezeten op een eenvoudig bed houdt een oude moeder haar overleden zoon in haar schoot. Zijn mijnwerkersgereedschap ligt op de vloer, als een stille getuige van het drama in de diepe mijngang. Carte tilt het regionale thema van Le Pays Noir moeiteloos naar een tijdloos niveau. Hij hanteert de laatmiddeleeuwse Piëta als model om dit schrijnende drama gestalte te geven. Geïnspireerd door de late schilderijen van Pieter Bruegel gaat hij voortaan voor enkele monumentale figuren, rustig in gebaar en emotie. Het universele thema van moeder en kind, in religieuze dan wel wereldse gedaante, blijft een vaste waarde in zijn oeuvre.

Anto-Carte, De annunciatie

Anto-Carte, De annunciatie, [z.d.], olieverf op doek, 140 x 130 cm Privécollectie / Courtesy Van Herck-Eykelberg

Net als Bruegel en Vlaamse expressionisten plaatst Anto-Carte een religieus tafereel liefst in een eigentijdse en lokale landelijke omgeving. Ogenschijnlijk lijkt de annunciatie een traditionele voorstelling. Carte wijkt echter behoorlijk, maar subtiel als steeds, af van de geijkte paden. Maria heeft haar woning verlaten en zit in haar tuin te wieden. Het is niet de aartsengel Gabriël die haar de blijde boodschap meedeelt. De deemoedige vrouw is een zuiver witte bruid van Christus die haar een ruiker witte lelies aanbiedt, ten teken van haar zuivere, onbevlekte ontvangenis. De Heilige Geest ter hoogte van haar schouder lijkt wel een alledaagse duif, net als de vier duiven boven het dak van Maria's huisje. Mysterie en verwondering, letterlijk en figuurlijk fijnzinnig gepenseeld.

Tijdens een tentoonstelling in Parijs anno 1923 ontmoet hij vertegenwoordigers van het Carnegie Institute in Pittsburgh (Verenigde Staten van Amerika). De contacten leiden tot zijn eerste grote retrospectieve in 1925. Pers en publiek reageren enthousiast. Tot in 1950 houdt Carte met de regelmaat van een klok tentoonstellingen in Pittsburgh en elders in de Verenigde Staten.

Herboren

Samen met zijn pupil Léon Navez (1900-1967) reist Carte in 1925 naar Firenze om tot rust te komen na zijn scheiding. Hier bewondert hij voor het eerst in levende lijve zijn Italiaanse zielsgenoten uit het Quattrocento. In de kunststeden Firenze en Siena raakt hij danig onder de indruk van de teergevoelige muurschilderingen van Fra Angelico en tutti quanti.

Na zijn huwelijk met Julia (Youl) Frans gaat het Carte voor de wind. Emotioneel in rustiger vaarwater, zet hij alle zeilen bij. Tot in het verre Amerika is hij een gevierd kunstenaar die steevast aanwezig is in Belgische selecties van internationale tentoonstellingen. In 1928 sticht hij samen met schilder Louis Buisseret (1888-1956) en verzekeringsmakelaar Léon Eeckman de kunstenaarsverening Nervia. Zijn collega’s erkennen hem als de onbetwiste leider die de artistieke contouren uitzet. Eeckman zorgt voor de goede logistieke gang van zaken. Ook Henry van de Velde (1863-1957) waardeert de monumentale kracht van zijn doeken. Als directeur van de kunsthogeschool La Cambre vertrouwt hij Carte in 1929 de leiding van het theaterdecoratieatelier toe. Van 1933 tot 1936 vervangt Carte in La Cambre Gustave Van de Woestijne (1881-1947) als adjunct-leraar in het atelier decoratieve en monumentale kunst. Met zachte maar zekere hand drukt hij zijn stempel op de klassieke monumentale kunst in België. Na de Tweede Wereldoorlog wordt het stilletjes rond Anto-Carte. De woelige Jeune Peinture Belge verovert stormenderhand het artistieke toneel.

Anto-Carte, Het avondangelus

Anto-Carte, Het avondangelus, 1922, tempera op doek, 66 x 76 cm Privécollectie Foto : Jacques Vandenberg

Een stille rots in de branding

Anto-Carte, Moederschap

Anto-Carte, Moederschap, 1926, gouache en aquarel op papier, 1.210 x 935 mm Collectie Massimo

Momenteel vertoeft Anto-Carte nog steeds in een fervente bewondering van liefhebbers van klassieke moderne schilderkunst. De tentoonstelling komt net op tijd om een jonger publiek te overtuigen van zijn stille kracht. Voor velen was en is hij een bezadigde verteller die droomt van een landelijk leven zonder razende auto’s en ratelende fabrieken. Net in zijn anti-moderne visie schuilt nog steeds de waarde van de in zichzelf gekeerde meester. Carte opzij zetten als een brave reporter van het Waalse landelijke leven is al te simplistisch. Zijn realisme geworteld in Van Eyck en Bruegel en sterk schatplichtig aan Gustave Van de Woestijne verrast nog steeds bij een hernieuwde ontmoeting in Bergen. Minder verrassend is de fraai uitgegeven catalogus die de mysterieuze zijde van de kunstenaar wil belichten.

De Franstalige auteurs vermijden angstvallig zijn verwantschap met Van de Woestijne en Valerius De Saedeleer (1867-1941). De historische artikels over de internationale carrière en receptie zijn meer relevant. Bijzonder lezenswaardig is het interview met Françoise Eeckman, dochter van Léon, Carte’s trouwe vriend en medestander.

De tentoonstelling baadt in een haast sacrale sfeer. Ondersteund door verwante kunstwerken uit de rijke collecties van het museum, lichten de werken van Anto-Carte op in een duistere omgeving. Een voortreffelijke selectie, met dank aan musea en privécollecties, maakt de expositie tot een ware vaut le détour.

Tentoonstelling

Anto-Carte: Hemel en aarde — Nog t.e.m. 21 augustus 2022 — BAM - Beaux-Arts Mons

Download hier de pdf

Anto-Carte.pdf