OKV1994.3
Het Museum voor Schone Kunsten van Gent brengt van 19 september tot 27 november de tentoonstelling 'Meesterwerken van de gotische beeldhouwkunst'.
In twaalf zalen van het museum wordt een overzicht geboden van de 15de-eeuwse sculptuur in de Bourgondische Nederlanden.
De paneelschilderkunst van de Vlaamse primitieven is genoegzaam bekend. Het grote publiek kent niet alleen het oeuvre van de gebroeders Van Eyck, Hans Memling en Rogier van de Weyden, maar is ook vertrouwd met het werk van kleinere meesters. De beeldhouwers uit dezelfde periode genieten relatief weinig bekendheid. Toch was de beeldhouwkunst even belangrijk als de schilderkunst. In de grote centra van de Bourgondische Nederlanden, zoals Antwerpen, Brugge, Brussel, Doornik, Gent, Rijsel en Utrecht waren belangrijke ateliers actief. Ze hadden een grote faam en maakten beelden en retabels die naar heel wat landen in Europa werden uitgevoerd. In twaalf zalen van het museum wordt de produktie van deze grote centra, zaal per zaal, geëvoceerd.
De verspreiding en de kwetsbaarheid van het laat-gotische beeldhouwwerk werkten in het nadeel van hun behoud. Veel werken gingen verloren, of erger, ze werden vernietigd tijdens de Beeldenstorm, de Franse Revolutie en de twee wereldoorlogen. In het Gentse Museum voor Schone Kunsten worden meer dan honderd sculpturen van hoge kwaliteit samengebracht. Diverse grote buitenlandse musea geven beelden en retabels in bruikleen. Zo worden twee engelenbeelden tentoongesteld uit het Madrileense Prado. Wat deze beelden zo speciaal maakt is het feit dat ze voluit gesigneerd zijn. Hiermee wordt de naam van Meester Tydeman Maes uit de vergetelheid gehaald. Uit rekeningen blijkt dat hij tussen 1432 en 1452 in Brugge werkzaam was.