Vanaf het prille begin van de fotografie heeft de familie zich op natuurlijke wijze in het hart van het beeld genesteld. Voor de lens van de daguerreotypieën laat men zich vaak met zijn naasten fotograferen. Naarmate ervaren amateurs de mogelijkheden van het apparaat verkennen, worden familieleden – soms tegen hun zin – geïmproviseerde modellen. Toen Kodak in 1888 een gebruiksvriendelijke camera op de markt bracht, was het de bedoeling dat iedereen zijn eigen herinneringen kon bewaren, als een discrete archivaris van momenten die thuis werden vastgelegd, en zo bij te dragen aan de totstandkoming van wat later de ‘familiearchieven’ zou worden genoemd.
Maar hoe fotograferen we vandaag de dag onze dierbaren? Hoe kijken we naar onze naasten, naar de banden die ons verbinden, of die ons soms ontglippen? Roept de familiefotografie nog steeds alleen maar bevroren geluksmomenten op, die momenten die in de afgelopen decennia vaak werden gekozen om de albums te vullen? Of wordt het beeld, nu het begrip ‘familie’ zelf wordt hertekend, opnieuw uitgevonden en elders gezocht, een instrument om te bevragen, te deconstrueren en de breuken en het zwijgen bloot te leggen? En waar ligt die subtiele, bijna onmerkbare grens tussen persoonlijke herinnering en artistieke daad? Het is op deze vragen dat de tentoonstelling Éclats de familles een antwoord probeert te geven, door zich te richten op hedendaagse fotografen, diegenen die zekerheden aan het wankelen brengen, die de flitsen – van gelach, stemmen, tranen, herinneringen – vastleggen van een veelzijdige, veranderlijke en soms opnieuw verbeeldde familie.
Elf Belgische of in België gevestigde fotografen sieren de muren van het Musée de la Photographie, met als gemeenschappelijk kenmerk dat ze deel uitmaken van de familie die ze fotograferen, waardoor de blikken, de verwantschappen en de vormen van verbondenheid zich vermenigvuldigen. Voor sommigen past het fotograferen in een dagelijks leven dat wordt gekenmerkt door de wens om de tijd stil te zetten, hun naasten door de dagen heen vast te leggen en een visueel geheugen op te bouwen.
Met werk van Camille Carbonaro, Erell Hemmer, Simen K. Lambrecht, Anne De Gelas, Olivier Cornil, Nick Hannes, Philippe Herbet, Matthieu Marre, Annabel Werbrouck, Pascal Sgro en Chrystel Mukeba aangevuld met de blikken van andere fotografen – via boeken of beelden uit de collecties van het Musée de la Photographie – weeft Éclats de familles met fragmentarische accenten een verhaal rond het fotograferen van de naasten, en biedt het, zonder de pretentie volledig te zijn, de vele facetten van de familie in de hedendaagse Belgische fotografie.