Weinig kunstenaarsboeken kenden zoveel bijval als Mon livre d’heures van Frans Masereel (1889-1972). Thomas Mann en Henry Van de Velde prezen de uitgave de hemel in, maar ze bereikte eveneens het grote publiek. Het woordeloze beeldboek uit 1919 bestaat uit 167 houtgravures waarin Masereel zijn herwonnen levensvreugde na de Eerste Wereldoorlog uitschreeuwt. Sinds 16 juni 2025 prijken de originele pentekeningen, bewaard in het MSK in Gent, op de Vlaamse Topstukkenlijst.

Mon livre d’heures De bestseller van Masereel

Frans Masereel, Mon livre d’heures (voorstudie), ca. 1918-1919, zwarte inkt op papier, Museum voor Schone Kunsten, Gent, foto: www.artinflanders.be, Hugo Maertens

Negen bij zeven centimeter en enkel in zwart en wit, meer had Frans Masereel niet nodig om zijn gemoed vast te leggen tussen november 1918 en voorjaar 1919. Op dat kleine formaat maakte hij 167 tekeningen waarop we het koortsachtige leven van een jongeman op de voet kunnen volgen. Die rijzige figuur heeft universele trekken, maar in één tekening verschijnt hij als zelfportret van de kunstenaar aan het werk in zijn atelier.

De tekeningen ontstonden razendsnel. In eenzelfde creatieve roes zette Masereel ze over op houtblokken van dezelfde kleine afmetingen. Samen vormen ze Mon livre d’heures dat hij op een handpers drukte. Het werd een mijlpaal in het oeuvre van Masereel en een referentiewerk in de geschiedenis van de grafische kunsten.

Boekenschool

Masereel was 29 en had tijd nodig gehad om zijn carrière te ontwikkelen. Hij was de zoon van een Gentse rentenier die stierf toen hij vijf was. Zijn moeder hertrouwde met een bekende geneesheer. Geld was geen probleem en cultuur zat in het gezin ingebakken. Masereels keuze voor een typografieopleiding aan de Gentse ‘boekenschool’ was beneden zijn stand. Daarnaast volgde hij avondlessen aan de Academie, zonder veel discipline en zicht op een nuttig diploma.

Mon livre d’heures De bestseller van Masereel

Frans Masereel, Mon livre d’heures (voorstudie), ca. 1918-1919, zwarte inkt op papier, Museum voor Schone Kunsten, Gent, foto: www.artinflanders.be, Hugo Maertens

Toch wist hij al jong dat hij artiest wilde worden. Ook wat hij wilde vastleggen, had hij snel voor ogen: het dagelijkse leven, de mens in al zijn deugden en ondeugden en zijn strijd voor een eerlijk en eerbaar bestaan. Tekenen leerde hij zichzelf, eerst in de Gentse volkswijken in het gezelschap van zijn oudere vriend Jules De Bruycker (1870-1945) en vanaf 1911 als bohemien in de straten van Parijs.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vluchtte Masereel naar het neutrale Zwitserland, waar hij zich engageerde in de pacifistische beweging. Dagelijks tekende hij een cartoon voor de oorlogskrant La Feuille en maandelijks een houtsnede voor het tijdschrift Les Tablettes. Door het helse tempo en het voortdurend wisselende oorlogsnieuws scherpte hij zijn teken- en graveerkunst aan en ontwikkelde zijn stijl: met enkele zwarte lijnen wist hij de absurditeit van de oorlogsmachine op te roepen. In Genève bouwde hij ook een uitgebreid netwerk van artistieke vrienden en fans uit, met de bekende schrijvers Romain Rolland (1866-1944) en Stefan Zweig (1881-1942) als steunpilaren.

Midden 1918 werd Masereel zoals miljoenen anderen getroffen door de Spaanse griep. Zijn herstel viel samen met het einde van de oorlog. Dat herwonnen vitalisme legde hij vast in Mon livre d’heures. In 1917 had hij al het boek 25 images de la passion d’un homme gepubliceerd. Vertelde die eerste suite in houtgravures een kort en grimmig oorlogsverhaal, dan werd Mon livre d’heures een lange lofzang op het leven.

Mon livre d’heures De bestseller van Masereel

Frans Masereel, Mon livre d’heures (voorstudie), ca. 1918-1919, zwarte inkt op papier, Museum voor Schone Kunsten, Gent, foto: www.artinflanders.be, Hugo Maertens

De hoofdpersoon geniet volop van het moderne stadsleven. Hij gaat naar theater en kermis, volgt bokskampen en gaat ijsschaatsen. Er zit een gezonde portie seks in zijn leven, en hij is ook betrokken bij de maatschappij. Hoewel Masereel geweld en geruzie toont en hooghartige kapitalisten opvoert, overheerst een fundamenteel optimisme, gesymboliseerd door de zon waarvan het hoofdpersonage geniet en de boeken die hij leest. De zon als energiebron en boeken als wapen tegen stompzinnigheid werden leidmotieven in Masereels oeuvre.

Middeleeuwen en film

Voor Mon livre d’heures putte Masereel inspiratie uit vele bronnen. De titel verwijst naar middeleeuwse getijdenboeken, rijk geïllustreerde gebedenboeken voor alle uren van de dag. Masereel paste ook het procedé van de middeleeuwse blokboeken toe, waarbij elke pagina uitgesneden werd in één houtblok en waar het beeld primeerde op de tekst.

Inhoudelijk was de beroemde dichtbundel Leaves of grass van Walt Whitman (1819-1892) een leidraad. De pionier van de Amerikaanse literatuur bejubelde daarin zijn eigen vrije leven. Cruciaal was ook de invloed van het filmmedium dat tijdens de Eerste Wereldoorlog massaal doorbrak. Masereel was misschien geen verstokte cinemaganger zoals Paul Joostens of Paul van Ostaijen, maar hij begreep hoe de stomme film erin slaagde, om met louter beelden zonder anekdotiek en bijschriften, een universeel herkenbaar verhaal te vertellen.

Mon livre d’heures werd een mijlpaal in het oeuvre van Masereel en een referentiewerk in de geschiedenis van de grafische kunsten.
Mon livre d’heures De bestseller van Masereel

Frans Masereel, Mon livre d’heures (voorstudie), ca. 1918-1919, zwarte inkt op papier, Museum voor Schone Kunsten, Gent, foto: www.artinflanders.be, Hugo Maertens

Mon livre d’heures miste zijn uitwerking niet. De eerste druk die Masereel in eigen beheer op tweehonderd exemplaren uitgaf, bereikte een publiek van kenners en vestigde zijn naam als geniaal houtsnijder. Een van de eerste fans was Henry Van de Velde (1863-1957) die onder de indruk was hoe Masereel “zonder enige irriterende nadrukkelijkheid een plasticiteit en een monumentaliteit bereikte die van deze suite kleine houtsneden een suite van imposante reliëfs maakte, als gehouwen in de harde steen van het portaal van een kathedraal.”

Toen Rainer Maria Rilke (1875-1926) het boek ontdekte, stuurde hij het prompt door naar zijn uitgever om de rechten op te kopen, want hij kende geen enkele houtsnijder die “zo slagvaardig en direct was” als Masereel. Niet Rilkes uitgever, maar het bekende huis Kurt Wolff zou de rechten binnenhalen en een goedkope editie van Mon livre d’heures en andere werken van Masereel massaal in de markt zetten. Voor de uitgave in 1926 schreef Thomas Mann (1875-1955), nochtans geen kenner van plastische kunsten, een jubelende inleiding. “De meest ontroerende film die ik ooit heb gezien”, prees de Nobelprijswinnaar.

Na Mon livre d’heures sneed Masereel nog veertig andere romans zonder woorden, die hun publiek vonden zowel bij kenners als liefhebbers. Uitgaven in China en Rusland, al dan niet met medeweten van de auteur, zorgden voor monsteroplages. Tot vandaag blijft Mon livre d’heures Masereels bestseller met een oplage die in de honderdduizenden exemplaren loopt.

Mon livre d’heures De bestseller van Masereel

Frans Masereel, Das Stundenbuch, 1926

Naast succesrijk was Mon livre d’heures ook invloedrijk. Na de Eerste Wereldoorlog kende de houtsnede een spectaculaire heropleving, vooral in avant-gardekringen, en Masereel werd daarvan het boegbeeld. In Antwerpen richtte Roger Avermaete (1893-1988) het tijdschrift en de uitgeverij Lumière op. Hij verzamelde de kunstenaars Joris Minne (1897-1988), Henri Van Straten (1892-1944) en de broers Jozef (1890-1957) en Jan (1886-1931) Cantré rondom zich en spoorde hen aan om in navolging van Masereel boeken met hout- en linosneden te illustreren. Samen met goeroe Masereel werden ze bekend als De Vijf.

In de tweede helft van de twintigste eeuw speelde Masereels gave om sociale boodschappen met prenten te communiceren een rol in de evolutie van de graphic novel. Amerikaanse auteurs als Art Spiegelman (1948), bekend van Maus, en Eric Drooker (1958) van Naked City bouwden voort op zijn beeldboeken.

Mon livre d’heures De bestseller van Masereel

Frans Masereel, Mon livre d’heures (voorstudie), ca. 1918-1919, zwarte inkt op papier, Museum voor Schone Kunsten, Gent, foto: www.artinflanders.be, Hugo Maertens

Gigantisch oeuvre

Hoewel Masereel heel zijn carrière vanuit het buitenland opbouwde, – tussen 1918 en 1929 mocht hij als ‘dienstweigeraar’ België zelfs niet meer binnen – bleef hij als kunstenaar steeds met zijn vaderland verbonden. Hij beschouwde zich als een erfgenaam van Bruegel en identificeerde zich graag met de figuur van Tijl Uilenspiegel van Charles De Coster (1827-1879). Hij illustreerde boeken van bewonderde auteurs als Emile Verhaeren (1855-1916), Maurice Maeterlinck (1862-1949), Stijn Streuvels (1871-1969) en Herman Teirlinck (1879-1967). In bankier Maurits Naessens (1908-1982) vond hij na de Tweede Wereldoorlog zijn grootste mecenas.

Het oeuvre van Masereel is gigantisch, bijna te vergelijken met Picasso. En dan werd een deel nog als ontaarde kunst vernietigd tijdens het Hitler-regime en bij de verwoesting van zijn vakantiehuis in Équihen bij Boulogne-sur-Mer in 1942. Masereel werkte snel, maakte vooral tekeningen en houtgravures en bleef tot het einde actief, met het interbellum als zijn meest vruchtbare periode.

Mon livre d’heures De bestseller van Masereel

Frans Masereel, Mon livre d’heures (voorstudie), ca. 1918-1919, zwarte inkt op papier, Museum voor Schone Kunsten, Gent, foto: www.artinflanders.be, Hugo Maertens

Dankzij het archief van uitgever en galeriehouder Pierre Vorms bevindt de belangrijkste Masereel-collectie zich in Centre Pompidou en de Bibliothèque Kandinsky in Parijs. Gelukkig konden ook Belgische musea en privéverzamelaars interessante ensembles opbouwen. Dat is onder meer te danken aan Ronny Van de Velde, die in 1981 een groot deel van de erfenis van weduwe Laure Malclès-Masereel (1911-1981) kon verhandelen. Het MSK Gent kocht toen de ontwerptekeningen van Mon livre d’heures bij de Antwerpse kunsthandelaar.

Masereel-biograaf Joris van Parys (1944) zorgde er in 2003 voor dat driehonderd houtblokken die als bij wonder in de kelders van uitgeverij Europa in Zürich opdoken, overgemaakt werden aan het AMSAB-Instituut voor Sociale Geschiedenis in Gent. Tot de ontdekte schat behoorden alle blokken van 25 Images de la passion d’un homme, de enige twee overgebleven blokken van Mon livre d’heures en de zeven resterende blokken van Debout les morts. Résurrection infernale (1917). Die laatste zeven werden als universele oorlogsgetuigenis al in 2014 als topstuk erkend. Vorig jaar kregen ze het gezelschap van de 167 tekeningen voor Mon livre d’heures.

Download hier de pdf

Masereel.pdf