Met het einde van de eerste wereldoorlog is er in België, niét minder dan in andere landen, een uitzonderlijk levendige bloei ontstaan op het gebied der schone kunsten. Het reeds van bij het begin der 20ste eeuw buiten onze grenzen gistend expressionisme, had ook onze schilders en beeldhouwers grondig aangedaan en wel zodanig dat aldus het specifiek Vlaams expressionisme zou opschieten en onze kunstschool verheffen tot een peil dat zij niet meer bereikt had sedert de eeuw van Pieter Pauwel Rubens.
Is dit expressionisme geen loutere, aan de zelfkant van het leven ontsprongen artistieke beweging gebleven, maar neemt men er de bewogen spanningen in waar die de mens toen hoe langer hoe meer moest doormaken, dan heeft de houtsnijkunst daartoe een zulkdanig aandeel genomen, dat het in méér dan een opzicht als een geschiedkundige gebeurtenis mag geboekt worden.
Dat bepaalde uitdrukkingsmiddel werd, na een vijf eeuwen lange ontwikkeling, tijdens de 19e eeuw haast nog uitsluitend aangewend voor reproducerende doeleinden, met het gevolg dat het wegens de uitvinding en snelle uitbreiding van de fotomechanische reproduktie-procédés tot verdwijnen gedoemd scheen, waren de kunstenaars er niet toe geleid geweest er de oorspronkelijk scheppende mogelijkheden van in te zien. Met het zelf ter hand nemen van mes, steekbeitel en guts hebben zij er dan uiteindelijk de integrale originaliteit van bewerkt.
De betekenis hiervan ligt niet alleen in de formele vernieuwing van de houtsnede, niet alleen in de verrijking van haar onbaatzuchtig artistieke en creatieve mogelijkheden; zij reikt veel verder omdat de houtsnede de mens - sociaal, politiek, geestelijk en cultureel - grondig gediend heeft. Het beste, het verhevendste, het duurzaamste en, derhalve, het meest verantwoorde gedeelte van de moderne xylographische produktie werd geboren uit de diepe drang de mens een boodschap te brengen; in haar worden de getuigenissen bestendigd van de complexe en ontredderende bekommernissen, spanningen, drama's, opstanden, liefden en ontgoochelingen, van de strijd waardoor de 20ste-eeuwse mens hoopvol ondanks alles zijn vertrouwen in de toekomst wil handhaven.