OKV2026.2
Je denkt er vaak niet aan, om even stil te staan en naar boven te kijken. Soms gaat daarom een wondere wereld aan je voorbij. Museum PARCUM in Leuven behoedt je voor dat risico. De plafonds die Jan Christiaen Hansche in de zeventiende eeuw met onvoorstelbaar vakmanschap bouwde in Abdij van Park, zijn het middelpunt van de expo Hansche. Meester in kalk.
Foto: Vincent Das
Dat de naam van deze meester tot voor kort weinig belletjes deed rinkelen, is in weerwil van zijn inspanningen. Zo signeerde hij al zijn plafonds, iets wat zijn collega-kalksnijders vrijwel nooit deden. En vaak deed hij dat niet in een verdoken hoekje. Duidelijk en met grote kalkletters staat er te lezen: Jan Christiaen Hansche.
Hansche zag zichzelf namelijk niet als een ambachtsman, maar als een kunstenaar. Toen hij inwoner van Brussel werd en er zijn beroep wilde uitoefenen, vroeg hij in 1661 het poorterschap aan. De stad stemde in, op voorwaarde dat hij zich aansloot bij het ambacht van de plakkers en strodekkers. Hansche weigerde. Terwijl traditionele stukadoors hun plafonds decoreerden door mallen in het pleister te stempelen, ging hij als een beeldhouwer te werk. “Hansche maakte zijn figuren en ornamenten niet op de grond om ze daarna aan het plafond te bevestigen”, legt Stefan Van Lani (conservator van Abdij van Park) uit. “Hij werkte op hoogte. Voor de grotere figuren maakte hij een staketsel in hout en ijzerdraad. Daaromheen modelleerde hij zijn figuren in kalkmortel. Met mes en spatel gaf hij ze verder vorm.”