OKV2021.3
Toen Norbertus van Gennep op een mooie dag van zijn paard gebliksemd werd, verliet de aalmoezenier van Hendrik IV het keizerlijke hof. Op kerstmis 1121 stichtte Norbertus in het afgelegen Franse dorpje Prémontré de norbertijnenorde. 900 jaar later wordt dit jubileum gevierd met een tentoonstelling over het rijke verleden van de norbertijnen. Als de bliksem vindt plaats in de Leuvense Abdij van Park, die dankzij een uitgebreide restauratiecampagne weer helemaal klaar is voor de toekomst.
Stamboom van de norbertijnenhuizen, 1727, Zuidelijke Nederlanden, kopergravure
Abdij van Park, Heverlee
De Abdij van Park is een uitgelezen locatie voor een overzicht van 900 jaar norbertijnen. In 1129, amper een paar jaar na de stichting van de orde, gaf Godfried met de Baard, hertog van Brabant, toestemming aan enkele norbertijnen om zich te vestigen in het hertogelijke jachtpark waaraan de abdij nog steeds zijn naam ontleent. Een achttiende-eeuwse stamboom toont de vele vertakkingen van de norbertijnenorde en geeft aan hoe dicht de Abdij van Park zich bij de wortels in Prémontré bevindt. De middeleeuwse parkabdij was dan ook een machtsbastion: beschermd door keizerlijke privileges opgetekend op kostbare perkamenten en getooid met indrukwekkende zegels. Een collectie kaartboeken toont het uitgestrekte domein, inclusief landerijen, pachthoeves, waterlopen, bossen en weilanden, dat de abdij van jaarlijkse cijnsinkomsten en grondstoffen voorzag. Als economisch centrum drukte de abdij ook haar stempel op het omliggende landschap.
te illustreren aan de hand van bruiklenen uit de rijke, maar vaak verborgen, collecties van verschillende Brabantse norbertijner abdijen en diverse musea. Het is echter niet allemaal goud wat blinkt. Kostbare handschriften, portretten, liturgische gewaden en werken van Cornelis de Vos en Peter Paul Rubens worden afgewisseld met dagelijkse gebruiksvoorwerpen zoals kloosterkleppers, die de klokken vervingen tijdens de Goede Week, of tonsuurscharen voor de kruinschering.
Het ging de norbertijnen tijdens die 900 jaar niet altijd voor de wind. Door de Reformatie moesten de relieken van Norbertus plots verhuizen van het protestantse Maagdenburg naar het katholieke Praag. En ook de Leuvense monniken moesten in die dagen hun parkabdij verlaten om in de binnenstad te schuilen voor religieuze perikelen. Toen de storm was gaan liggen, opteerden verschillende abten om de Contrareformatorische idealen om te zetten in een barokke bouwcampagne. Hoewel Als de bliksem een boeiende verzameling objecten bijeen weet te brengen, blijft de absolute vedette van de tentoonstelling dan ook de Abdij van Park zelf, een van de best bewaarde abdijcomplexen uit de Nederlanden.
In 2011 startte de stad Leuven met een ambitieuze restauratiecampagne van deze prachtige site waarbij zowel de gebouwen als het omliggende landschap onder handen werden genomen. In 2017 werden de eerste delen van de abdij terug toegankelijk voor het publiek en werd de westvleugel de uitvalsbasis voor PARCUM, een museum over religie, kunst en cultuur. De restauratie ging sindsdien gestaag verder en in dit jubileumjaar worden enkele andere verborgen schatten met het publiek gedeeld.