OKV2026.4
Aan boeken en expo’s over Permeke geen gebrek, maar nog nooit kreeg de periode 1914-1919 een aparte behandeling. Het Permekemuseum in Jabbeke vult dat hiaat op met een expo en een bijbehorend boek. De jaren die Constant Permeke (1886-1952) in isolement in Engeland doorbracht, werden in het verleden afgedaan als een wachtkamer, ware het niet dat hij er enkele onthutsende meesterwerken schilderde. Hoe hij daartoe kwam, blijft nog steeds een goed bewaard geheim.
Constant Permeke, Moeder en kind, 1915. Private verzameling
In 2024, na drie jaar renovatiewerken, heropende het Permekemuseum in Jabbeke. Sindsdien ontvangt het atelier-huis, dat de kunstenaar in 1929 liet bouwen, de bezoekers in stijl. De heropening ging gepaard met een nieuwe ambitie: het museum wil als hét kenniscentrum voor Permeke fungeren en met jaarlijkse tentoonstellingen zijn betekenis in de Belgische en de internationale context onderlijnen.
Bij de heropening publiceerde het museum een nieuw overzichtsboek. De opmerkelijkste bijdrage daarin kwam van onafhankelijk onderzoeker Jan Ceuleers, die inzoomde op de Engelse oorlogsjaren van Permeke. Ceuleers, die zich eerder op het surrealisme en de Antwerpse avant-garde van de jaren vijftig concentreerde, stelde daarin dat de eenzame Permeke in Engeland een ongezien zelfvertrouwen aankweekte dat hem nooit meer zou verlaten. Hij werd zich bewust van zijn kwaliteiten waarmee hij in de jaren twintig het boegbeeld van het Vlaamse expressionisme zou worden.
Die prikkelende stelling verdiende een vervolg: een tentoonstelling en het boek Constant Permeke. De Engelse jaren 1914-1919, waaraan historicus René Vermeir, cultuurwetenschapper Ludo Beheydt, conservator van het Pemekemuseum Inne Gheeraert en opnieuw Jan Ceuleurs bijdragen leverden. Tot nu toe bleef deze Engelse periode ondergeschoven. En op retrospectieven werd ze altijd geïllustreerd door dezelfde gemakkelijk beschikbare werken.