OKV2025+
Voor A partir d'elle bij A Stichting in Brussel ging curator Julie Héraut op zoek naar werken die de band tussen kunstenaar en moeder uitbeelden. Niet vanuit een persoonlijke blik, maar met oog voor universele thema's. Ze liet zich hiervoor inspireren door schrijver Roland Barthes.
Het was Roland Barthes’ boek De lichtende kamer, waar hij schrijft over de band met zijn overleden moeder en zijn zoektocht “naar de waarheid van dat gezicht waar ik van had gehouden”, die Héraut inspireerde voor deze expositie. Héraut gebruikte Barthes' neergepende mijmeringen als uitgangspunt om expressies van kunstenaars over hun moeder te onderzoeken. Haar keuze ging vooral uit naar werken die ook universele thema's belichten, waardoor de verhouding kunstenaar-moeder ons iets meer vertelt dan een puur persoonlijk verhaal. De tentoonstelling brengt werken samen van zestien kunstenaars, waaronder Dirk Braeckman, LaToya Ruby Frazier, Michel Journiac, Pier Paolo Pasolini, Anna Maria Maiolino en Sophie Calle.
Een jaar na haar dood schrijft Barthes in zijn Rouwdagboek (1978) over zijn moeder Henriette: “Ik zal me beslist slecht voelen zolang ik niet iets geschreven heb over haar.” Het citaat illustreert het grote gemis en de drang om de leegte al schrijvend terug in te vullen. Daarna wordt Henriette Barthes het middelpunt van zijn boek De lichtende kamer (1980, Nederlandse vertaling 1988), waarin hij ‘de fotografie’ probeert samen te vatten gebaseerd op een analyse van het zogenaamde Wintertuinportret, een foto van zijn moeder als kind die hij kort na haar dood vond. Voor Barthes belichaamde dit beeld haar essentie, maar hij besloot de foto niet in het boek op te nemen, ervan uitgaande dat het geen betekenis zou hebben voor een breder publiek. Zijn eigen ontroering moest universeler kunnen zijn.