OKV2020.6
De Sint-Maartenskerk in Kortrijk herinnert je er haast terloops aan dat je in een land met een rijke geschiedenis leeft. Het gaat hier per slot van rekening om een gewone parochiekerk, in een stad die nog wel een en ander in petto heeft voor de esthetisch gedreven reiziger. De sierlijke toren rijst hoog boven het commerciële gewoel, de spitsbogen van het portaal wekken heimwee op naar de gotische kathedralen van Frankrijk.
De sierlijke toren van de Sint-Maartenskerk in Kortrijk rijst hoog boven het commerciële gewoel
Binnen vind je rust en ritme. Ergens aan de muren hangt een zeldzaam schilderij van onze eerste kunsthistoricus, Karel van Mander, en in het koor prijkt een verfijnde sacramentstoren van deels vergulde Avesnessteen. Ene H. Mauris uit Antwerpen beeldhouwde dit wondertje van kerkmeubilair omstreeks 1585. H. Mauris, wie heeft ooit van hem gehoord? En toch kon hij zoiets maken en leveren. Een zelfde gevoel van verbazing overvalt je in de Sint-Annakapel. Hier staat een zestiende-eeuwse triptiek opgesteld, bevolkt door haast levensgrote figuren. Een jongeman in een rood kleed en rooskleurige mantel kijkt je pal in de ogen vanop het middenpaneel: een onvergetelijke Johannes de Evangelist, met zijn boek in de hand. Bernard de Ryckere heette de schilder van deze monumentale taferelen. Bernard wie? En toch kon hij zoiets maken en leveren.