OKV2016.6
Het Museum van Vlaanderen, op de berg van Kassel, toont een prachtig overzicht van de Vlaamse dierenschilderkunst in de zestiende en zeventiende eeuw. De tentoonstelling is nog groter dan ‘Vlaanderen en de zee’ en neemt bijna alle zalen in beslag.
Roelandt Savery, Twee paarden en palfreniers, olieverf op paneel - BROELMUSEUM, KORTRIJK
In de zestiende eeuw begon men de dierenwereld van buiten Europa te ontdekken. De aankomst van levende exotische dieren, met als toppunt een olifant, in een grote haven zoals Antwerpen of Amsterdam was een sensatie. De Vlaamse schilders waren er als de kippen bij deze nieuwe motieven te gebruiken. Onderwerpen als het Aards Paradijs en de Ark van Noé waren daar zeer geschikt voor. Curator van de tentoonstelling in Kassel, Sandrine Vézilier -Dussart breekt een lans voor dit genre door uitstekende kunstenaars te tonen. Zij stelt ook dat die een grote invloed hebben gehad in Europa en met name op de Franse kunst, tot in het realisme – van Jean-Baptist Oudry (1686-1755) tot Edouard Manet (1932-1883) – toe. Het gaat om acht schilders, actief tussen ongeveer 1600 en 1670 in Brussel en Antwerpen, maar ook in Praag, Rome, Utrecht, Amsterdam en Parijs. Merkwaardig is dat deze schilders, of toch de meesten, elkaar kenden via de oude schildergilde en via familiebanden. De triomf van het Antwerpse wereldje? Het heeft er de schijn van.