OKV2023.2
Hans Op de Beeck, Dancer, 2019. Polyester, metaal, coating, 110 x 110 x 146 cm
Nooit heb ik er als beeldend kunstenaar bewust voor gekozen een multidisciplinaire praktijk uit te bouwen. Het is me in feite gewoon overkomen. Vanuit mijn streven beelden, thema’s en bevragingen zintuiglijk en emotioneel waarachtig te maken voor de toeschouwer, kwam ik vanzelf uit bij fysiek betreedbare installaties, videoprojecties, sculpturen, grote aquarellen en het schrijven, ensceneren en regisseren van kunstfilms en theaterstukken.
Het is mijn streven om een beeldend werk, film of voorstelling allereerst een indringende stemming te verlenen en van daaruit immersief te maken. Ik wil de directe en intuïtieve beleving van de toeschouwer vooropstellen, en hem vervolgens diepere betekenislagen kunnen aanreiken.
Steeds wens ik daarbij iets universeels en wezenlijks aan te raken, iets dat ik ook zelf als toeschouwer in een kunstwerk hoop aan te treffen: diepgang, reflectie, verwondering, ontroering en troost. Ook in mijn kleine, intieme, meer lichtvoetige werken wil ik iets essentieels kunnen vertellen over onze tragikomische condition humaine.
Afb. 1. Hans Op de Beeck, Location (5), 2004. Installatie, 1.200 x 2.400 x 420 cm
In 2004 creëerde ik Location (5), een van mijn eerste immersieve installaties, zo’n tweehonderdveertig vierkante meter groot (afb. 1).
De toeschouwer loopt enkele trappen op, en komt dan terecht in een levensgrote evocatie van een donker, monochroom zwart wegrestaurant dat over een snelweg heen is gebouwd. Daarin kan hij plaatsnemen aan een van de diner-tafels van waar hij doorheen de grote raampartij uitkijkt over een nachtelijk snelweglandschap; een monumentale landschapssculptuur, opgebouwd in een verduisterd, volledig zwartgeschilderd architecturaal volume.
Het landschap zelf, het wegdek en de straatlantaarns werden over een reële diepte van twintig meter met een overdreven perspectief gesculpteerd. De toeschouwer krijgt zo de illusie dat de snelweg tot aan de horizon verschillende kilometer lang is, en de gitzwarte ruimte er omheen een oneindig nachtelijk universum.
Op het natriumoranje van de straatverlichting en het wit van de wegmarkering na, is deze installatie volledig zwart. Door alle meubels en objecten zelf te vervaardigen in het atelier, werden het wegrestaurant en de snelweg één monolithische sculptuur. De realiteit had ik dus niet geïmiteerd zoals men dat met bordkarton en readymades voor een filmset doet, maar had ik net verregaand ruimtelijk en vooral sculpturaal geïnterpreteerd. Die vormelijke verwerking van de realiteit heb ik tot op heden behouden in mijn grote ruimtelijke installaties; het gaat me nooit om de mimesis van wat we als visuele realiteit beschouwen, maar om de evocatie van een waarachtige stemming. Net door de reductie in vorm, kleur, huid en materiaal van de beeldelementen, en de manipulatie van de perceptie van schaal en verhoudingen, kan ik de onderliggende kern, de ziel van een fictief oord meer beleefbaar maken, naar mijn bescheiden mening veel meer dan in een fotografisch nauwgezette simulatie.