OKV2015.2
In 1993 maakte OKV een themanummer over het toenmalige Museum voor Sierkunst in Gent. Auteur was Lieven Daenens die in 2013, na een carrière van bijna veertig jaar in het Design Museum, met pensioen ging. Katrien Laporte nam de fakkel over en Frank Huygens, stille kracht achter de schermen, schoof mee aan tafel in het enige designmuseum dat Vlaanderen rijk is en dat dit voorjaar de Award voor Beste Toeristische Marketingcampagne 2014 van Toerisme Vlaanderen ontving.
Frank Huygens en Katrien Laporte bij Installation S van Muller Van Severen uit de museumcollectie
Het Design Museum heeft een unieke ontstaansgeschiedenis die teruggaat tot het begin van de twintigste eeuw. Ondertussen toont design zich op verschillende manieren aan het publiek. Zowat elke stad in Vlaanderen en ook Brussel heeft een designevent. We denken aan Design September in Brussel, Interieur in Kortrijk, Designcenter Winkelhaak in Antwerpen… Hoe verhoudt een Design Museum zich tegenover dit aanbod?
Frank: Het merendeel van de evenementen zijn commerciële activiteiten. Wij hebben de luxe een museum te zijn. We hebben een unieke positie. Tussen Rotterdam, Keulen en Parijs zijn wij het enige designmuseum. Le Grand Hornu is een beetje onze Waalse tegenhanger.
Katrien: Wij zijn een culturele erfgoedorganisatie. Eerst en vooral moeten we voldoen aan de vier ICOM-normen en in ons tentoonstellingsbeleid moeten we ook reflecteren vanuit de collectie zelf. Als museum kunnen we een stapje terugzetten, voldoende kritische afstand nemen en dingen vergelijken door terug te grijpen naar het verleden of te kijken naar het buitenland. Wat vandaag hier een hype is, is misschien al enkele jaren in het buitenland aan de gang. We willen ook meer het accent leggen op jonge Belgische designers, zowel in de tentoonstellingen als in het verwerven van stukken. In vergelijking met de designevenementen hebben wij een groter publieksbereik en een grotere zichtbaarheid, want hier komen toch ook heel wat passanten en toeristen langs.