OKV2015.1
L’usine de coke Le Gargane à Flénu is een van de weinige overgeleverde tekeningen uit de tijd dat Van Gogh in de Borinage verbleef. Het vergde dus enige creativiteit van curator Sjraar van Heugten om met de tentoonstelling in het BAM (Beaux-Arts Mons) te laten zien dat Van Goghs kunstenaarsleven hier ontkiemde.
”Niets dan een beetje rook uit de schoorsteen zien de voorbijgangers voor ze hun weg vervolgen, maar aan het groot vuur in mijn ziel komen ze zich niet warmen,” schreef Vincent van Gogh (1853-1890) naar zijn broer Theo in de brief uit juli 1880 die het begin van zijn carrière als kunstenaar zou markeren. In de van de rook grauwe Pays Noir had hij zijn roeping van kunstenaar gevonden. Eerdere pogingen om carrière te maken in de internationaal gereputeerde kunsthandel van zijn ooms Goupil & Cie in Den Haag, Parijs of Londen, of als evangelist in de dorpen rond Ramsgate, waren mislukt.
Ook zijn evangelistenopleiding in Laken werd afgebroken, al kreeg hij daar wel een Frans boekje over de Borinage te lezen. Gefascineerd door deze streek in Henegouwen waar alles op de kolenwinning was afgestemd, reisde hij er eind 1878 naartoe om er als lekenpredikant te werken. Hoewel hij in Wasmes (Colfontaine) eerst bij het bakkersgezin Denis verbleef, vereenzelvigde hij zich zo met de armsten der armen dat hij de stal verkoos om er op het stro te slapen. Wilde hij er aanvankelijk nog de Bijbel verspreiden, gaandeweg bood hij vooral troost. Als hij Hard Times van Charles Dickens leest, ziet hij de parallellen. Later zou de lectuur van Germinal van Emile Zola herinneringen oproepen aan zijn ervaringen in de Borinage.