OKV2002.1
Als Vincent van Gogh en Paul Gauguin elkaar in Parijs ontmoeten, is dat het begin van een van de meest besproken artistieke vriendschappen in de kunstgeschiedenis.
Als Vincent van Gogh en Paul Gauguin elkaar in Parijs ontmoeten, is dat het begin van een van de meest besproken artistieke vriendschappen in de kunstgeschiedenis. Het is een verbintenis waarin hoop en teleurstelling, kameraadschap en wedijver, bewondering en jaloezie elkaar voortdurend afwisselen. Een onontkoombare verbintenis, die beide kunstenaars tot aan hun dood in de ban houdt, zowel emotioneel als artistiek.
In november 1887 is Gauguin juist in Parijs, teruggekeerd van een reis naar Martinique. Van Gogh woont bij zijn broer Theo, die werkt in de kunsthandel Boussod, Valadon et Cie aan de Boulevard Montmartre. Van Gogh heeft een groepstentoonstelling georganiseerd in Grand Bouillon-Restaurant du Chalet aan de Boulevard de Clichy. De exposerende schilders, die Van Gogh de 'Impressionnistes du Petit Boulevard' noemt, zoeken ieder op eigen wijze naar alternatieven voor de impressionistische stijl. Gauguin bezoekt de tentoonstelling in Restaurant du Chalet en ruilt met Van Gogh twee studies met zonnebloemen tegen een van zijn eigen doeken uit Martinique. Op aanraden van Vincent gaat Theo bij Gauguin op atelierbezoek. Zijn werk raakt de beide broers recht in het hart.