OKV2010.2
Dit is de eerste individuele tentoonstelling van Gustave Van de Woestyne in het Museum voor Schone Kunsten van zijn geboortestad Gent sinds de retrospectieve van 1949, twee jaar na zijn dood. Na meer dan zestig jaar is het dus de hoogste tijd om het beeld van de verstilde expressionist bij te stellen. Of toch niet?
Gustave Van de Woestyne is zeker geen vergeten kunstenaar. Overzichtstentoonstellingen van zijn werk waren er te Deinze in 1997 en te Antwerpen in 1981. Hij was bovendien nadrukkelijk tegenwoordig op de tentoonstelling Veertig Kunstenaars rond Karel Van de Woestyne in 1979. En dat was volledig terecht. Karel en Gustave Van de Woestyne: als twee Van Rompuys hingen ze aan elkaar. Gustave beweerde dat zijn broer Karel degene was die zijn werk het best kende en misschien zelfs de enige die het helemaal begreep. Geen wonder dus dat sommige van de meest poëtische titels van werken aan de oudere Van de Woestyne toe te schrijven zijn.
Hij is het die de negentienjarige Gustave mee betrekt in het avontuur van de eerste groep van Sint-Martens-Latem. In het Leiedorp gebeurt een wondere metamorfose. Gustave legt het academisch cocon van zich af. Volgens broer Karel vindt een verinnerlijking plaats, ver weg van het impressionisme dat een beetje verder stroomopwaarts wordt beoefend (in mensentaal Emile Claus en konsoorten). Gustaves werk bereikt een eenheid van inhoud en vorm. Meer ambacht leidt tot meer meesterschap. Meer nog, in die Latemse periode liggen zijn thema's al meteen vast. Dixit Karel. "En hij heeft absoluut gelijk," bevestigt Cathérine Verleysen, met Robert Hoozee samensteller van de tentoonstelling. "Het begint allemaal in Latem en daar vinden wij al de meeste elementen van het latere oeuvre terug. En ja, hij kijkt heel erg op naar zijn oudere broer Karel, maar ook naar Georges Minne. Hij vindt inspiratie bij de Vlaamse Primitieven nog vóór de grote tentoonstelling te Brugge in 1902, die zij beiden bezocht hebben."