OKV2008.5
In 1924 stichtten Felix Timmermans, Ernest van der Hallen en Flor Van Reeth de kunstenaarsvereniging De Pelgrim. Ze wensten niets minder dan het Vlaamse katholicisme te hernieuwen. KADOC-K.U. Leuven en de Stedelijke Musea van Lier wijden een tentoonstelling aan deze kunstenaarsvereniging.
Tijdschrift De Pelgrim. Privécollectie
In de vroege jaren 1920 leefden Vlaamse katholieke kunstenaars met een paradox. Enerzijds hadden ze het gevoel deel uit te maken van een siècle du trop plein. Naast snelle maatschappelijke transformaties, zoals individualisering en verstedelijking, waren er talrijke artistieke impulsen. Het expressionisme had de verbeelding opengebroken. Een abstracte vormentaal maakte komaf met de neogotische kitsch. Het beton bood ongekende toepassingsmogelijkheden. Anderzijds vreesden katholieke intellectuelen en kunstenaars in een siècle du vide terecht te komen. Ze maakten zich zorgen over de onmogelijkheid om in een snel veranderende wereld vanuit de artistieke praktijk zingeving aan te reiken. Daarbij werd de hand in eigen boezem gestoken.
Het katholieke artistieke project was vóór de oorlog verstard in een vlakke, gepopulariseerde massaproductie, een bondieuserie, of een elitaire en daarmee hermetische kunst. Door oorlogsverblijven in ballingsoorden, loopgrachten en interneringskampen waren de perspectieven verbreed. Aan een aangescherpt idealisme, dat ook vanuit een verhevigd Vlaams bewustzijn werd gestuurd, was er geen gebrek. Men beschikte echter niet over een eenduidig richtpunt van waaruit de conditio moderna, op esthetisch en religieus vlak, van antwoord kon worden gediend.