OKV2012.2
William Degouve de Nuncques was voor de Eerste Wereldoorlog een van de internationaal best bekende Belgische kunstenaars. Hij verdween geheel uit de belangstelling. De tentoonstelling in het Ropsmuseum komt dan ook over als een revelatie.
William Degouve de Nuncques, Het blinde huis, 1892, olieverf op doek, 63 x 43 cm, Kröller-Müller Museum, Otterlo
William Degouve de Nuncques is geboren in 1867, in de Franse Ardennen, in Monthermé, aan de Belgische grens. Zijn familie verhuist in 1874, na de Frans-Duitse oorlog, naar Brussel, waar hij in Elsene lagere school loopt. Zijn welstellende en gecultiveerde ouders steunen hem in de ambitie kunstenaar te worden (of juister, te zijn). Hij gaat niet naar de academie en houdt het kunstonderwijs na een paar lessen bij Portaels in diens ‘Vrije Academie’ (een privéschool) voor bekeken. Hij leert van andere kunstenaars en wil vooral zijn eigen ding doen. Reeds op 16-jarige leeftijd was hij in contact gekomen met de kunstenaars die in Machelen (bij Vilvoorde) werken, zoals Jan Toorop en naderhand Henry De Groux, die beiden lid werden van Les XX. Zij dragen hun jonge vriend tweemaal voor als nieuw lid, zonder succes, omdat Octave Maus zijn eigen kandidaat doordrukte (Robert Picard, die een nobele onbekende gebleven is).
In 1889 woont Degouve samen met De Groux in Schaarbeek, in de buurt van de Josephatvallei. Misschien ontstond daar het Portret van de heer De Groux, een van de eerste werken waarover hij tevreden was. Zijn de werken uit Machelen eerder zeldzaam of nog niet ontdekt, dan vindt men er, in zijn oeuvre van die jaren en nog later, heel wat die als Brabants bekend staan. Zo trok de omgeving van het kanaal van Willebroek, ten noorden van Brussel, zijn aandacht evenals de meer heuvelachtige landschappen ten zuiden, waar de Zenne doorheen de weiden kronkelt.