OKV2020.3
Het is nu al 75 jaar geleden dat Suske en Wiske hun vrolijke avonturen zijn begonnen. In tegenstelling tot hun vijftien jaar oudere vakgenoot Kuifje zijn zij niet bedolven onder talloze, soms vergezochte, studies. Toch is het niet moeilijk op zoek te gaan naar de tekenaar achter de papieren schermen. Veel meer dan zijn gereserveerde collega Hergé is de Antwerpse uitbundige Willy Vandersteen (1913-1990) tussen de regels te lezen in de stripavonturen van zijn oogappels. Twee elementen worden hier onder de loep genomen, namelijk zijn liefde voor het Kempische platteland en zijn interesse in kunst. Als scout leert Willy Vandersteen de natuur kennen in de Antwerpse rand en de Antwerpse Kempen. Zijn waardering voor Vlaamse kunst gaat terug op zijn periode als medewerker in het beeldhouwersatelier van zijn vader Francis.
De Antwerpse Kempen zijn al meteen aanwezig in het eerste avontuur dat op 30 maart 1945 van start gaat in de Vlaamse krant De Nieuwe Standaard. Na zijn overwinning in een bokswedstrijd verblijft Rikki met zijn jongere zusje Wiske en tante Sidonie in zijn buitenverblijf in de Kempen. De eerste strook toont de Kempen zoals Vandersteen ze zich graag voorstelt. Het is een vlak graslandschap met aan de horizon enkele kleine schamele hoeves, een molen en wat eenzame bomen of een hooimijt. Tegen een egale hemel klimt een stevige formatie van cumuluswolken gestaag naar boven. Het gaat hier meer bepaald om de cumulus congestus, de sterk opbollende stapelwolk. Uiteraard mogen in de Kempen de dennenbomen niet ontbreken. Vaak zijn het zwarte silhouetten tegen een egale lucht.