OKV2025.6
Met Resistance. The Power of the Image brengen Europalia Spanje en het S.M.A.K. Spaanse kunstenaars samen die kunst inzetten als politiek weerwoord. Van de laatste verzetsacties tegen Franco’s dictatuur in de jaren zeventig tot de protestbewegingen van het afgelopen decennium: de werken tonen hoe beelden ideeën kunnen beïnvloeden, aanklagen en een aanmoediging zijn in de strijd voor democratische waarden. De expo verbindt daarbij het Spaanse verleden met hedendaagse vragen over democratie, geheugen en verzet.
Augustin Ibarralo, Serie Paisajes de Euskadi, ca. 1970-1979, Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía, Madrid
Het verhaal begint eigenlijk al een jaar na het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog. Op de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs. Toen zette het Spaans paviljoen kunst in als politiek statement tegen het fascisme en als aanklacht tegen de ontbering van burgers, met onder meer Pablo Picasso’s (1881-1973) Guernica en Alberto Sanchez Pérez’ (1895-1962) sculptuur El pueblo español tiene un camino que conduce a una Estrella (Er bestaat een weg voor het Spaanse volk die naar een ster leidt). Picasso bracht de impact van de bombardementen op Gernika-Lumo in beeld, terwijl Sanchez met zijn organische totem hoop omhoog liet kringelen. Zo werd er op internationaal niveau gedemonstreerd hoe kunst een wapen kan zijn tegen onrecht.
Die erfenis vormt de rode draad doorheen Resistance. The Power of the Image, een tentoonstelling die focust op twee cruciale momenten in de Spaanse democratiseringsgeschiedenis. Enerzijds de jaren zeventig, toen het laatste verzet tegen Franco’s dictatuur (die overleed in 1975) plaatsvond en de overgang naar democratie werd ingezet. Anderzijds het afgelopen decennium, gekenmerkt door een nieuwe protestgolf als reactie op de banken- en vastgoedcrisis, en de afbraak van democratische grondbeginselen.