OKV2015.3
Verzameling grote Nkanu-maskers die gebruikt werden tijdens de besnijdenisrituelen.
Foto van Pater A Pauwels (SJ) voor 1934 - Collectie KMMA Tervuren
In de eerste helft van de zestiende eeuw ontscheepten jezuïeten in Midden-Afrika, lang voor de Europese kolonisatie van het gebied.
In 1893 stichtte de Sociëteit van Jezus de Missie van Kwango en kreeg ze een vaste stek in Kongo-Vrijstaat. Het is aan de missionarissen van Kwango dat de tentoonstelling Reuzemaskers uit Congo in het BELvue Museum is gewijd.
Groepsfoto van de jezuïetenmissionarissen van Kisantu (Congo) rond 1903. Fotoarchieven KMMA Tervuren, Foto Zending Lauren, 1903-1904
De politieke verdeling van Afrika tussen de koloniale grootmachten ging gepaard met een territoriale verdeling van de apostolische verantwoordelijkheden tussen de verschillende missiecongregaties. Dat was zeker het geval voor Kongo-Vrijstaat, van 1885 tot 1908 privé-eigendom van Leopold II. De jezuïeten kregen in 1893 de Missie van Kwango toebedeeld, een gebied van 180.000 vierkante kilometer in het zuidwesten van de huidige Democratische Republiek Congo.
In tegenstelling tot India, waar de Belgische jezuïeten eveneens een territorium te evangeliseren hadden, stond zwart Afrika niet hoog aangeschreven. De paters die naar India zouden vertrekken, kregen een initiatie in de cultuur waarin ze gingen werken. Midden-Afrika werd beschouwd als een lappendeken van wilde volkeren, die moesten worden beschaafd en doordrongen van onze cultuur en religie. Enkele missionarissen hebben zich uit persoonlijke interesse, zonder enige voorkennis, verdiept in de volken en culturen van hun werkgebied. Ze kwamen in contact met de opgeleide onderzoekers van het Museum van Tervuren, die de enthousiaste paters begeleidden en stuurden. Getuigenissen hiervan zijn overvloedig aanwezig in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA): briefwisseling tussen de paters en de wetenschappers, werken over linguïstiek, geschiedenis, botanie en etnografie, een massa foto’s en uiteraard duizenden objecten die de jezuïeten hebben geschonken of in bewaring gegeven. Deze intense samenwerking, die resulteerde is een schat aan gegevens en waardevolle objecten, opent de tentoonstelling.