OKV2003.1
Amarum Mare, 'bittere zee', is de betekenis van haar naam. In het Gentse museum loopt nu een thematentoonstelling rond haar figuur.
Mariene Dumas, Magdalena, 1995, SMAK, Gent
En die figuur is boeiend en moeilijk tegelijkertijd. Enkele interpretaties maken dat zeer snel duidelijk.
Maria Magdalena was het voorbeeld van de boetvaardige in de christelijke kunst vanaf de Middeleeuwen, maar vooral vanaf de Contrareformatie, toen de Kerk de devotie van de sacramenten, in het bijzonder van de biecht, begon te cultiveren. Van de vrouw die Christus' voeten zalfde, aan wie het beeld van de berouwvolle zondares is ontleend, wordt de naam overigens niet genoemd. Johannes vereenzelvigt haar met Maria, de zuster van Marta en Lazarus, maar het is slechts de traditie die haar vereenzelvigt met de Maria Magdalena bij wie Christus zeven duivels uitdreef, en die aanwezig was bij de Kruisiging.
De oosterse Kerk beschouwde hen als drie verschillende personen, maar de westerse Kerk, en daarmee de westerse kunst, behandelde hen als één. Maria Magdalena's vaste attribuut is de kruik of vaas met olie, in haar hand of aan haar voeten, waarmee ze Christus' voeten zalfde. Haar haren zijn los, lang en golvend, en bedekken soms haar hele lichaam. In dit opzicht lijkt zij op Maria van Egypte, eveneens een type van een tot inkeer gekomen courtisane.
Zij wordt op twee verschillende manieren afgebeeld. Voor haar bekering is zij rijk gekleed, met juwelen en handschoenen, het type van de Aardse Liefde. Op deze wijze komt zij voor in twee niet-bijbelse thema's: dat van Marta die haar berispt om haar ijdelheid, en het populairdere thema waarin zij afstand doet van wereldse ijdelheden.
Als boetvaardige draagt zij een eenvoudig gewaad. Vaak ook is zij naakt, slechts bedekt door haar lange haar. Zij leest of mediteert; in de schilderkunst van de barok kan zij haar betraande ogen opslaan naar een visioen van engelen in de hemel. De scène kan zich afspelen bij de ingang van een grot, naar de legende die wil dat zij zich in haar latere leven terugtrok in een grot te Sainte-Baume in Frankrijk. Verhalende scènes zijn ontleend aan de evangeliën en aan middeleeuwse Franse legenden.
Het verhaal van Maria's pelgrimsreis naar de Provence, waar zij jarenlang als kluizenares geleefd zou hebben, ontstond in Frankrijk en is opgenomen in de Legenda aurea. Het was gebaseerd op legenden over een andere boetelinge, Maria van Egypte, die in Frankrijk al veel vroeger verteld werden. De ontdekking in de 13de eeuw van Maria Magdalena's vermeende overblijfselen leidde tot een snelle groei van haar cultus.
Haar merkwaardigste monument is wellicht de Madeleine-kerk te Parijs, een pseudoklassieke tempel die enige jaren gewijd was aan de verheerlijking van Napoleon.