OKV2024+
Wie zich zorgen maakt om de wereld, wie naar een richtlijn zoekt om goed en kwaad van elkaar te onderscheiden, die kan in het Bonnefantenmuseum van Maastricht het nuttige aan het aangename koppelen. Hier loopt de verrassende tentoonstelling Goed fout! De zeven hoofzonden in Bruegels tijd. Die tijd van Bruegel mag je ruim opvatten: het gaat om de lange zestiende eeuw, de periode waarin Europa kraakte onder klimaatverandering, godsdienstige twisten, ideologische strijd en burgeroorlogen, totdat het verdrag van Münster in 1648 de invloedssferen afbakende en opnieuw wat bracht.
Het concept van de zeven hoofdzonden bood meer dan duizend jaar lang houvast aan christenen om goed en kwaad te beoordelen en morele keuzes te maken. Dit concept ontstond in Egypte, bij de woestijnvaders. Hun kluizenaarschap leidde tot de stichting van de eerste kloosters. In de geschriften van Evagrius van Pontus (345-399) vinden we een opsomming terug van acht zondige geestestoestanden of demonen die hem tijdens zijn verblijf in de woestijn kwelden: in grote lijnen waren dat hoogmoed, nijd, luiheid, woede, wellust, onmatigheid, hebzucht en treurigheid, misschien vertaalbaar als melancholie of depressie. Paus Gregorius de Grote (ca. 540-604) stroomlijnde de lijst tot het magische getal zeven. Treurigheid ging daarbij op in luiheid of traagheid.