OKV2023+
Het is altijd heerlijk grasduinen in de uitgestrekte collecties van het Rijksmuseum Amsterdam. In hun Rijksstudio staan duizenden objecten netjes gefotografeerd, geïdentificeerd en vlot raadpleegbaar. Uren dwaalplezier voor geen cent. Tijdens mijn zoektocht naar lentefrisse plaatjes stoot ik onverhoeds op een negentiende-eeuwse volksprent uitgegeven door de Turnhoutse drukkerij Brepols & Dierckx Zoon. Een groot blad papier met opeenvolgende illustraties met tweetalige ondertekst biedt stichtelijk vermaak voor de kleine, geletterde burgerij. In navolging van de zogenaamde images d'Epinal overspoelt Brepols de Belgische markt met deze goedkope voorlopers van het beeldverhaal.
Le cheval de la fée Printemps / Het paard der toovernimf Lente (nr. 251)
Brepols & Dierckx Zoon, Turnhout
kleurenlithografie in geel, blauw en roze; tekst in boekdruk / papier, 381 x 301 mm
ca. 1850-1900 [1833-1911]
Rijksmuseum Amsterdam, inv. RP-P-OB-202.099, Schenking van de heer F.G. Waller, Amsterdam
Onder de intrigerende titel Le cheval de la fée Printemps / Het paard der toovernimf Lente ontrolt zich met horten en stoten een onsamenhangend verhaaltje over Jan, een arme jongen en zijn houten paard. Het blad met twaalf kleurige plaatjes leest eerder als een kinderboek waarbij enkel de illustraties zijn overeind gebleven. Met flinke stappen gaat het van de Antwerpse haven naar een tropisch eiland, terug naar Antwerpen, opnieuw naar het eiland, om finaal in de Scheldestad te eindigen. Dit alles op slechts twaalf plaatjes. Gelukkig zijn de illustraties gemakkelijker te volgen dan de onderteksten. Zeker de twee middelste stroken laten zich zelfs zonder de ondertekstjes probleemloos bevatten.
Het eind-goed-al-goed verhaaltje laaft zich aan de brede stroom van negentiende-eeuwse sprookjes waar arme kinderen met een steuntje in de rug van een welwillende toverfee alsnog goed terecht komen. De tovergodin Lente beloont haar ijverige petekind Jan met een houten speelgoedpaard. Jan en zijn arme vader schepen te Antwerpen in naar Indië op zoek naar een betere toekomst. Uiteraard neemt Jan zijn paard mee. Tijdens een hevige storm tuimelen Janneman en paard in zee. Zij spoelen aan op een eiland waar wilden (sic.) het paard voor een afgod aanzien. Jan wordt de koning van de stam.