OKV2025+
De glorie van de Antwerpse drukpers is niet alleen het verhaal van vroegmoderne mannen. Achter dit werelderfgoed schuilen ook vrouwen die als echtgenote, dochter of weduwe het bedrijf draaiende hielden. Hun vaak onzichtbare rol komt stilaan in de schijnwerpers.
Zaalzicht in het Museum Plantin-Moretus.
Tijdens de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd vormden de Zuidelijke Nederlanden een waar kenniscentrum. Nieuwe ideeën circuleerden er volop en de drukpersen leverden aan de lopende band opzienbarende werken af die bovendien vlotjes verspreid werden doorheen de rest van Europa. In die periode waren drukkerijen, uitgeverijen en boekhandels minder gescheiden dan vandaag.
Een ondernemer kon tegelijk drukken, uitgeven én boeken verkopen. Heel wat boekhandels waren dan ook verbonden aan een drukkerij. Die lucratieve kenniscultuur lijkt er op het eerste zicht louter te zijn gekomen door de durf van een paar ondernemende mannen. Dirk Martens in Leuven of Colard Mansion in Brugge bijvoorbeeld. Of de nog bekendere Christoffel Plantin en Jan Moretus uit Antwerpen. Maar het succes van dit intellectuele klimaat enkel op het conto van mannen schrijven, is een forse onderschatting van de realiteit, zo blijkt steeds meer uit historisch onderzoek.