OKV2018.5
We gaan er geen doekjes om winden: tot en met 13 januari 2019 heeft u de kans om de belangrijkste Bruegelexpo ooit in het Kunsthistorisches Museum in Wenen te bezoeken. Het is zo goed als zeker dat u nooit meer de kans krijgt om zo veel werken van Pieter Bruegel de Oude samen te zien. Dertig van de ongeveer veertig schilderijen en de helft van de overgeleverde tekeningen en prenten zullen op de afspraak zijn. De aanleiding: in 2019 is het 450 jaar geleden dat Bruegel stierf.
Geen enkel museum ter wereld bezit een grotere collectie schilderijen van Pieter Bruegel de Oude (ca. 1525/1530 - 1569) dan het Kunsthistorisches Museum in Wenen. Betreedt men zaal X op de eerste verdieping van het prestigieuze museumgebouw, dan wordt de zestiende eeuw wel heel erg tastbaar. Twaalf Bruegels sieren de muren van deze tot de verbeelding sprekende museumzaal. En ze zijn, behalve het exquise Zelfmoord van Saul, dan ook nog eens kloek van formaat.
De Brabander Bruegel – eigenlijk weten we nog altijd niet waar dit genie geboren werd – verzeilde in het keizerlijke Wenen. Dat ligt vooral aan de voorliefde voor Bruegel van de twee Habsburgse broers, Rudolf II (1552-1612), keizer van het Heilig Roomse Rijk en aartshertog Ernst van Oostenrijk (1553-1595), die landvoogd van de Nederlanden was. In die hoedanigheid kreeg Ernst van het Antwerpse stadsbestuur Bruegels De twaalf maanden cadeau, een serie van zes schilderijen uit 1565 die Bruegel maakte voor koopman en collectioneur Nicolaes Jonghelinck (15171570). De zes tooiden waarschijnlijk diens buitenverblijf Ter Beken, net buiten Antwerpen. Drie schilderijen (De terugkeer van de kudde, Jagers in de sneeuw en De sombere dag) bevinden zich in de Weense collectie.