De dierenklas, ongedateerd. Artesis Plantijn Hogeschool - Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, Antwerpen

De dierenklas, ongedateerd. Artesis Plantijn Hogeschool - Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, Antwerpen
 

Academie tussen toekomst en traditie

Tot voor kort werden kunstacademies nogal meewarig bekeken door de actoren van de hedendaagse kunstwereld. De hedendaagse kunst leek zich voorgoed bevrijd te hebben van de academische ballast en van klassieke vaardigheden als tekenen, boetseren en schilderen. Sommige kunstscholen straalden bovendien een nogal zelfgenoegzaam en behoudsgezind karakter uit. De snelle artistieke ontwikkelingen van de jaren zestig en zeventig leken aan hen voorbij gegaan te zijn. Ze leken zich te koesteren in hun ‘splendid isolation’. En, zo werd in de kunstwereld wel eens geopperd, kunst valt toch niet aan te leren? 

Sinds het begin van de 21ste eeuw is daar echter verandering in gekomen. De hedendaagse kunstpraktijk had in de jaren negentig meer oog gekregen voor interactie, onderzoek en didactische processen. In het kielzog van die zogenaamde ‘relationele esthetica’ gingen tentoonstellingsmakers alternatieve modellen opzoeken. Een daarvan was de academie. Omdat ze zich relatief onafhankelijk van de kunstmarkt bleek te handhaven, ontpopte de academie zich tot een verleidelijke vrijplaats waar naar hartelust geëxperimenteerd en gedebatteerd kan worden. Ze werd gepercipieerd als een creatieve en kritische ruimte van waaruit de economische wetten van de kunstwereld in vraag gesteld konden worden. Diverse tentoonstellingen en biënnales, tot zelfs de Documenta, inspireerden zich al dan niet expliciet op het model van de school en de academie. 

Mede door deze ontwikkelingen lijkt de academie vandaag van haar stigma verlost. Op diverse vlakken heeft ze meer aansluiting gevonden bij de hedendaagse kunst. De Antwerpse academie maakt deel uit van de kunstwereld, en is er in geslaagd haar eigenheid te bewaren. Maar tegelijkertijd dienen zich andere uitdagingen aan. De ‘academisering’ die zich sinds het bekrachtigen van de Bologna-akkoorden aan de kunstscholen opdringt, zorgt hier en daar voor twijfel en wrevel. Indien de kunstenaar zich als een ‘onderzoeker’ dient te profileren en op onderzoeksresultaten wordt afgerekend, komt de fundamentele artistieke en pedagogische vrijheid dan niet in het gedrang? Wordt de kunst door haar opgelegde onderzoeksfunctie niet geïnstrumentaliseerd? Zijn doctores in de kunst per definitie betere kunstenaars? Zijn international erkende normen en ‘credits’ wel verzoenbaar met eigenzinnig experiment en weerbarstige creativiteit? 

Niet alleen de overheid legt de academie nieuwe eisen op. De snel evoluerende en zich globaal uitbreidende kunstmarkt stelt de academie voor grote uitdagingen. Europa en de V.S. hebben hun culturele monopolie al een tijd geleden moeten afstaan. De impact van de snelle technologische ontwikkelingen op de maatschappij neemt zienderogen toe. In tijden van besparingen en bezuinigingen wordt kunst wel eens als elitair en luxueus beschouwd. Dient een academie die kan terugblikken op 350 jaar geschiedenis zich te laten leiden door de omstandigheden of kan ze zich permitteren haar eigen plaats te bepalen? Moet ze een rots in de branding zijn, of een schip op zee? Kan de gedurende eeuwen opgebouwde expertise daarbij op een relevante wijze ingezet worden of vormt ze eerder een ballast? Heeft de academie van de 21ste eeuw een maatschappelijke rol te vervullen of kan ze zich best terugplooien op haar kerntaak, het verstrekken van hoogwaardig kunstonderwijs? Deze en andere vragen maken dat de Antwerpse academie zich vandaag op een kruispunt bevindt. Kunstonderwijs verstrekken zonder er grondig over te reflecteren kan alvast niet meer. Kritisch terugblikken op de rijke traditie van deze instelling kan de noodzakelijke aanloop blijken tot een stevige stap in de toekomst.

Dit artikel is beschikbaar voor abonnees

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en je ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Reeds abonnee? Dan kan je hier inloggen.

Abonnement

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en u ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Abonnement online

Lees alle artikels van OKV online en doorzoek de voorbije vijftig jaargangen voor slechts €31.

Abonnement + Museumpas

Wie een nieuwe Museumpas (€62) aanschaft samen met een OKV-abonnement (€59) betaalt slechts €117 i.p.v. €121voor combi museumpas en abonnement.

Proefabonnement

Proef eens van OKV.
Voor €32 krijg je drie nummers toegestuurd.