OKV2026.2
De plannen om het M HKA deels te ontmantelen botsten op onbegrip; Antwerpen gaat er immers prat op een hotspot van actuele kunst te zijn. Dat was meer dan een halve eeuw geleden niet anders. Dit dossier katapulteert je terug naar de bruisende sixties in Antwerpen, een periode waarin in de alternatieve scene rond café De Muze werkelijk alles leek te kunnen. Radicaal anders, en radicaal avontuurlijk.
Voorplat: Raoul Van den Boom, Panamarenko & Hugo Heyrman in Wide White Space Gallery met stoel uit zeewier aan het plafond, 1968, archief Anny De Decker/ M HKA, Antwerpen
De eerdere plannen in 2025 om het M HKA deels te ontmantelen botsten op onbegrip; Antwerpen gaat er immers prat op een hotspot van actuele kunst te zijn. Met de stichting van de kunstenaarsgroep G58 en de inrichting van het Hessenhuis als eerste grootschalig kunstencentrum zette de stad zich eind jaren vijftig opnieuw op de Europese kunstkaart. Bewegingen als Zero en opart kregen van daaruit mee vaart.
In de jaren zeventig ontwikkelde het Internationaal Cultureel Centrum (ICC) op de Meir zich tot een broedplaats voor conceptuele kunst, performance- en videokunst. Een decennium later droegen Panamarenko, Guillaume Bijl, Jan Fabre en Luc Tuymans de faam van Antwerpen als kunststad verder uit. Vandaag staat met namen als Ben Sledsens, Rinus Van de Velde en Kati Heck een nieuwe generatie op.
Ondergeschoven in die opmerkelijke bloei bevinden zich de jaren zestig, behalve een onstuimige ook een rommelige periode waarin veel tegelijkertijd gebeurde. Vele bewegingen kruisten elkaar zodat er geen coherent beeld ontstond. Vandaag heeft elke beginnende artiest al publicaties op zijn naam staan en hun prille initiatieven worden digitaal geïnventariseerd. Toen gebeurde alles van dag op dag: er was tijd noch geld voor prijzige catalogi. Zo dreigt het inspirerende verhaal van de Antwerpse tegencultuur uitgewist te geraken.
Dit dossier katapulteert je terug naar de bruisende sixties in Antwerpen. Tussen de Stadswaag en de Grote Markt gonsde een bruisende alternatieve scene met café De Muze als middelpunt. De buurt kreeg zelfs een eigen naam: de Kant. De soundtrack werd geleverd door Ferre Grignard, The Pebbles en Wannes Van de Velde, terwijl Fred Bervoets zijn verftubes leegkneep, Panamarenko de lucht opzocht en VAGA het Hendrik Conscienceplein autovrij maakte. Experimentele films, concrete poëzie, freejazz, de gehaakte jurken van Ann Salens, psychedelische stripverhalen van kunstenaarscollectief Ercola: alles kon anders. Gerald Dauphin en Raoul Van Den Boom legden de sixtiesscene vast op prikkelende foto’s, tot de economische crisis van 1973 een einde maakte aan de bedwelmende speeltijd van de Kant.