OKV2002.2
Het belang van de schilderkunst van de zogenaamde Vlaamse Primitieven en het nieuwe realisme dat zij introduceerden wordt sinds lang onderkend, maar hun tekeningen blijven tot vandaag vaak verhuld in het duister van de prentenkabinetten. De delicate en met zorg gekoesterde bladen zijn meestal slechts bekend in een kleine kring van deskundigen.
Hiëronymus Bosch, Het uilennest
De tentoonstelling 'Meestertekeningen van Jan van Eyck tot Hiëronymus Bosch' betekent dan ook een primeur: in dit overzicht kan een breed publiek voor het eerst kennis maken met de sublieme tekenkunst van ongeveer 1425 tot 1510. De werken zijn van een uitmuntende kwaliteit vaak uitgevoerd in zilverstift op gegrondeerd papier, maar ook hun context is heel bijzonder.
De kunstenaar maakte zich toen los uit de strakke middeleeuwse atelierpraktijk, maar tegelijk bleef de traditie belangrijker dan de individuele vernieuwing. Dat verklaart waarom vele vroege tekeningen werden gemaakt als kopie of herhaling van bestaande composities.
Een belangwekkend aanknopingspunt met de locatie van het Rubenshuis biedt de persoon van Rubens zelf. Als geleerde kenner schatte hij het werk van zijn voorgangers buitengewoon hoog. Enkele van hun tekeningen waren in zijn persoonlijk bezit, sommige daarvan overwerkte hij eigenhandig. Voor dit project selecteerden de tentoonstellingsmakers 55 bladen, een kleine maar wezenlijke keuze van de mooiste en meest representatieve tekeningen. Het overzicht van bijna 100 jaar tekenkunst van de Vlaamse Primitieven voert langs vier kunstenaars die tot de verbeelding spreken: Jan van Eyck, Rogier van der Weyden, Hugo van der Goes en Hiëronymus Bosch, telkens met hun groep van navolgers.