OKV2026.1
De Madonna met kanunnik Van der Paele in Brugge is wat de David is voor Firenze, wat Guernica is voor Madrid of wat de Mona Lisa is voor Parijs. Historicus Hendrik Callewier (1981) schreef een (culturele) biografie over het schilderij en zijn opdrachtgever, kanunnik Joris van der Paele.
In drie gescheiden delen vertelt Hendrik Callewier alles wat je moet weten over het schilderij, zijn maker Jan van Eyck, zijn eerste eigenaar en opdrachtgever Joris van der Paele (1365-1443), en de invloed die het meesterwerk uitoefende — van Memling tot Herr Seele. De schrijver doet dat op een onderhoudende, no-nonsense manier — Callewier is een historicus en dat merk je. Enkele jaren geleden ontdekte hij in de Vaticaanse archieven dat Jan van Eyck (ca. 1390-1441) aan het einde van zijn leven aan paus Eugenius IV een verzoek wilde richten om te biechten. Die vraag kan wijzen op een kunstenaar die zijn einde voelde naderen, dat hij met andere woorden ziek was. Daarnaast is dit het zoveelste bewijs dat Van Eyck zijn beroepscategorie ver oversteeg en er een indrukwekkend netwerk op nahield. Was het misschien op voorspraak van kanunnik Joris van der Paele, die een pauselijke carrière had, dat de schilder contact zocht met het opperste gezag binnen de katholieke kerk? Verder bevestigt de aanvraag zwart op wit dat Jan van Eyck afkomstig was uit het prinsbisdom Luik, iets dat in geen enkele archiefbron wordt vermeld. Archivalisch materiaal over Jan van Eyck is sowieso extreem schaars en een nieuwe vondst was inmiddels al bijna een eeuwigheid geleden.
Het middelpunt van een van de knapste schilderijen ter wereld is een halsbandparkiet. De verklaring voor de aanwezigheid van deze groene vogel uit het Verre Oosten, die inmiddels overal in Europa gedijt, werd zelden geloofwaardig verklaard. Callewier doet dat wel: het eerste deel van het woord papegaai lijkt namelijk erg op het woord ‘paap’, verwijzend naar de paus. Van der Paele was jarenlang vaak van dichtbij betrokken bij het pausdom, onder meer binnen de pauselijke kanselarij als schrijver van pauselijke brieven, om antwoorden te bedenken op de beden die de paus bereikten. Daarnaast waren papegaaien lang een statussymbool en erg geliefd in het Vaticaan, waar een papegaaienkamer was geïnstalleerd. Opvallend: de latere bewerkingen van het schilderij met de parkiet als middelpunt gaan voorbij aan die symboliek.