OKV2009.1
In BOZAR loopt de prestigieuze tentoonstelling 'Van Van Dyck tot Bellotto, luister aan het hof van Savoye'. Antoon van Dyck (1599-1641) schilderde twee mannen die elk op hun manier verbonden waren met het huis van Savoye.
Een imago, het is een gegeven waarop een mens haast geen vat krijgt. Het is iets wat je noodgedwongen uit handen geeft: de ander bepaalt je imago. In een tijd waarin de hoeveelheid aan beelden slechts een fractie van de onze betrof, was het bijsturen of bepalen van een imago mogelijk iets eenvoudiger. Men deed er in de hoogste kringen alles aan om de schijn hoog te houden. De ambulante vorst werd zelden door zijn onderdanen levend aanschouwd, om die reden regeerde het beeld dat van hem via schilderij of sculptuur, of middels zijn heraldische insignes op banieren, opgetrokken werd.
Het imago voedt ons beeld van een historisch persoon. Getuigenissen van het veredelde en liederlijke leven van Antoon van Dyck en de zelfverzekerde wijze waarop hij zichzelf schilderde, zijn de stof voor de mythe van de geniale dandy geworden. Het doet denken aan Rafaël: jong gestorven, groots natuurlijk talent, mondain leven, een hofhouding en amoureuze verwikkelingen. Soms kan een imago een dieper begrip in de weg staan, soms kan een reus zijn schaduw werpen over de ware toedracht. Van Dycks reus heette vanzelfsprekend Peter Paul Rubens. Van Dycks portretten stralen niet zelden sprankels ongefilterde realiteit uit. De opdrachtgever ordonneerde een bepaald beeld maar moest het psychologisch doorzicht van Van Dyck voor lief nemen.