Andere beelden van Limburgse apostelbalken (bv. te Hoksent - Eksel) zijn nog overvloedig gepolychromeerd. Zij tonen echter niet meer de oude polychromie maar een recente overschildering door een lokale schilder aangebracht om de beelden op te frissen, waardoor ze nog nauwelijks aan hun oorspronkelijke staat herinneren.
Het beschilderen op een volkse manier is echt en moet gewaardeerd worden. Waar het echter om het nabootsen van de oorspronkelijke polychromie gaat staan we voor valse beelden. Te Ellikom, waar de polychromie verdwenen is, zijn de apostelbeelden enigszins los van de gemeenschap waartoe ze behoren, als museumvoorwerpen opgesteld. We moeten ze als dusdanig dan ook bekijken.
Uit de tijd van de beeldjes van Ellikom dateert ook het beeldje van de H. Magdalena dat in de derde jaargang van Openbaar Kunstbezit besproken is, en waarvan we weten dat het geen atelierprodukt, maar van Jan Borman is. Het vergelijken van de soepelheid van de plooien van de kledij, van de gelaatstrekken, de handen, en de weergave van het haar, maakt onmiddellijk duidelijk dat er een kwaliteitsverschil is tussen dat beeld en de apostelen van Ellikom. De kleinste details verraden dat nog het meest; zie bv. hoe groot de voet van de H. Andreas is en hoe houterig de plooi van het onderkleed er op neervalt.
Ontgoochelt die vergelijking ons? Ze leert ons kijken, en kijkend kunnen we toch maar zien en ervaren. De vergelijking mag geen vooroordeel in ons opwekken. Leggen we de H. Magdalena even terug terzijde: de H. Andreas, die we herkennen aan het kruis dat hij vasthoudt, staat voor ons als een stoer man, met vastberaden houding. Het beeld heeft een monumentaal karakter, is groots opgevat, schijnt veel groter dan het in werkelijkheid is. Bedenken we daarbij dat het hoog opgesteld stond en van onderuit bekeken werd. Terecht mogen we ons afvragen of het wel de bedoeling van de kunstenaar was een zeer verzorgd beeld te maken. Heeft hij niet juist, omdat het van op afstand bekeken diende te worden, met grote vlakken gewerkt, ruwer in het hout gesneden?
Treedt het beeld van de H. Jacobus, met het grote mes als attribuut, niet op dezelfde manier naar voor; iets minder monumentaal als beeld en daardoor enigszins anders van karakter? De houding van het lichaam en het wat schuine hoofd, zijn van een man met een zachter karakter. Hij is ontegensprekelijk een andere persoonlijkheid dan Andreas. De kunstenaar heeft bewust gestreefd naar individualisering van de figuren. Uit het detail van het hoofd blijkt dat zeer goed, en bovendien zien we dat de rimpels op het voorhoofd, boven en langs de neus, aan de ogen en de krullen van haar en baard ruw zijn weergegeven. Dat kan het gevolg zijn van het vlugge en wat minder verzorgde atelierwerk, waarbij de beeldhouwer voorzeker toch voor ogen had dat het van op afstand niet zou storen. Hoewel een aantal figuurtjes van deze apostelbalk mannen met baarden voorstellen is dat voor de kunstenaar geen aanleiding geweest om er op elkaar lijkende personen van te maken en ook al lijken ze van nabij bekeken wat grof, toch vertonen zij van op afstand een gevarieerd en sierlijk geheel, zonder dan tot het hoogste vlak van de kunst te behoren.
In deze korte beschouwing zijn twee eenvoudige beeldjes aanleiding geweest om de sluier van de kunstgeschiedenis even op te lichten en zagen we hoe die apostelen kunnen bekeken worden, vanuit welke achtergrond en in welke context, zonder daarbij de esthetische waarde te vergeten; ook die spreekt gemakkelijker aan naarmate we andere aspecten benaderen.